Zotheid

Pleur op, zou Mark Rutte willen zeggen tegen Turken die zich misdragen. Maar dat kan hij niet zomaar doen. De politiek staat vrij machteloos tegenover de spanningen in de Turkse gemeenschap.

De mens Mark Rutte had als eerste reactie: ‘Pleur op.’ Op z’n Haags uitgesproken. De minister-president Mark Rutte was genuanceerder. Turken in Nederland kunnen hier niet de vrijheid om te demonstreren gebruiken om tegen een journalist en cameraman van de nos die verslag doen van de demonstratie agressief te roepen: ‘Rot op.’ Niks selectief winkelen in Nederlandse wetten en waarden, hier geldt ook persvrijheid.

Tijdens de laatste uitzending van het vpro-programma Zomergasten liet Rutte zondag de reportage zien die nos-verslaggevers in juli proberen te maken als in Nederland wonende Turken in Rotterdam met veel vlagvertoon na de mislukte coup in Turkije hun aanhankelijkheid aan president Recep Tayyip Erdogan tonen. De reportage eindigt met beelden van voeten op straat: de cameraman heeft zijn camera laten zakken, omdat de demonstranten hem het werk onmogelijk hebben gemaakt.

vvd-Kamerlid en partijgenoot van Rutte, Han ten Broeke, vindt het de ironie ten top dat er uitgerekend op de Erasmusbrug een dag later weer een demonstratie is. Erasmus, de auteur van Lof der zotheid, het boek dat al begin zestiende eeuw de spot dreef met geloof, kerkelijke leiders, vorsten (wat nu presidenten en premiers zouden zijn), kooplieden en wetenschappers. Satire die door de Turkse demonstranten van nu niet op prijs wordt gesteld.

De demonstratie op de brug laat zien hoe verbonden veel in Nederland wonende Turken zich voelen met ‘hun’ vaderland en ‘hun’ president. Voor anderen in Nederland is dat schrikken: de Turken in Nederland, die ‘deden het toch goed’ vergeleken bij de Marokkanen? Hun integratie is mislukt, vindt Rutte. Hij heeft het daarom zondag bewust over Turken in Nederland, waarmee hij een onderscheid maakt met Turkse Nederlanders, die volgens hem wel geïntegreerd zijn in de Nederlandse samenleving.

Sinds die demonstratie op de Erasmusbrug weten we inmiddels van aanhangers van Erdogan en zijn AK-partij die in Nederland aanhangers van Fethullah Gülen, volgens Erdogan het brein achter de coup, bedreigen en intimideren, en van een eerste arrestatie afgelopen maandag in verband daarmee. We weten van kinderen die van scholen worden gehaald omdat het Gülen-scholen zouden zijn. Van een brief van de Turkse consul aan Nederlandse burgemeesters over hoe om te gaan met Turkse demonstranten. Van een lijst van het Turkse staatspersbureau aaa met namen van instanties in Nederland die banden zouden hebben met Gülen. Van een Turks ministerie voor ‘Turken in het Buitenland en Gerelateerde Gemeenschappen’ dat na de coup overlegt hoe sympathisanten in het buitenland te betrekken bij de strijd tegen de gülenisten in die buitenlanden.

Turkije is nodig om de bootjes met vluchtelingen tegen te houden

Pleur op, zegt de mens Rutte. Maar de politicus Rutte en andere politici op het Haagse Binnenhof en daarbuiten staan vrij machteloos tegenover de spanningen in de Turkse gemeenschap en de bemoeienis vanuit Ankara daarmee. Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam nodigde de Turkse consul-generaal uit, maar die kwam niet opdagen. De lijst van het persbureau met de Nederlandse Gülen-organisaties werd door minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders zo ongeveer afgedaan als vrije nieuwsgaring. En telefonisch overleg van Rutte met Erdogan lijkt weinig effect te hebben gehad.

Gevraagd wat ze denken te kunnen doen aan de spanningen in de Turkse gemeenschap stellen de meeste politici een wedervraag: wat zou jij doen? Dat heb ik niet eerder in die mate meegemaakt en ook niet op die enigszins wanhopige toon gehoord. Het gesprek aangaan, wordt als oplossing geopperd. Maar met wie in de Turkse gemeenschap moet worden gepraat? Voor wie spreken die vertegenwoordigers dan eigenlijk, want er zijn zoveel deelgemeenschappen? Hebben ze wel invloed in die gemeenschap? Het lijkt een oplossing uit het verzuilde Nederland van decennia geleden. Waarbij in dit geval nog de vraag meespeelt of aan de gesprekstafel niet iets anders wordt gezegd dan daarbuiten. ‘Wat zou jij dan doen?’

Staak alle gesprekken, is een oplossing die daar juist lijnrecht tegenin gaat, voordat er wordt gepraat moeten eerst alle financieringsstromen vanuit Turkije worden blootgelegd. In juli 2015 is daar in een aangenomen motie van SP en vvd al om gevraagd. Pas nu de spanningen in Nederland oplopen, laat Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken met integratie in zijn portefeuille, dat ook daadwerkelijk uitzoeken. Maar kunnen die geldstromen dan ook echt worden gestopt? Of worden ze dan gewoon verlegd? ‘Wat zou jij dan doen?’

De machteloosheid is er echter vooral omdat Nederland – maar ook Duitsland en andere westerse landen – Turkije nodig heeft. De politiek zit klem. Want, zeggen Haagse politici: Turkije is nodig om de bootjes met Syrische vluchtelingen en andere migranten tegen te houden en de vluchtelingenstroom te reguleren, Turkije is nodig in de strijd in Syrië en de burgeroorlog die daar al jaren woedt, Turkije is lid van de Navo, Turkije heeft een groot leger, Turkije is het enige stabiele land in die regio.

Erasmus schreef in Lof der zotheid: ‘Wat is er zotter dan om welke redenen dan ook een strijd aan te gaan van dien aard dat beide partijen er meer nadeel dan voordeel van ondervinden?’ Weinig is inderdaad zotter, maar om dat in te zien is wel een zekere vorm van zotheid nodig: het mogen bekritiseren, bevragen en belachelijk maken van de macht. Het maakt niet uit of die macht nou wereldlijk of kerkelijk is, of die komt van de media dan wel wordt uitgeoefend binnen een gemeenschap, zoals nu in de Turkse. Bij integreren in Nederland hoort die zotheid.