Kunst die tijd en aandacht kost

Zonder titel had ook gekund

Michael Raedeckers borduurschilderijen geven een moderne invulling aan oude kunsthistorische thema’s. Door verder te bouwen op een traditie verbindt hij het heden met het verleden. En toch breekt hij ermee.

HET INGETOGEN EN SUBTIELE werk van Michael Raedecker (Amsterdam, 1963) bestaat uit een combinatie van schilderen, tekenen en borduren. Je kunt ook zeggen: hij combineert hoge schilderkunst met oubollig en knullig handwerk. Gevierd en geprezen (hij won internationale prijzen en zijn werk is vertegenwoordigd in collecties als Saatchi en Tate Modern) werkt hij zonder assistenten en zonder groot atelier. Alles doet hij zelf. Kleinschalig en intuïtief. Het GEM in Den Haag presenteert een breed overzicht van zijn werk uit de laatste vijf jaar.
Stillevens en bloemstukken behoren tot zijn vaste thema’s, maar ook zijn er de vervreemdende voorstellingen van het exterieur van een bungalow, een verlaten plein met lampionnen die in de bomen hangen of een waslijn met wapperende kleding. Mensen komen in zijn schilderijen nog altijd niet voor. Er is zelfs geen spoor van hun aanwezigheid.
Door de transparante achtergrond die meestal is opgebouwd uit grijstinten hebben de schilderijen een ijzig voorkomen. Van veraf lijken het net aquarellen, dichterbij zie je de draadjes met hun warme, wollige uitstraling. Deze tegenstelling werkt heel goed. Sommige garens zijn overgeschilderd waardoor ze reliëf in de achtergrond worden, andere hebben hun kleur behouden en springen als tekenachtige lijnen naar voren. Samen zorgt dit voor gelaagdheid en diepte in de voorstelling. Vergeleken met draad lijken schilderstreken van andere kunstenaars plotseling zo vlak en gemakkelijk, om maar te zwijgen over de anonimiteit van fotopixels.
Ondanks de verschillende onderwerpen ademt Raedeckers werk als geheel een gevoel van verlatenheid en ouderdom. Een drieluik van een kerkinterieur lijkt door zijn rafeligheid op een ruïne; een straataanzicht lijkt op de overblijfselen van een weg in Pompeï. De stiksels hebben een vertwijfeld en stug voorkomen, ze vormen geen vlot handschrift van een virtuoos. Voor Raedecker is het maken van een schilderij niet iets vanzelfsprekends. Zijn eigen relatie tot de actualiteit speelt een grote rol: hoe verhoudt hij zich tot de maatschappij en welk bestaansrecht heb je als kunstenaar? Vooral dit laatste werd actueel na 11 september 2001 toen een gevoel van machteloosheid hem overviel. Hij voelde zich vreemd en decadent in zijn veilige atelier.
