Zonder vertoon

Dit is geen stukje over geld. Dit gaat over geen geld. No-budget. Film lijkt haast synoniem met geld, maar films kunnen ook heel klein, fijn, bescheiden en goedkoop zijn. Ik neem als voorbeeld het Duitse filmpje Das sind wir van Lilo Mangelsdorff. Het duurt net dertien minuten. Zeg de tijd die het je kost om rustig een kort verhaal of een paar gedichten te lezen. Mangelsdorff filmde met een 16 mm-camera. Als je van een bekende voor een middagje een camera leent en je filmt spaarzaam, is het ontwikkelen niet duurder dan wat je de fotograaf voor je vakantiekiekjes moet betalen. Mangelsdorff maakte wat opnamen van gehandicapte kinderen die gymnastiekles krijgen. De omgeving en de belichting is van de gebruikelijke lelijkheid van gymzalen en de beelden zijn daarbij ook niet mooi gefilmd. Geen spannende kaders of opvallende bewegingen. De kinderen doen, voor zover hun lichaampjes dat toelaten, ook al niet veel bijzonders. Ze doen hun best en lijken daar plezier in te hebben.

De opnamen zijn binnen een beperkte tijd op dezelfde plaats gemaakt. Kennelijk zijn er niet altijd lange observaties nodig of veel verschillende locaties om een aantal betekenisvolle beelden te kunnen vangen. Het geheim zit hem in de beperking. Door binnen een zeer korte film alleen de opnamen van een situatie te gebruiken, bereikte Mangelsdorff een forse interne duur. Je zou ook kunnen zeggen: hij trotseerde de afstandsbediening. De beelden lijken geen andere pretentie te hebben dan een buitenstaander even mee te laten kijken in een gewone ongewone wereld; de wereld van kinderen die nooit voor Ajax zullen voetballen. De geluidsband bevat de gewone omgevingsgeluiden die zijn vermengd met wat minder gewone omgevingsgeluiden die Mangelsdorff ontleende aan een compositie van John Cage. De geluiden van Cage zijn te toevallig en te alledaags om ze als muziek te interpreteren, maar ze roepen wel een zekere ruimtelijkheid op. De ontspannen ingespannen onbeholpenheid van de kinderen en de ingetogenheid van de filmmaker leiden tot een mooi resultaat: ontroering zonder enige valsheid.
Het kan nog minimaler. Nog maar een voorbeeld. De Australische videaste Merilyn Fairskye maakte voor haar video After Image enkel lange opnamen vanuit een kabelbaancabine. Simpele doorgaande opnamen van een weinig spectaculair landschap dat gedurende de achttien minuten die de video duurt, bovendien goeddeels aan het oog onttrokken wordt door de regen en de condens op de ruiten, de opkomende mist en de verblindende witheid van de hoger gelegen sneeuw. Een lichte, grijze, natte en verglijdende wereld die zich aan tijd en ruimte lijkt te onttrekken. Bijna onmerkbaar begint de kabelreis na aankomst weer opnieuw en de video had in plaats van een ruim kwartier ook een eeuwigheid kunnen duren. Ook Fairskye beperkte zich op de geluidsband nagenoeg tot het natuurlijke omgevingsgeluid waarbij het bonkende passeren van tussengelegen kabelbaanstations het geluidsniveau varieert. Alleen een ijle en veraf klinkende vrouwenstem onderbreekt even de toevallig aanwezige geluiden. Een minimale ingreep die de contemplatieve sfeer versterkt.
De filmpjes van Mangelsdorff en Fairskye zullen, als we weer aan het nieuwe jaar gewend zijn, in Rotterdam te zien zijn als korte stille momenten in een immer uitbundiger wordend festival. Je zou deze filmpjes kunnen opvatten als poetische kunstfilmpjes, maar je zou ze ook kunnen zien als een soort minidocumentaires. Ze documenteerden stukjes werkelijkheid zonder veel in die observaties in te grijpen. Ze hielden bijvoorbeeld hun mond en dat is een groot goed, want de gangbare documentaties van de werkelijkheid bevatten stromen van verbale informatie die niet zelden het zicht op de beelden ontnemen. Daarom gaat het belang van de filmpjes van Mangelsdorff en Fairskye verder dan de bescheiden verrassing die ze zelf nastreven. Ze wijzen er weer eens op dat film ook bijna zonder middelen kan worden gemaakt en dat deze cinema povera zonder veel vertoon en vertoog veel kan vertellen.