Profiel: Tjerk Westerterp

Zonder titel

«Een opportunist, dat is iemand die gebruik maakt van alle mogelijkheden die hij ziet. So what? Dan moet je je opvattingen weleens aan de omstandigheden aanpassen.» Aldus Tjerk Westerterp in 1989 in het weekblad Vrij Nederland. Naar dit motto heeft hij zijn hele leven ingericht en uit dit motto is zijn overstap naar Leefbaar Nederland te verklaren. Vorige week werd bekend dat de partij van Nagel en Fortuyn de oud-minister van Verkeer en Waterstaat uit het kabinet-Den Uyl had gestrikt voor een positie op de lijst van de Leefbaren. De partij van de rancune beschouwt Westerterp als een mentor voor de massa onervaren kandidaten die de partij op de lijst heeft gezet. Als ex-minister is Westerterp een van de weinigen op de lijst met landelijke politieke ervaring.

Een opportunist dus. Maar dat beschouwt de Brabantse KVP'er als een geuzennaam. Hij werd ook een draaitol genoemd, en een carrièremaker.

Volgens de overlevering verkeerde Westerterp in 1966, juist toen in de Tweede Kamer gestemd moest worden over de motie van partijgenoot Norbert Schmelzer tegen het kabinet-Cals, in een diepe roes. Net wakkergeschud stemde hij, zonder te beseffen waar het over ging, voor de motie tegen het kabinet. Voor de «dolksteek in de rug» van Cals. Zelf hield Westerterp het erop dat hij zich op dat moment niet realiseerde dat de toekomst van het kabinet in het geding was. Een nogal onnozele misrekening. Maar slecht voor zijn carrière was het niet. Want hoewel zijn fractiegenoten niet bepaald van deze actie waren gecharmeerd, haalde fractievoorzitter Schmelzer Westerterp over de politiek niet te verlaten. Schmelzer is door Westerterp jarenlang zijn «leermeester» genoemd. Het imago van «draaitol» is hij na de Nacht echter nooit meer kwijtgeraakt.

«Dat kan ook niet anders», schreef het weekblad Elsevier in een groot portret in 1975, «want na de Nacht nam Tjerk Westerterp zich heilig voor nooit meer in het openbaar ongelijk te bekennen, maar om standpunten bij te sturen en te draaien: laveren, overstag gaan als dat nodig is en niet te principieel doen. Deze houding heeft hij consequent volgehouden, kan dat ook makkelijk, want Westerterp is geen diepgaand politicus. Geen bezield partijman met hoogdravende idealen, maar een praktisch denkend baasje.»

De Nacht van Schmelzer mag een rol hebben gespeeld bij de karakterisering van zijn opportunistische aard, veel heeft Tjerk Westerterp ook te danken aan de jaren dat hij zitting had in het roemruchte kabinet-Den Uyl. Zonder toenmalig KVP-voorman Andriessen hierin te kennen, gooide hij het op een akkoordje met formateur Jaap Burger en tekende voor Verkeer en Waterstaat. In het boek De verbeelding aan de macht (1999) zei Westerterp hierover: «Ik was ambitieus, zeg ik heel eerlijk, dus nou ja, goed. Een ideologische achtergrond had er niets mee te maken, ik was gewoon praktisch ingesteld. Ik vond dat als er dan toch een kabinet kwam, de KVP daaraan moest meedoen.»

Jaap Burger zag Westerterps opportunisme wel als een voordeel. Bij Den Uyl verkocht hij hem als «een zeer progressief denkend man». Den Uyl kon er niet inkomen. In zijn biografie zegt Burger: «Tjerk Westerterp was een opportunist, zeiden Den Uyl en van Mierlo. Daar hadden ze gelijk in, daarom nam ik hem juist. Tjerk zou naar de gelegenheid net zo conservatief of progressief zijn als de omstandigheden zouden verlangen, zolang hij maar in het kabinet zat.»

Het werd Verkeer en Waterstaat, met Michel van Hulten (indertijd PPR) als staatssecretaris. Burger had liever Marcel van Dam als een soort waakhond naast de KVP-bewindsman gehad, maar daar wilde Westerterp zelf niets van weten. Zoals wel meer beoogde ministerskandidaten zag hij de Nieuw-Linkse scherpslijper Van Dam niet zitten. De portefeuille van Van Hulten werd door Westerterp vervolgens wegens diens «wereldvreemde ideeën» behoorlijk uitgekleed. Luchtvaart, indertijd meestal ressorterend onder de staatssecretaris, werd nu een van de terreinen van de minister zelf.