De jonge Raedecker begint zijn artistieke scholing aan de modeopleiding van de Rietveld Academie. Daarna gaat hij naar de Rijksacademie en volgt de masteropleiding aan het prestigieuze Goldsmith’s College in Londen. Vaak wordt zijn werkwijze herleid naar zijn modefase. Ten onrechte, vindt hij zelf. ‘Altijd die aandacht voor mijn achtergrond in de modebranche! Misschien heb ik affiniteit met textiel, maar er is niemand in de mode die echt borduurt’, zegt hij in de tentoonstellingscatalogus.
Om zijn eigenzinnige werkwijze te verklaren hoef je het kunstidioom niet te verlaten. Het kan van ruimdenkendheid getuigen om buiten de grenzen van de beeldende kunst te kijken, maar in dit geval is het eerder gemakzucht van de hedendaagse criticus om maar al te snel naar de populaire cultuur (zoals mode) te wijzen. De werkelijke achtergrond van Raedecker ligt in de borduurkunst zelf. De vervaardiging van tapisserieën is net zo oud als de schilderkunst, maar is nooit als gelijkwaardig beschouwd: het was een ambacht. Toch stond het wandtapijt lang hoog in aanzien; omdat er veel tijd en virtuositeit voor nodig waren om een wandtapijt te maken, stond het bezit ervan eeuwenlang voor rijkdom en luxe. Daar komt bij dat ze in kastelen een praktische functie hadden: ze hielden de vertrekken warm door de tocht tegen te houden. Maar waar het schilderij zich ontwikkelde tot een blijvende vorm om intellectuele ideeën in te verwerken, daar is het wandtapijt door de moderne vooruitgang blijven steken in een vorm van techniek die niet langer nodig was.
‘Tegenwoordig wordt het in verband gebracht met vrouwelijkheid, decoratie en huiselijkheid. Mijn borduurwerk geeft de schilderijen een intieme en sensuele aantrekkingskracht. Ik houd ook van het fetisjistische karakter van een schilderij. Een uniek, handgemaakt object.’
De veelgehoorde klacht dat hedendaagse kunstenaars weinig kennis van de geschiedenis hebben gaat voor Raedecker in ieder geval niet op. Toen hij net begon vroeg hij zich af hoe hij als kunstenaar nog iets kon toevoegen aan de schilderkunst of de kunstgeschiedenis in het algemeen. Niet de makkelijkste vraag. Daar kwam bij dat het medium schilderkunst in de jaren tachtig ten dode was opgeschreven en iedereen die de kwast hanteerde werd gewantrouwd. Die toon zou nog decennia een stempel drukken op het onderwijs van de Nederlandse kunstacademies, omdat docerende kunstenaars waren opgegroeid met conceptueel werk.
‘Ik besefte dat ik moest werken met iets wat langzaam ging, waaraan je tijd en aandacht moest besteden. Daarom was borduren zo goed voor mij. Het was ook een reactie op de kunst die eraan voorafging – een reactie op een meer conceptuele benadering. Het wantrouwen tegenover de tijd die wordt besteed aan het maken van afbeeldingen.’

