Zorglijk

In de verkiezingscampagne moet het over de zorg gaan. Niet alleen omdat het onze gezondheid raakt, maar ook omdat het gaat over solidariteit en tot in welke mate we daarvoor willen betalen. En kunnen betalen.

Medium denhaag 25 2012

Ja, in de komende verkiezingscampagne moet het gaan over Europa, de euro en de vraag of een politieke unie de oplossing is en of daar voldoende draagvlak voor is in de samenleving. En ja, in de verkiezingscampagne moet het ook gaan over de economie, hoe die uit het slop kan worden gehaald en of het financieringstekort daar even voor omhoog mag.

Maar in de komende verkiezingsstrijd moet het zeker ook gaan over de zorg, de welhaast niet te bevatten stijging van de kosten daarvan en de vraag hoe die te beteugelen. Wie denkt dat de discussies over Europa of de economie al ­ingewikkeld zijn, moet diep ademhalen: de discussie over de zorgkosten kan zich daar met gemak mee meten.

Toen de voorzitter van de ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte, Richard van Zwol, in zijn advies aan politieke partijen en een nieuw kabinet afgelopen vrijdag liet zien hoe de begroting van de Nederlandse overheid stabieler kan worden gemaakt, had hij voor één van de aandachtspunten drie woorden nodig: zorg, zorg, zorg. Om de omvang van het probleem te schetsen: als er niets verandert, gaat in 2040 van de rijksbegroting veertig procent naar de zorg; dat betekent dat tegen die tijd elke werkende Nederlander bijna de helft van zijn inkomen kwijt is aan zorg. Bedenk wat dit betekent voor de eigen portemonnee en iedereen snapt dat dit niet kan.

Wie zegt ‘tijd genoeg, dat is pas over 28 jaar’, moet even denken aan de rollator. Jarenlang heeft de politiek gepraat over de vraag of de rollator uit het basispakket van de ziektekosten­verzekering kon worden gehaald. Toen de discussie erover opkwam, was het vloeken in menige politieke kerk als je zei dat ouderen een rollator best zelf kunnen betalen, jongeren betalen hun fiets tenslotte ook uit eigen portemonnee. Maar pas nu, in het Lenteakkoord, is de knoop erover doorgehakt.

Een rollator, waar heb je het over! Daarmee win je de strijd tegen de stijgende zorgkosten echt niet. De discussie moet fundamenteler, want de ingreep in de kosten moet rigoureuzer. En dan blijkt nog eens extra duidelijk hoe complex deze is.

In adviezen die met het oog op de verkiezingen nu op tafel komen, wordt geschreven dat ‘de zorg terug moet naar de kern’, dat alleen ‘gepaste zorg die noodzakelijk is’ nog uit ziektekostenpremies en belastingen mag worden betaald. Maar wat is gepaste en noodzakelijke zorg, wie bepaalt dat? Dat dit een welhaast onmogelijke discussie is, blijkt uit de verzuchting van een aantal politici. Daar hebben we het al over sinds ‘de trechter van Dunning’, zeggen ze dan. Vergeleken bij die trechter is de rollatordiscussie nog jong, de cardioloog Ad Dunning kwam al in 1991 met zijn trechter. Die telde vier zeven, waarvan de eerste zeef de vraag was of de zorg noodzakelijk was. Toen al: wat is noodzakelijk?

VVD-minister Edith Schippers van Volks­gezondheid heeft vorige week een boekje (pdf) op de website van haar ministerie laten zetten met de titel De zorg, hoeveel extra is het ons waard? Het is bedoeld om de discussie aan de Nederlandse keukentafels op gang te krijgen, omdat Schippers wil voorkomen dat net als bij de verhoging van de AOW-leeftijd de bevolking te laat doorheeft dat er iets moet gebeuren. Goed idee? Ze is er wel laat mee, zeggen haar opponenten in Den Haag, ze zit daar toch al bijna twee jaar. Want ja, het blijft wel politiek, natuurlijk.

Het boekje van Schippers legt de lezer concrete vragen voor. Kiest u maar! Neemt u uw oude moeder in huis als zij hulpbehoevend wordt? Vindt u dat er een extra eigen bijdrage kan worden gevraagd voor de behandeling van longkanker van iemand die heeft gerookt? Moet een second opinion worden vergoed?

De vragen verwijzen al naar mogelijke kosten­besparende maatregelen. Stel dat een politieke partij zou pleiten voor een zorgplicht van kinderen voor hun ouders of voor het zelf betalen van zorgkosten voor wie ongezond leeft? Dat zou de discussie lekker concreet op scherp zetten.

Het verhogen van het eigen risico in de zorg, een maatregel uit het Lenteakkoord waarover de Tweede Kamer deze week urenlang debatteerde, verbleekt daarbij. Toch speelt ook daarbij al meer mee dan alleen de wissel die ziek zijn dan trekt op iemands inkomen. De politieke partijen die instemmen met een hoger eigen risico zeggen feitelijk dat we te makkelijk voor het minste of geringste naar specialist, fysiotherapeut of andere zorgaanbieder gaan. Dat wordt echter liever niet hardop zo benoemd, zeker niet in verkiezingstijd.

Behalve de kritiek dat VVD-minister Schippers rijkelijk laat is met haar boekje is er nog een ander kritiekpunt vanuit de hoek van haar politieke tegenstanders. Nergens gaat het in dat boekje over de perverse prikkels die artsen, ziekenhuizen en farmaceuten krijgen door het huidige financieringssysteem in de zorg. Eenvoudiger gezegd: vaak opereren is lucratief voor hen. Vooral dotter- en herniaoperaties schijnen nogal eens onnodig te worden verricht. Wie zijn dan eigenlijk degenen die de zorgkosten omhoog stuwen?

De keuzes aan onze keukentafels zijn bij uitstek politiek. Meer of juist geen marktwerking voor ziekenhuizen? Artsen in loondienst of niet? Een hoog eigen risico, een inkomensafhankelijk eigen risico of helemaal geen eigen risico? Meer voor elkaar zorgen als we hulpbehoevend zijn, ons daarvoor collectief verzekeren of individueel daarvoor sparen?

Nog niet alle verkiezingsprogramma’s zijn gepubliceerd, dus goed vergelijken kan nog niet. Maar in de campagne moet het over de zorg gaan. Niet alleen omdat er veel geld mee is gemoeid en het onze gezondheid raakt, maar ook omdat het gaat over onderlinge solidariteit en tot in welke mate we daarvoor willen betalen, over de mens- en maatschappijbeelden die achter de keuzes zitten en hoe die onze levens zullen beïnvloeden.