President van Brazilië coort scepsis en lof

Zoon van het volk

Hoe lang is het Luís Inácio da Silva nog gegeven als president van Brazilië? Internationaal oogst de gewezen metaalarbeider Lula niets dan lof, maar in eigen land groeit het ongeduld, ook binnen Lula’s Partido dos Trabalhadores.

Bijgestaan door onder meer Michail Gorbatsjov en de Argentijnse president Néstor Kirchner opende de Braziliaanse president Luís Inácio da Silva, beter bekend als Lula, verleden week in São Paulo de 22ste Socialistische Internationale. Hoewel Lula’s Partido dos Trabalhadores (PT) formeel geen deel uitmaakt van de grote rode familie (de partij beslist volgend jaar of ze tot toetreding tot de Internationale overgaat), stond de door de Portugese ex-premier Guterres voorgezeten vergadering wel nadrukkelijk in het teken van het nieuwe Braziliaanse model. Want terwijl links vrijwel overal ter wereld op de rug ligt te spartelen, is het Brazilië van Lula een baken van hoop en vernieuwing. Nu de meeste Europese socialisten berouwvol terugkijken op hun korte maar heftige flirt met de Derde Weg, brengt Lula licht in de duisternis die met de komst van George W. Bush in het Witte Huis over de wereld is gaan heersen. Het thema van de bijeenkomst in het Trans America Expo Center in São Paulo luidde: «De terugkeer van de politiek: voor een rechtvaardige en verantwoorde globalisering — geleid door de volkeren» en had een hoog Lula-gehalte.

Het verhaal van Lula is dan ook een soort socialistische jongensdroom. Straatarm ter wereld gekomen in de barre omstandig heden van de sertão van Noordoost-Brazilië, was de kans dat hij ooit president zou worden van de grootste economie van Zuid-Amerika minder dan één op de tweehonderd miljoen. Dat Lula daar toch in is geslaagd, is een ontkenning van de bittere realiteit van Brazilië, waar meer dan vijftig miljoen mensen onder de armoedegrens leven en anno 2003 volgens een voorzichtige berekening meer dan zes miljoen kinderen leiden aan ernstige ondervoeding.

In haar proefschrift over het wonder van Lula, getiteld Filho do Brasil (Zoon van Brazilië), waagt de Braziliaanse journaliste en historica Denise Paraná een psychoanalytische benadering van het leven van Luís Inácio da Silva. Volgens Paraná is de tomeloze energie van Lula om zich te ontworstelen aan de ijzeren wetten van de onderklasse het gevolg van een oedipaal complex. Geboren op 27 oktober 1947 in Pernambuco, het allerarmste district van Noordoost-Brazilië, leed de kleine Lula zwaar onder zijn tirannieke vader, Aristides da Silva, arbeider en alcoholist. Een maand voor Lula’s geboorte vertrok zijn vader met een minnares naar São Paulo om daar zijn geluk te beproeven. Pas vijf jaar later werd de familie in de grote stad in het zuiden weer herenigd. «Het leven van Lula en zijn familie is zo exemplarisch voor de onderkant van de Braziliaanse samen leving dat het, wanneer het zou worden verwerkt in een roman, als één groot cliché zou worden afgewezen», aldus biografe Paraná. Terwijl hij zijn moeder aanbad, haatte Lula zijn vader, die hem en zijn broers op alle manieren mishandelde en bovendien nooit genoeg verdiende om zijn gezin te onderhouden. Paraná: «Lula moest de vaderlijke autoriteit vernietigen om die te vervangen door zijn eigen autoriteit, een nieuw doel van hem en de zijnen. Dit doel heeft hij altijd onvermoeibaar nagestreefd. Door zijn vader voorbij te streven, veranderde hij op radicale wijze zijn lot. De kans was groot dat hij net zoals zijn vader zou eindigen, net zoals de meeste Brazilianen van zijn afkomst.»

De vader van Lula overleed in 1978 en werd begraven in een armengraf in São Paulo, zonder dat een van zijn kinderen aanwezig was. In zijn politieke loopbaan verzweeg Lula zijn vader altijd zorgvuldig. Verleden jaar, tijdens de campagne voor de presiden tiële verkiezingen, barstte hij tijdens een tv-interview nog in huilen uit toen hem naar zijn vader werd gevraagd. Pas zeer recent ging Lula over tot publieke vergiffenis van de man die zijn jeugd tot een hel had gemaakt. «Ik vergeef hem», zei hij toen. «Hij heeft me in ieder geval de spermatozoïde gegeven waaruit ik geboren ben.» Voor zijn moeder, Eurídice Ferreira de Mello, ofwel dona Lindu, heeft Lula daarentegen altijd de grootste bewondering gehad. Vooral voor de wijze waarop zij uiteindelijk met haar tirannieke echtgenoot gebroken had en in haar eentje acht kinderen opvoedde, zonder haar man ooit nog te zien. «Mijn moeder gaf alles op en ging weg», vertelde Lula. «In mijn ogen was dat een geval van uitzonderlijke moed. Ze liet zien dat het mogelijk is te overwinnen.»