Het waren echter niet de vliegtuigen die Westerterp in zijn kabinetsjaren de meeste kopzorgen gaven. In twee kwesties wordt de flexibiliteit van de minister van Verkeer en Waterstaat beslissend om binnen het kabinet de polarisatie te bedwingen. Een crisis over (gedeeltelijke) inpoldering van de Dollard, bij Groningen, wordt dankzij Westerterps wendbaarheid van geest naar tevredenheid afgewend. Ook met de discussie over de stormvloedkering in de Oosterschelde gaat het zo. Wederom botst het milieu met economische belangen. Het recent verschenen rapport van de Club van Rome indachtig, zegde het kabinet in de regeringsverklaring toe natuurgebieden beter te zullen beschermen. De veiligheid van de mensen in Zeeland moest echter ook worden gewaarborgd, en de meeste zekerheid was gegeven met een volledig afgesloten Oosterschelde. Vooral uit financiële overwegingen had deze dam de voorkeur van het confessionele smaldeel in het kabinet. Zo'n volledig gesloten dam zou de kwaliteit van het unieke onderwater-ecosysteem echter in het geheel geen goed doen. En de minister van Verkeer en Waterstaat meende dat een halfopen dam hoogstwaarschijnlijk niet te realiseren was.

Ten overstaan van ieder die het horen wilde predikte Tjerk Westerterp al met al het evangelie van de gesloten dam. Voor de PPR was dit uiteraard onaanvaardbaar en het kabinet bungelde. Wanneer premier Den Uyl minister van Financiën Wim Duisenberg «om politieke redenen» heeft overgehaald in te stemmen met de in zijn ogen buitenproportionele investering voor een halfopen dam, gaat ook Westerterp om. Met evenveel verve als hij eerder de gesloten dam verdedigde, pleit hij nu voor de halfopen dam. En na één telefoontje blijken de ingenieurs van Rijkswaterstaat ondanks eerdere berichten wel degelijk in staat te zijn zo'n huzarenstukje te leveren. Collega-minister Van Agt herinnerde zich in 1999 «dat Tjerk tenslotte met de grootst mogelijke flair verdedigde wat hij voordien totaal onaanvaardbaar had genoemd».

Los van deze twee penibele kwesties in het waterbeheer, slaagde Westerterp er wel degelijk in het een en ander klaar te spelen. In razende vaart kreeg hij op het gebied van verkeersveiligheid meer voor elkaar dan al zijn voorgangers samen, zoals indertijd een commentator niet ten onrechte opmerkte. Westerterp maakte de valhelm voor brommers verplicht («Valhelm hoofdzaak»), scherpte de maximumsnelheid aan, introduceerde de veiligheidsgordel en de autokeuring en stelde een maximumpromillage voor rijden met alcohol op. Volgens toenmalig kamerlid Jaap van der Doef (PvdA) was dit echter geen beleid te noemen. Hij kwalificeerde Westerterps wetten als «een grabbelton van incidenten» en hekelde zijn weinig democratische instelling. «Hij communiceerde amper met de Kamer, nauwelijks met zijn staatssecretaris», aldus Van der Doef jaren geleden.

Ministers van Verkeer maken zich met hun wetgeving doorgaans niet erg geliefd. Ook Westerterp kostte het aanvankelijk nogal wat moeite geliefd te worden. Maar omdat de meerwaarde van een veiligheidsgordel bij een verkeersongeval voor iedereen te begrijpen was, zo analyseerde hij zelf eens, zou hij later onder de massa een behoorlijke populariteit verwerven. Het aantal doden in het Nederlandse verkeer is tot tevredenheid van Westerterp mede dankzij zijn beleid sterk gedaald. Door zijn joviale gedrag en omdat hij in staat was normale-mensentaal te spreken, werd Westerterp, ondanks het impopulaire beleidsterrein waar hij verantwoordelijkheid voor droeg, de minister van het volk, de minister van wakker Nederland. Geen poeha, gewoon onder de mensen.

Ondanks zijn drukke betrekking hadden de café’s in de omgeving van Breda ook nog altijd een goede klant aan hem. Dat het kabinet-Den Uyl er een gewoonte van had gemaakt tot diep in de nacht te vergaderen, gold voor Westerterp niet als een bezwaar. Als de discussie in de vrijdagnacht hem begon te vervelen, liet hij zich door de ministeriële chauffeur naar zijn stamkroeg in Breda brengen en na sluitingstijd zoefde de zwarte Mercedes weer terug naar de Trêveszaal, waar nog altijd vrolijk werd door vergaderd. Westerterps vergaderstukken lagen dan nog op de juiste plaats aan tafel en volgens collega-ministers stond meestal nog hetzelfde onderwerp ter discussie: er werd wezenlijk vergaderd in het kabinet-Den Uyl.

