Zonder te overdrijven: de visindustrie is verrot

Wie na het zien van Seaspiracy nog sushi durft te bestellen, moet wel een gewetenloze hork zijn. De documentaire is een aaneenschakeling van wantoestanden op zee – slachtpartijen van dolfijnen, slavernij op vissersschepen, ecologische verwoesting door megatrawlers en zalmkwekerijen – die leidt tot een ondubbelzinnige conclusie: duurzame visserij bestaat niet en alle keurmerken die de consument anders doen geloven zijn niet te vertrouwen. De enige oplossing is stoppen met het eten van zeedieren. Toch kom je dat advies zelden tegen op de websites van milieuclubs die de oceanen claimen te beschermen. Daar gaat het over plastic rietjes of wattenstaafjes, terwijl het ware probleem – de industriële visserij – buiten beschouwing blijft.

Kritiek op de docuhit liet niet lang op zich wachten. Seaspiracy zou steevast de meest dramatische excessen uitlichten, zich beroepen op gammele studies en tot een simplistische slotsom komen. Dit was propaganda van de ‘veganistenlobby’ en net als bij de voorganger Cowspiracy schroomden de documentairemakers de verdraaiing en overdrijving niet om hun punt te maken. Geïnterviewde wetenschappers beklaagden zich over de misleidende manier waarop hun uitspraken waren geknipt en geplakt. En de in vette letters geschreven ‘voorspelling’ dat de zee in 2048 leeggevist zou zijn, bleek afkomstig uit een achterhaalde en inmiddels gecorrigeerde paper.

Zolang varende visfabrieken de zeeën domineren, bestaat er geen duurzame visserij

Nu is enig effectbejag misschien inherent aan het format van een Netflix-documentaire (de streamingdienst prijst de film aan met de labels ‘controversieel’ en ‘provocerend’), maar op het moment dat er opzichtig gemarchandeerd wordt met de wetenschap dreigt dat de boodschap te ondermijnen.

Dat is zonde, want de onopgesmukte waarheid is al erg genoeg, zo bewijzen de onderzoeksverhalen van Parcival Weijnen en Bram Logger. Het artikel over het gebrekkige toezicht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (nvwa) op het wegen van de aangelande vis, is het vierde deel in hun serie over de Nederlandse betrokkenheid bij misstanden in de industriële visserij. Eerder onthulden ze al dat rederij Parlevliet & Van der Plas betrokken was bij een omkoopschandaal in Namibië, dat Nederlandse bulkvissers meer binnenhalen dan wettelijk is toegestaan en dat illegale vangsten met een duurzaamheidscertificaat in de supermarkt kunnen belanden. Uit hun verhalen rijst een beeld op van een schimmige en schadelijke industrie. Geen overzichtelijk complot, zoals Seaspiracy het doet voorkomen, maar ingewikkelde constructies met schepen die van vlag veranderen, multinationals die (belasting)regels omzeilen en handhavers die daar niet tegen zijn opgewassen. Het resultaat: frauduleuze praktijken en een geplunderde oceaan.

Met hun doorwrochte artikelen zullen Logger en Weijnen waarschijnlijk niet snel een miljoenenpubliek bereiken. Het is nu eenmaal makkelijker om indruk te maken met aangrijpende beelden van verminkte haaien en zeeën vol bloed dan met een technische uitleg over quota, vangstpapieren of scheepsregistraties. De journalisten van onderzoekscollectief Spit eindigen niet met een oproep om sushi af te zweren. Wie hun werk heeft gelezen begrijpt ook dat er geen eenvoudige oplossing bestaat voor dit complexe en diepgewortelde probleem. De internationale visindustrie is verrot, zoveel is duidelijk, en het is goed dat meer mensen dat beginnen te beseffen. Want zolang varende visfabrieken de zeeën domineren, kan er van duurzame visserij inderdaad geen sprake zijn.