Zoutekat

In een donker hoekje van ‘Asyl de table’, onder niet brandende schemerlamp met kap in de vorm van de toren van Babel, zit een oude baby de plattegrond van Florence aan stukken te scheuren. Het schepseltje weet duim en wijsvinger al aardig uit elkaar te houden. Met een korte beweging wordt het voorlopig onmogelijk om vanuit de via Cicondaria door te steken naar de piazza San Jacopino.

Ze hebben er een kat, een ijl gecyperde vetzak, die kijkt alsof hij weet hoe eenzame klant smaakt maar daar net geen trek in heeft.
Restaurantbezoeker, in afwachting van Queue de boeuf dipsomane serveert zichzelf voorlopig de truc met uit oude doos opgediept notitieboekje. Wordt willekeurig opengeslagen.
‘De honingkat stoeit met zijn witte rat’, staat er. Berlijnse dierentuin. Doodlopend pad eindigt in schrale waterval met daarboven groen uitgeslagen Leda en door de wol geverfde zwaan. Aangename geur van land- en waterrot. Ze hadden er ook een Salzkatze. Staat hier. Azzotiation ontbreekt. Dat hij wit was is waarschijnlijk, of zacht zoutgrijs zoals ze het opscheppen in Bretagne (30 kg uit 1 kubieke meter).
Bereiding in principe hetzelfde als honingkat.
Aan het begin van de winter Katze van vel ontdoen. Organen verwijderen, vullen met Bretons of Baltisch (op de Gedimini Prospekt 27 in Vilnius, Litouwen voor zes cent per kilo) zout. Stevige boodschappentas halfvol storten met zout. Kat erin. Opvullen tot de rand. Wachten op de eerste lentedag en op de ochtend daarvan opeten. Zo doen ze het in Schlaraffenland.