Zonder zonde

GUUS KUIJER
WAAROM KINDEREN WEL COWBOYTJE, MAAR NOOIT JEZUSJE OF MOHAMMEDJE SPELEN. PAMFLET
Querido, 37 blz., € 6,95

‘Kinderen kunnen geen Christenen zijn omdat bij hen het zondebesef ontbreekt. Zij aanvaarden niet dat zij stout zijn wanneer ze niets stouts hebben gedaan.’ Deze prikkelende stelling is van Guus Kuijer, die met zijn volwassenenboek Hoe een klein rotgodje God vermoordde (2006) bewees behalve een beroemd kinderboekenschrijver ook een geëngageerd man te zijn, die zich fel keert tegen iedere vorm van religieuze orthodoxie. In zijn pamflet Waarom kinderen wel cowboytje, maar nooit jezusje of mohammedje spelen stelt hij ‘het verkondigen van de ware waarheid met de hand op de Bijbel of Koran’ opnieuw ter discussie.
Twee veronderstellingen rechtvaardigen zijn betoog. Enerzijds beweert Kuijer dat de bijdrage die jodendom, christendom en islam hebben geleverd in de zoektocht naar een rechtvaardiger wereld is gelegen in het begrip barmhartigheid en de noodzakelijke rol die het speelt binnen het recht. Anderzijds noemt hij de kern van christendom en islam wreed. Opgeteld leidt dit in onze westerse samenleving tot morele verwarring binnen christendom en islam.
Helaas, constateert Kuijer, is God onvoldoende met zijn tijd meegegaan en laat hij zich nog steeds te veel pastoraal binden aan de oorspronkelijke heilige teksten, waaruit derhalve een eigenaardige ethiek spreekt. Eentje die kwetsend is voor het op barmhartigheid gebaseerde rechtsgevoel van een ongelovige, zoals Kuijer zelf. Hij voelt zich gekwetst wanneer de katholieke kerk condoomgebruik verbiedt in stervend Afrika, of wanneer de kerk onschuldige liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht verdoezelt. Hij voelt zich gekwetst door een God die zowel nee zegt tegen Jezus’ levensvraag – zijn smeekbede in Gethsemané – als tegen de doodsvraag van de ondraaglijk lijdende mens.
Kuijer bouwt zijn betoog op vanuit zijn eigen en andermans kindergeloof. Hij bevraagt de Bijbelteksten (en pastorale interpretaties) vanuit het perspectief van een tienjarige. Hoe kan het dat God die de wereld liefheeft zijn enige Zoon laat vermoorden? Hoe kan het dat hij hem opoffert aan de grootsheid van een idee (het menselijk lijden verlichten)? Dat een kind ten onder gaat aan zijn vader?
Enerzijds doet Kuijers kinderlijke benadering afbreuk aan zijn betoog omdat eeuwenoude verhalen en (denk)beelden zodanig versimpeld en daarmee als onzinnig worden voorgesteld dat zijn tekst soms een cabaretesk effect heeft. Anderzijds geeft het kindperspectief meerwaarde aan Kuijers pamflet. Zijn onbevangen benadering van religie, God en kerk overtuigt je mee te gaan in zijn oprechte oproep de pastorale verdoezeling een halt toe te roepen en de heilige boeken alleen nog historisch te lezen. Dan hoeven gelovigen niet langer in een pijnlijk dubbele moraal te leven, en kunnen kinderen misschien zelfs christenen zonder zondebesef zijn.