Economie

Zonnig

Het was deze week uitgebreid in het nieuws: vrijwel alle seinen staan op groen voor de Nederlandse economie.

Dertien van de vijftien indicatoren op het ‘conjunctuurdashbord’ van het CBS wijzen op een hoogconjunctuur. Het bbp groeit, de werkloosheid neemt af, het consumentenvertrouwen is positief, woningprijzen stijgen. U las op deze plek nooit een positieve column over onze economie het afgelopen jaar. Wordt dat nu niet eens tijd?

Ik ga u teleurstellen. Het herstel is echt, maar het opwaartse pad loopt dood, als ik me niet vergis. De financiële fundering van het herstel is niet solide; ze is juist uiterst fragiel. Het verschil tussen fragiele groei en robuuste groei vind je niet terug in het bbp, de werkloosheid, of het consumentenvertrouwen. Het CBS heeft geen fragiliteitsdashboard.

Op zo’n dashboard zou je kunnen aflezen hoe de groei gefinancierd wordt. In iedere economie die groeit, wordt geleend. Dat geeft niet, zolang de leningen bedrijven helpen om inkomen te genereren, waaruit de lening afbetaald kan worden. Het financieren van groei door bedrijfsinvesteringen is dus in de regel een robuuste basis voor voortgaande groei.

Financiële fragiliteit ontstaat wanneer er wel geleend wordt, maar niet door bedrijven om te investeren in ons vermogen om inkomen te genereren. U voelt het al aankomen: in die situatie zitten wij. Kijk naar de toename van bankleningen aan bedrijven in de reële sector (voor de fact checkers: dat is DNB tabel 5.2.1). Die toename is er niet; sinds de laatste recessie in 2012 nam de omvang van uitstaande bankleningen aan niet-financiële bedrijven in de private sector af, van 311 miljard euro naar 298 miljard euro. Logisch, denkt u misschien. Na een schuldencrisis moet je schulden afbouwen. Het is dan ook niet vreemd dat de productie in Nederland nog steeds afneemt. Dat is, naast de zeer lage rente, een van de twee indicatoren op het CBS-dashboard die níet positief zijn. De BV Nederland heeft een raar verdienmodel: wel meer besteden, maar niet meer produceren.

We groeien financieel scheef en dat eindigt doorgaans met tranen

Kijk dan naar bankleningen aan huishoudens, waarvan het leeuwendeel uiteraard hypotheken zijn. Die namen wel toe, van 368 miljard euro in januari 2012 naar 417 miljard euro vorige maand. Anders gezegd: vier jaar geleden hadden banken nog twintig procent meer leningen aan huishoudens uitstaan dan aan bedrijven. Nu is dat veertig procent meer. Ik noem het maar even mijn ‘fragiliteitsindex’, die dus sterk toeneemt. We groeien financieel scheef en dat eindigt doorgaans met tranen.

Want als economen één ding uit de crisis geleerd hebben, dan is het dat een toename van huishoudschulden heel, heel gevaarlijk is. Er zijn inmiddels talloze studies die laten zien dat landen die hieraan lijden meer kans op een bankencrisis hebben dan gemiddeld, en dat op die crisis een langere recessie volgt. Nederland was kampioen huishoudschulden vóór de crisis, en we maakten inderdaad een keiharde bankencrisis door, en twee recessies, en zeven jaar stagnatie. We komen daar nu uit door hetzelfde pad van fragiele groei op te gaan dat we vanaf midden jaren negentig bewandelden: wel veel meer gaan lenen, niet veel meer gaan produceren. Ik word er niet blij van.

En voor wat het waard is: ik ben de enige niet. In het Nederlandse debat zijn deze kanttekeningen vrijwel niet te vinden. Maar over de grenzen hoor ik veel zorgen over de fragiliteit van het mondiale herstel. De Bank of International Settlements (BIS), de club van centrale banken, sprak bij haar laatste kwartaaloverzicht in april van ‘een ongemakkelijke rust’ in de wereldeconomie, niet van stabiliteit. En ze waarschuwde voor de toename van schuld wereldwijd, die groter is dan de toename van inkomen. Kortom, ze waarschuwde voor toenemende financiële fragiliteit. We zouden daar goed naar moeten luisteren, want Nederland groeit nu slechts doordat de wereldeconomie aantrekt.

Janet Yellen, president van de Federal Reserve, deed afgelopen vrijdag hetzelfde. Ze waarschuwde dat de voortdurende lage rente de financiële stabiliteit aan het ondermijnen is. Ook onze eigen Klaas Knot zei onlangs nog dat huishoudens wel twee keer moeten nadenken voordat ze gaan lenen vanwege de lage rente.

We doen dat nu toch, en we genieten van de extra banen en bestedingen die dat voortbrengt. Over het wankele financiële fundament van die groei lees ik in de Nederlandse media eigenlijk niets. We zijn best tevreden met onszelf, en ik zou daar natuurlijk graag in meegaan, want het voelt goed. Echt, ik beloof u een zonnige column – maar pas als mijn fragiliteitsindex gaat dalen.