Zoutkaars

Gebruikt ineens iedereen een paar momfluencers om alles wat valt onder inspraak en mondigheid tijdens de eigen zwangerschap te categoriseren als zweefpraat?

We hebben hier in het ziekenhuis alles, zei de gynaecoloog, je moet alleen je zoutkaars thuis laten. Die heb ik niet, zei ik vlug.

Het was, achteraf gezien, geloof ik mijn enige inbreng in het gesprek. Ook was het een leugen, want zo’n zoutkaars heb ik heus wel.

Op de fiets naar huis probeerde ik terug te halen wat me eigenlijk was verteld en hoe ik die dingen moest categoriseren – oorzaken en gevolgen, gevaren, onvermijdelijkheden. Een paar grafieken met golven en steeds, een eindje onder die golven, een kruisje. De beentjes van het kind, het buikje, de lengte, het gewicht: kruisjes die bij lange na al die golven niet haalden, sneue aspirant-surfertjes zonder talent. Er was iets met een infuus, een ballon in een baarmoedermond. Mogelijke ondervoeding, negatieve discongruentie. Ik haal je weg bij de verloskundige, had de gynaecoloog gezegd, je bent vanaf nu medisch.

Veerkracht, dacht ik, mensen met veerkracht hebben de beste kansen, ik had daarover eens een interessant artikel gelezen in The New Yorker. Interessant, dat was een begin, dat is altijd een begin. Bekijk het geheel van bovenaf en denk: interessant. Het was allemaal een kwestie van aanpassen, perceptie, soepel wat nieuwe afslagen nemen…

Natuurlijk besteedde ik alsnog een slapeloze nacht aan Google, speelplaats van ervaringsdeskundigen met horrorverhalen, vergaarbak van wetenschappelijk en pseudo-wetenschappelijk onderzoek. Iets in mij verzette zich tegen de veerkracht, verzette zich hevig als een klein kind dat doodsbang is voor naalden (ik ben een klein kind dat doodsbang is voor naalden). Teleurgesteld in mijn eigen starheid viel ik ’s ochtends vroeg alsnog in slaap, een ondiep poeltje met troebele dromen, zo voor de hand liggend dat ik ze vergat zodra ik wakker was.

Had de gynaecoloog in mij een bepaald type vrouw gezien, met onrealistische idealen en een afkeer van witte jassen?

Zoals dat gaat met zelfinzicht, komt het vaak rijkelijk laat maar wel met de onmiddellijkheid van een sloopkogel. Ik was niet bang maar kwaad. Kwaad op mezelf, omdat ik een incubatietijd van vierentwintig uur nodig had om vragen te stellen die ik meteen had moeten stellen. Kwaad op die hogesnelheidstrein van een gynaecoloog, afkoersend op een eindbestemming waar ik niets van afwist. Kwaad kwaad kwaad op die bloody zoutkaars!

De zoutkaars, dat was een symbool geworden van een bepaald soort vrouw. Het was geloof ik allemaal begonnen met Romy Boomsma, die drie kinderen heeft met Arie Boomsma en een Instagram-business heeft gemaakt van een soort bohemien-oermoederschap. Naast (paradoxaal genoeg) de aanschaf van eindeloze bergen kinderkleren en woondecoratie hangen daar bepaalde ideeën aan vast over wat natuurlijk en goed is: veel draagzakken, veel borstvoeding, landelijke omgeving, op maat gemaakte scholing en, voorafgaand aan dit alles: een bevalling met zo min mogelijk interventies. Later had Rens Kroes ook nog iets gezegd over haar thuisbevalling met zoutkaars. Haar uitspraken werden prompt de inzet van een kritisch stuk in de Volkskrant, waarin werd gewaarschuwd voor al te zweverige idealen omtrent die zogenaamde oerbevalling, die in veel vrouwen een wantrouwen tegen de medische wetenschap zou uitlokken.

Had de gynaecoloog in mij een bepaald type vrouw gezien, met onrealistische idealen en een afkeer van witte jassen? Maar eigenlijk erger: gebruikte ineens iedereen een paar momfluencers om alles wat viel onder inspraak en mondigheid te categoriseren als zweefpraat en een dedain voor expertise?

In mijn eigen kringen, had ik gemerkt, voerden nuchterheid en een bepaalde nonchalance de boventoon. Alles verloopt toch anders dan je verwacht. Je al te zeer verdiepen in zoiets als een bevalling was niet echt done, je kon wel van alles opschrijven in een geboorteplan, maar dat kon je zo weer uit het raam flikkeren als het eenmaal was begonnen.

Waar het op dit soort onderwerpen aankomt – de vrouw, haar lichaam, dat van haar ongeboren kind – is er plotseling iets raars aan de hand op het terrein van emancipatie. Waar ik altijd heb geleerd me te informeren, mezelf mondig te maken, word ik nu geacht me min of meer van de domme te houden. Interesse in dit onderwerp (een onderwerp dat, as we speak, tegen mijn maag en darmen trapt) wordt gezien als regressie, een stap terug in de tijd – we hadden onszelf hier toch van bevrijd! Het levert een geconflicteerde toestand op waarin de ene bevrijding de andere blokkeert, waarin onder het mom van emancipatie oude seksistische stereotypen worden omarmd: een vrouw die wil weten hoe het zit, wat haar rechten zijn en hoe ze autonoom kan blijven tijdens een bepaald cruciaal moment in haar leven wordt ervan beticht zich bezig te houden met wissewasjes.

Hoewel de taal, ideeën en interesses van de meeste momfluencers niet de mijne zijn, zou ik bij deze een pleidooi willen houden voor de zoutkaars: geeft prachtig licht en werkt ook nog eens zuiverend.