Zonnewiel (1)

Uit het interview met CP'86-voorman Martyn Freling in De Groene van 12 juni blijkt dat hij een symbool gebruikt waarvan hij de herkomst kennelijk niet kent. Abusievelijk noemt hij het een Keltisch kruis. Het Keltisch kruis is de benaming van een bepaald soort grafsteen dat in Ierland wordt gevonden. Het stamt uit de tijd dat de Ierse Kelten al tot het christendom waren bekeerd. De grafsteen bestaat uit steen en is niet rond, er hoort nog een heel stuk onder. Frelings hanger is dus geen Keltisch kruis.

Als we de buiten de ring vallende uiteinden van het kruis weglaten, krijgen we een symbool dat wel bekend is. In Das Buch der Zeichen und Symbole (1972) staat het volgende: ‘Das vierspeichige Radkreuz: Altes vorchristliches Licht- und Sonnensymbol (bei asiatischen Volkern wie bei Germanen); in der christlichen Kunst wird es das Zeichen der leben- und lichtbringenden Herrschaft Christi uber die Welt.’ Frelings hanger is dus veeleer een Germaans symbool.
Verder beweert de heer Freling dat het af en toe in Drenthe wordt opgegraven. De Kelten zijn echter nooit ten noorden van de grote rivieren in Nederland geweest. In de volgende zin beweert hij dat het een religieus teken van het Strijdhamervolk was. Wat bedoelt hij nu? Het Strijdhamervolk leefde in de late steentijd en het is absoluut niet een andere naam voor de Kelten, die pas veel en veel later hun intrede in Europa maakten. De Kelten gebruikten trouwens geen strijdhamers.
Het is heel merkwaardig dat iemand die een dusdanig enge vorm van remigratie, cultuur- en territoriumvorming voorstaat, kiest voor een Keltisch symbool, terwijl de Kelten alom worden gezien als het eerste echte Europese volk. Zo ongeveer het allerlaatste waar de Kelten voor staan is een 'typisch Nederlandse cultuur’. Naar mijn idee wordt door de heer Freling het woord Kelten gebruikt omdat dit volk de laatste jaren in de aandacht staat en vooral bekend is om de prachtige sieraden. Hij ontwijkt zo, ten onrechte, het besmette woord Germaans.
Hopelijk draagt deze reactie ertoe bij dat men inziet dat de heer Freling kennelijk niet eens zijn eigen cultuur en geschiedenis kent. Door zoveel aantoonbare fouten in een alinea te maken, wordt het duidelijk dat hij niet weet waar hij het over heeft. Gelukkig slaagt de heer Freling er op deze wijze in zichzelf belachelijk te maken.
Amsterdam, M. C. (Naam en adres bij redactie bekend)