Op de dag dat hij met ruim 52 miljoen stemmen werd verkozen tot president van Brazilië vierde Lula zijn 57-ste verjaardag. Zelden heeft Brazilië een feestelijker dag gekend. In de grote steden gingen de inwoners van de favela’s massaal de straat op om de komst van hun messias te vieren. De overwinning van Lula was in hun ogen een wonder, en zij verwachtten dan ook wonderen van de kleine man uit Pernambuco.

Inmiddels is dat enthousiasme onder de bevolking aanzienlijk geslonken. Na tien maanden te hebben geregeerd is de populariteit van Lula voor het eerst aan het afnemen. Nog altijd verklaart 47 procent van de Braziliaanse bevolking zich een voorstander van zijn regering, maar dat was in het extatische begin aanzienlijk meer, bijna driekwart van de gehele bevolking. Inmiddels zegt iets meer dan twintig procent van de ondervraagden geen vertrouwen meer in Lula te hebben. Onder hen veel dissidenten van Lula’s eigen Partido dos Trabalhadores.

Tegenwoordig komt de lof vooral uit het buitenland. Uit de handen van de Spaanse koningin ontving Lula eerder dit jaar de prestigieuze Premio Príncipe de Asturias voor zijn campagne tegen de armoede, meer in het bijzonder voor zijn plan Fome Zero (Honger Nul) dat erop gericht is binnen acht jaar een einde te maken aan de ondervoeding van het vijftig-miljoen-koppige lompenproletariaat in zijn land. Lof kwam ook uit de mond van IMF-directeur Horst Köhler, die verklaarde «diep onder de indruk te zijn van de prestaties van president Lula». Het IMF is met name verheugd dat Lula erin is geslaagd de neergaande spiraal van de kolossale Braziliaanse schuldenlast (meer dan 250 miljard dollar in totaal) te doorbreken. De ondergang van de Braziliaanse economie zou niet alleen dramatische consequenties hebben voor het Latijns-Amerikaanse continent, maar zelfs de gehele wereldeconomie met zich mee de afgrond in kunnen trekken. De verleden maand gepresenteerde prognose van de Centrale Bank van Brazilië voor het laatste kwartaal van 2003 overtrof alle verwachtingen. Door fors te snijden in de overheidsuitgaven en de rente te verlagen, wist Lula de al zeven jaar woekerende inflatie van de Braziliaanse real te keren. Terwijl de fanatieke factie van de Bush-regering bij het aantreden van Lula nog profeteerde dat dit het begin was van het einde van de vrije-markteconomie in Zuid-Amerika, toont Lula zich juist een grote steunpilaar van die handel.

De ideologen van het Bush-tijdperk verkondigden eerder dat de komst van president Lula een stap naar uitbreiding van de marxistische dictatuur in Zuid-Amerika zou betekenen. Lula zou een verbond aangaan met de marxistisch-leninistische rebellen van de Farc in Colombia, zou «een as van het kwaad» vormen met Castro in Cuba en Chávez in Venezuela en zou de economie van zijn land met rasse schreden naar de ondergang leiden. Niets van dit alles is gebeurd. Vandaar dat de grote banken van Wall Street Lula inmiddels ook als knuffeldier hebben gevonden. Het IMF heeft zelfs al ruimhartig nieuwe grote leningen voor Brazilië in het vooruitzicht gesteld.

