Economie

Zondige speculanten

Europa heeft de jacht geopend op speculanten. Neem de Europese richtlijn voor alternatieve investeringsfondsen, die een dezer weken van kracht wordt. De oorsprong ervan reikt terug tot de jaren voor de crisis, toen Europa voor het eerst op grotere schaal te maken kreeg met Anglo-Amerikaanse beleggers. Denk aan Stork en ABN Amro. Maar het initiatief kreeg pas vaart met de val van Bear Stearns en Lehman Brothers in respectievelijk maart en september 2008. De bestuursvoorzitters van deze banken verdoezelden eigen falen door te wijzen naar zwerffondsen die massaal zouden hebben gegokt op hun faillissement. De Amerikaanse toezichthouder reageerde met een verbod op het ‘shorten’ van bankaandelen. Europese toezichthouders volgden op de voet.
Frankrijk en Duitsland, toch al geen liefhebbers van Anglo-Amerikaanse beleggers, grepen de paniek aan om nieuwe Europese richtlijnen voor speculatieve beleggers op te stellen. Van meet af aan was duidelijk dat vooral Frankrijk de richtlijn gebruikte om het monopolie van Londen, Europa’s zwerffondshoofdstad bij uitstek, te breken. Niet-Europese beleggers zouden aan verscherpte verslagleggingseisen moeten voldoen, een bonusplafond moeten instellen, zich maar beperkt in de schulden mogen steken, en zouden weliswaar onder een Europees 'paspoort’ mogen opereren, maar de inhoud van dat paspoort zou door nationale toezichthouders worden bepaald. En wat wil het geval? Het merendeel van de Londense zwerffondsen komt formeel van de Kaaimaneilanden, de Maagdeneilanden of andere belastingparadijzen. De richtlijn zou Frankrijk dus inééns ontdoen van Britse concurrenten.
Het verzet was hevig. Welk probleem moest deze oplossing uit de wereld helpen? Zwerffondsen beheerden voor de crisis minder dan tweeduizend miljard dollar, een schim van de vermogens die banken en pensioenfondsen beheren. Zwerffondsen zijn kleine nichespelers die duizenden beleggingsstrategieën volgen en honderden financiële markten bespelen. Zwerffondsen behalen resultaten waar doorsnee beleggers van watertanden en zijn dus graag gezien bij vergrijzende pensioenfondsen die over hun dekkingsgraad struikelen.
Bovendien blijken zwerffondsen in het geheel niet verantwoordelijk te zijn geweest voor de speculatieve wildgroei van het afgelopen decennium. Dat zijn huis-, tuin- en keukenbanken geweest zoals de Royal Bank of Scotland, Société Générale en, hier te lande, ABN Amro. Met veel geleend geld, soms wel tot dertig à veertig keer het eigen vermogen tegen twee à drie in het geval van zwerffondsen, duwden zij markten in de richting van de eigen speculatieve posities. Maar ja, nationale kampioenen demoniseren, dat doen de heren politici niet graag, nauw verweven als economische en politieke elites nu eenmaal zijn. Waarom de volkswoede dan niet gericht op die onbekende en onbeminde zwerffondsen van Anglo-Amerikaanse snit?
Daar is twee weken geleden het al even onzinnige Duitse speculatieverbod bij gekomen. In een poging de markten te temmen heeft de Duitse staat het shorten van bankaandelen en het kopen van 'naakte’ faillissementsverzekeringen op staatsleningen verboden. Alsof Duitsland enige rol speelt in deze markt. En alsof beleggers in faillissementsverzekeringen Griekenland in de problemen hebben gebracht. Maar wat doen de feiten ertoe als de legitimiteit van staten op het spel staat? En dus tamboereren politici in het zog van de Griekse crisis om het hardst op het thema van de malicieuze speculant die schaamteloos gokt op het bankroet van staten en banken. Het is een oud thema met racistische boventonen, gebaseerd op een fragiel onderscheid tussen 'echt’ en 'speculatief’. Het eerste is goed, het tweede slecht omdat het nutteloos zou zijn en zou lijken op gokken.
Wie ook maar een beetje verstand heeft van beleggen weet dat dit onderscheid onhoudbaar is. Ten eerste omdat 'echte’, lange-termijnbeleggers al lang niet meer bestaan. Ook brave pensioenfondsen verversen hun portefeuille in steeds hoger tempo. En ten tweede omdat 'speculanten’ wel degelijk belangrijke rollen vervullen. Zij zorgen voor liquiditeit, waardoor andere beleggers goedkoper hun posities kunnen afdekken. En zij perfectioneren de informatievoorziening op markten doordat zij afwijkende posities innemen. Zonder beleggers die 'short’ gaan, kent de markt alleen positieve informatie, waardoor de kans op onverwachte schokken toeneemt en markten wispelturiger worden.
De commissie-De Wit herhaalde het begin mei nog eens: politici hebben geen benul van financiële markten. En onder condities van onwetendheid tiert obscurantisme welig. Als het om financiële markten gaat, bekennen onze volksvertegenwoordigers zich tot een christelijke metafysica die speculatie net als masturbatie, herenliefde en drugsgebruik voor zondig houdt. Nog even en we mogen ook geen varkensvlees meer eten.