Popmuziek

Zonder woorden

Popmuziek: Takk…van Sigur Rós

Uiteraard zijn het kinderen die de nieuwe videoclip van Sigur Rós bevolken. Kinderen in beweging, gespannen maar enthousiast on derweg naar wat een rots blijkt, geschikt om van af te springen, richting het water. Om vervolgens in de lucht te blijven hangen, in volle tevredenheid. In de wolken, waar de mu ziek van Sigur Rós zich vaak ook afspeelt.

Blijmoedigheid voldoet niet als term om Sigur Rós’ muziek te omschrijven. Eerder klinkt de band ronduit naïef, kinderlijk naïef. De band drijft eigenlijk op niets dan sfeer, is zekere zin is het meer «geluid» dan «muziek». Want hoewel de nummers op Takk… in tegenstelling tot het vorige album wel titels hebben (en volgens de bandleden zelf dan ook een «liedjesplaat» is, wat een zeldzaam verregaande verruiming van dat begrip betekent) en zowel de momenten van ontlading als die van het gebrek daaraan te zorgvuldig geplaatst zijn om onderliggende structuren te ontkennen, klinkt de band zelfs voor wie het vorige werk en daarmee de context kent, zeldzaam onthecht van welke referentie dan ook. Zelfs die van taal. Teksten ontbreken. Er wordt wel eens iets gezongen, maar in Hopelandish, een taal die alleen bestaat in de fantasie van de bandleden, en die vooral bestaat uit woord achtige klanken die verlangen uitstralen.

Wie dit op papier al te zoet voorkomt en wie kinderlijkheid niet voornamelijk associeert met onvervuld verlangen, zal bij het horen van Takk… ongetwijfeld te rechtkomen in het ruim bedeelde kamp van verklaarde haters van de band. Wat de bewoners daarvan in ieder geval delen, is een gebrek aan verbeelding. Want de muziek van Sigur Rós is dermate associatief dat waardering voor de band in hoge mate afhankelijk is van de verbeeldingskracht van de luisteraar. Wie louter hoort en wenst te horen wat er vált te horen, mist wat de band daarmee oproept.

Sigur Rós komt uit IJsland en net als bij meer artiesten uit dat land – Mum, Björk – lijkt dat hoorbaar. In ieder geval: het resultaat klinkt dermate verwijderd van bijvoorbeeld de dynamiek van een stad dat het bijna móet voortkomen uit een omgeving die vooral bestaat uit niet-ingevulde ruimte. Zelfs waar de piano’s, violen, gitaren en de volstrekt androgyne falset van zanger Jónsi Birgisson opzwellen, loopt het eindresultaat niet vol van geluid. Zo ligt bombast nergens op de loer, zelfs niet op afstand. Fascinerend hoe de band waakzaam lijkt om ieder groot gebaar te vermijden. Als er op termijn al gevaar dreigt voor Sigur Rós is dat de gewenning van de luisteraar, in ieder geval niet het risico dat de band overbeladen door zijn eigen benen zakt.

Dat halverwege het album, op het eind van Sé Lest, een kleine wals wordt ingezet en de muziek opeens tastbaar en bijna gezellig klinkt, hoeft dan ook niet te dienen als een remedie tegen overdaad, maar werkt als een aards houvast in een overweldigende opeenvolging van indrukken.

Sigur Rós speelt woensdag 15 november in 013 in Tilburg