In 1978 verhuisde Westerterp naar de dan nog op te richten optiebeurs in Amsterdam. Eerder was Ruud Lubbers, eveneens KVP-minister in het gestrande kabinet-Den Uyl, gevraagd hier directeur te worden, maar Lubbers wilde niet. Westerterp hapte meteen toe. Dat hij niets van de financiële markten wist, mocht voor hem geen belemmering heten. In zijn nieuwe baan slaagde Westerterp er nog meer in zijn rol als man van het volk uit te buiten. Om de burger bekend te maken met de wereld van de put- en de callopties, figureerde hij bijna iedere week wel een keer in Stan Huygens Journaal, de societyrubriek van De Telegraaf. In het belang van de beurs, zo zei hij zelf, schuimde hij vijftien jaar lang alle Gooise en hoofdstedelijke haring- en oesterparty’s af. In 1988 sponsorde hij, om de naamsbekendheid van de optiebeurs op onconventionele wijze te vergroten, een prestigieus Nederlands schaaktoernooi waarvoor zelfs de Sovjet-grootmeesters Karpov en Kasparov kwamen opdraven. De organisator van dat toernooi had tijdens een in alcohol gedrenkt persoonlijk onderhoud met Tjerk Westerterp de directie van de optiebeurs overgehaald, de nogal forse startgelden voor de Sovjet-sterren op te hoesten. De organisator en initiatiefnemer heette Jan Nagel, thans partijvoorzitter van Leefbaar Nederland. De anekdote komt uit Nagels vorig jaar verschenen memoires.

Na zijn actieve carrière bij de beurs deed Westerterp nog geregeld van zich spreken. Hij liet de put- en de callopties voor wat ze waren en richtte zich weer met zijn volle gewicht op de verkeersproblematiek. Niet alleen als participerend weggebruiker — twee jaar geleden reed hij zwaar onder invloed in Eindhoven nog een argeloze automobilist het ziekenhuis in — ook als invloedrijk man van de massa. Hij pleitte voor dubbeldaks-tolsnelwegen en adviseerde het Hilversums College, op voorspraak van Jan Nagels Leefbaar Hilversum, een tunnel onder de heide te graven om de gemotoriseerde doorstroming in de binnenstad te bevorderen. In 1993 voerde hij een eenmansguerrilla tegen de carpoolstrook van Hanja Maij-Weggen, op dat moment minister van Verkeer en Waterstaat. Zonder medepassagiers, een voorwaarde voor het gebruik van de paar kilometer filevrije weg op de A1, liet hij zich onder het toeziend oog van televisiecamera’s en Telegraaf-journalisten arresteren om een proces te forceren. Tot aan de Hoge Raad vocht hij door, uiteindelijk met succes.

Eveneens tot aan de hoogste rechtsinstellingen pleitte hij met voormalig CDA-mastodont Jim Janssen van Raay ervoor de maximumleeftijd van 72 jaar voor commissarissen bij grote ondernemingen af te schaffen. Wederom met succes. Net op tijd haalde het paarse kabinet deze in de ogen van Westerterp betuttelende regeltjes uit de wet: op 2 december aanstaande zal multicommissaris Westerterp zelf de 72 bereiken.

De man van het volk wordt nu verkiesbaar voor de partij van het volk. Halsoverkop zei Westerterp vorige week na ongeveer een halve eeuw de christen-democratie vaarwel om op de groslijst van Leefbaar Nederland te kunnen staan. Hij zegt in de Kamer te willen om, wederom, aan te tonen «dat ouderen niet aan de kant hoeven als ze een zekere leeftijd hebben bereikt». Bovendien wil hij een einde maken aan het «autootje pesten». Rekeningrijden of kilometerheffing — niets van dat al kan Westerterps goedkeuring wegdragen, liet hij afgelopen maandag weten in het televisieprogramma van Wilfried de Jong. Het ergste is nog wel het paarse beleid waarin op steeds meer wegen waar gemakkelijk harder gereden kan worden, de maximumsnelheid teruggeschroefd dreigt te worden tot 100 kilometer per uur; de snelheid die in ‘73-'77 door minister Westerterp werd geïntroduceerd.

Met alom instemmend geroep verdedigde een lid van Leefbaar Nederland op het laatste congres een motie tegen rekeningrijden, kilometerheffing en elke andere vorm van variabele wegentoeslag. «Het is een zootje op dat ministerie», begon de afgevaardigde zijn pleidooi voor de volle zaal. «Al jarenlang zitten er alleen maar vrouwen op Verkeer! Smit-Kroes, Maij-Weggen, Jorritsma… en nu weer Netelenbos. Terwijl iedereen weet dat vrouwen niet kunnen rijden!»

De hoop van de ontevreden automobilist, in het bijzonder die van Leefbaar Nederland, is nu gevestigd op Tjerk Westerterp, een van de laatste mannen op Verkeer en Waterstaat.

Als Fortuyn erin slaagt een kabinet met VVD en CDA te realiseren, dan is Tjerk Westerterp naar eigen zeggen weer beschikbaar voor een ministerspost.