Voor de fanatieke factie van Lula’s Partido dos Trabalhadores is die Amerikaanse lof een veeg teken. De kritiek is dat Lula zich te veel gelegen laat liggen aan het monetaire korset van de Wereldbank en te weinig tegenwicht biedt aan het Bush-model. Lula heeft zich bij zijn traditionele achterban niet populair gemaakt door te snijden in pensioenvoorzieningen en salarissen in de publieke sector. Vandaar dat de in Brazilië uitgegeven versie van de oude Russische partijkrant Pravda onlangs kwam met de beschuldiging dat Lula in de zak van de CIA zit. Hetgeen een belachelijke aantijging mag heten. Lula heeft zich een kundig evenwichtskunstenaar getoond. Hij heeft George W. Bush gerustgesteld, maar koestert tegelijkertijd vriendschappelijke banden met de door het Witte Huis verfoeide Castro en Chavez, met wie hij in de ogen van de Venezolaanse leider «de as van het goede» vormt. Tegelijkertijd heeft hij de Amerikaanse druk om te participeren in de pan-Amerikaanse vrijhandelszone Alca weten te weerstaan, en gooit hij alle kaarten op de uitbouw van de Mercosul, het Latijns-Amerikaanse alternatief van Alca, er juist op gericht om het lot van Zuid-Amerika als de achtertuin van Washington te veranderen. Met Rusland, China en India kwam Lula tot een economisch «noodakkoord». Hij regelde dat het in ernstige crisis verkerende Bolivia 52 miljoen dollar aan staatsschuld kwijtgescholden kreeg en stuurde speciale adviseurs naar Bolivia om de rust in het land te doen wederkeren. In onderhandeling met Rusland, China, India, Engeland, Frankrijk, Duitsland, Japan, Portugal en Spanje werkt Lula aan een permanente plek van Brazilië in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Opmerkelijke prestaties voor een regering die nog maar tien maanden aan de macht is. Toch gaat het de dissidenten in de PT niet hard genoeg. De eerste stakingen zijn alweer begonnen. Veel wordt ook geklaagd over het Fome Zero-programma, waarin de staat te weinig zou investeren om de gedane beloftes daadwerkelijk gestand te doen. Voor de Portugese Nobelprijswinnaar in de literatuur José Saramago — zelf van de gestaalde kaders van de communistische partij van zijn land — was de dreigende rebellie tegen Lula vorige maand bij een bezoek aan Brazilië aanleiding om het voor de Braziliaanse president op te nemen. Saramago zei tijdens een redevoering in São Paulo dat er geen wonderen van Lula moeten worden verwacht. Hij hield de Brazilianen het schrikwekkende voorbeeld voor van het zogeheten «sebastionisme» dat zijn land eeuwen lang had verlamd, vernoemd naar koning Sebastião, de jonge dwaze vorst uit zestiende-eeuws Portugal die roemloos ten onder ging tijdens een kruistocht in Marokko. «De Portugezen hebben toen nog eeuwen op de wederkomst van deze messias gewacht, en dat heeft hun geen goed gedaan», hield de schrijver het Braziliaanse gehoor voor. «Men mag van geen enkele man wonderen verwachten, zelfs al heet deze man Lula.» En: «Lula doet zijn werk goed, maar Brazilië is geen geïsoleerde planeet waar problemen los van de rest van de wereld kunnen worden opgelost. Er zijn verplichtingen met de internationale gemeenschap, met betrekking tot de schuldenlast, en dit alles kan niet met een toverformule uit de wereld worden geholpen.»

Binnenkort vertrekt Lula weer voor een internationale triomftocht, ditmaal naar Afrika, waar hij de voormalige Portugese koloniën Mozambique en Angola zal aandoen, alsmede Namibië en Zuid-Afrika. Ook daar zal hij als een inspirator van de Nieuwe Tijd worden binnengehaald. Er zit nu eenmaal iets magisch in het leiderschap van Lula. Zijn regering is op mondiale schaal het enige tegenwicht van formaat tegen het gesloten, in zichzelf gekeerde neoliberalisme van de school van George W. Bush. Lula’s minister van Cultuur, de legendarische muzikant Gilberto Gil, riep bij een recent bezoek aan Europa de wereld al op tot «cultureel verzet» tegen het alles verstikkende culturele bijproduct van de war on terrorism. Gil, net als Lula ooit politiek gevangene tijdens de militaire dictatuur in zijn land, heeft als doel de wereld te reanimeren met «diversiteit». Symbolisch was zijn optreden in het gebouw van de Verenigde Naties in New York, waarbij Kofi Annan demonstratief plaats nam achter de Afrikaanse trommel. Symboolpolitiek, inderdaad, maar wat een opluchting in vergelijking met de apocalyptische dimensies van de wereld sinds 11 september 2001.

Internationaal zal Lula de komende tijd de ster van de hoop blijven. Maar zijn echte test zal hij binnen de Braziliaanse grenzen moeten ondervinden, vooral in de verre binnenlanden, waar slavernij en terreur nog hand in hand gaan. Verleden maand werd Brazilië nog opgeschrikt door de moord op een boerenleider die net met vertegenwoordigers van de Verenigde Naties had gesproken over de activiteiten van de zogeheten doodseskaders in Paraíba, gelegen in Lula’s geboortestreek Pernambuco. De VN-delegatie was op bezoek in Brazilië ter controle van het naleven van de mensenrechten. Delegatieleider Asma Jahangir toonde zich na de inspectiereis geschokt. «Verschrikkelijk, verschrikkelijk, verschrikkelijk», was de eindconclusie van de VN-rapporteur.

Tot overmaat van ramp begint ook het leger van Brazilië, traditiegetrouw een bron van potentiële staatsgrepen, zich te roeren over gebrek aan financiële middelen. Onlangs moest Lula alle zeilen bijzetten om muiterij bij de troepen te voorkomen. Daarnaast begint de werkloosheid dramatisch op te lopen. Alleen al São Paulo telt twee miljoen werklozen, twintig procent van de werkende bevolking in die stad. De anti-Lula- krachten, nationaal en internationaal, kunnen veel materiaal putten uit die alsmaar toenemende misère.