JE VRAAGT JE AF wat de inspiratiebronnen zijn voor Raedeckers atmosferische werken. Al worden er concrete plaatsen en voorwerpen afgebeeld, er is een gevoel van nergens zijn. Is het een gemoedstoestand? Komt het voort uit wandelingen in mistige landschappen en door grauwe voorsteden? Dit idee wordt ingegeven door het feit dat hij al dertien jaar in Engeland woont (waar hij veel bekender is dan hier in Nederland). Maar het is anders. Foto’s, dat blijken de uitgangspunten te zijn: gevonden afbeeldingen geïnspireerd op het ‘gelukkige leven’ dat geschetst wordt in Amerikaanse tv-series uit Raedeckers jeugd. Naar zijn melancholieke schilderijen kijkend zijn deze twee dingen moeilijk met elkaar te rijmen. Er is geen enkel spoor van de zapcultuur of de tijdgeest te vinden. De foto’s tekent hij na met potlood en met behulp van een projector brengt hij de voorstelling over op het doek. Het laatste en langdurigste onderdeel is het borduren van alle details. Met iedere stap wordt de voorstelling eenvoudiger en leger tot alleen de belangrijkste elementen achterblijven. Zo ontstaan de voor Raedecker typerende ruimte en stilte. Met deze klassiek aandoende werken als eindresultaat is dit een interessante werkwijze, maar eigenlijk stelt de inspiratiebron een beetje teleur. Is er echt niemand meer die uit iets anders put dan de Amerikaanse cultuur?
Raedecker is nu vijftien jaar bezig. Was hij in het begin van zijn loopbaan geïnteresseerd in zijn persoonlijke geschiedenis en die van zijn generatiegenoten, langzaam heeft er een verschuiving plaatsgevonden naar een interesse voor de geschiedenis van de kunst. Hij is, zou je kunnen zeggen, als kunstenaar volwassen geworden. Dit resulteert in een groter bewustzijn van de verschillende genres. Deze neemt hij niet klakkeloos over, hij vult ze op een eigen wijze in. Dat is de ‘vrijheid’ die de hedendaagse kunstenaar heeft: hij is nergens meer aan gebonden en moet zelf kiezen. Hierin is Raedecker niet arrogant, ironisch of goedkoop, maar geïnteresseerd en onderzoekend. Kortom, wat je van een kunstenaar zou mogen verwachten.
Het stilleven bijvoorbeeld. Had dit genre van oorsprong weinig aanzien, tegenwoordig ontbreekt de negatieve connotatie en is het weer vrij voor interpretatie. Raedecker probeert, net als zijn zeventiende-eeuwse voorgangers, de toeschouwer te imponeren met zijn vaardigheden. De kijker werd in die tijd vooral verleid door de stofuitdrukking, die niet realistisch genoeg kon zijn. Moderne stillevens door bijvoorbeeld Cézanne en Picasso legden de nadruk op formele aspecten, zoals kleur en vlak, waardoor het realisme afnam en het beeld platter werd. Met deze facetten speelt Raedecker. Opvallend warm van kleur voor zijn doen is het stilleven Therapy (2005). Tegen een diepgroene achtergrond zien we een kopje koffie, een glas water, een lepel, de resten van een broodje en een spiegeltje waarin dit tafereel is weerspiegeld. Het kopje is opgebouwd uit rode, oranje en roze garen. De schaduw van het oortje dat op het schoteltje valt is lichtblauw. Gelijk een schilder heeft Raedecker het tafereel zo nauwkeurig mogelijk proberen vast te leggen. Tegelijk heeft hij niet de illusie dat de kijker denkt dat dit een echt koffiekopje is. Daarvoor is het garen als materiaal te zeer aanwezig. En de hedendaagse toeschouwer vraagt van een kunstenaar al lang geen realisme meer. Raedecker probeert het toch, wetende dat hij zichzelf ermee onderuit zal halen. Het is een missie die niet kan slagen, maar wat er als beeldtaal ontstaat, als was het per ongeluk, overtuigt intussen wel. Het is geheel fris. Als kijker ben je ervan overtuigd dat het inderdaad de moeite waard is om zoiets traditioneels als een ontbijtje vast te leggen met naald en draad. Dat is knap – weinig kunstenaars die hem dit nadoen.
In zijn meest recente werk worden Raedeckers schilderijen steeds transparanter, waardoor het werkproces nog directer zichtbaar is. Zo is er op het bloemstuk Corrupt (2008) een raster te zien, wat in de Renaissance werd gebruikt bij het opzetten van perspectief, maar hier verwerpt het juist iedere suggestie van diepte. Ook verwijst het naar het raster op een naschilderplaatje van Marilyn Monroe dat Raedecker als kind bezat, waarmee hij het karakter van zijn hobbyistische huisvlijt prettig zijdelings bespot.
Tegenover de tuttigheid van gerangschikte bloemen en borduursels staan de harde suggestieve titels als Pornography (2005) en Penetration (2005). Doordat ze afwijken van gebruikelijke omschrijvingen als bijvoorbeeld ‘Banket stilleven’ worden de schilderijen in een andere richting geduwd. Toch doen deze titels er niet veel toe. De woorden zijn gewild provocatief maar vrijblijvend, zoals wel vaker in de hedendaagse kunst. Als de titels waren weggelaten, had het weinig uitgemaakt. De waarde van Raedecker ligt in zijn ambachtelijke schilderijen zelf. Ze bezitten een unieke en ongrijpbare beeldpoëzie. Deze is tegelijk persoonlijk en universeel, gebruikmakend van subtiele wetten die met taal wel omschreven, maar niet letterlijk verwoord kunnen worden.

Michael Raedecker, Line-up. GEM, Den Haag, t/m 1 november