Nationaalpopulisme in Italië

Zoveel vijanden, zoveel eer

In zes jaar veranderde het politieke landschap in Italië ongekend snel dankzij de populist Matteo Salvini van de Lega. Hij zou de economische neergang en ongecontroleerde immigratie maximaal uitbuiten. ‘Hij is de man van de toekomst.’

Op een koude ochtend in februari stapt Luca Traini in zijn zwarte Alfa Romeo 147. Hij is onderweg naar de sportschool in het nabijgelegen Macerata. Met een half oor luistert hij naar de lokale radiozender. Nevelen omhullen de cipressen op de heuvels die hij doorsnijdt. Drie dagen eerder is aan de rand van Macerata een lugubere vondst gedaan. Twee koffers met daarin het aan stukken gesneden lichaam van Pamela Mastropietro, een achttienjarig meisje uit Rome dat in een afkickkliniek in de buurt verbleef. Er wordt melding gemaakt van een aanhouding. De 28-jarige Traini is nu een en al aandacht. Er blijken een paar Nigeriaanse jongens gearresteerd. Een van hen, Innocent Osegale, is als hoofddader in beeld. Er zouden drugs in het spel zijn.

In een reflex maakt Traini rechtsomkeert, terug naar het huis van zijn moeder – waar hij inwoont. Eenmaal thuis rent hij de trap op naar zijn kamer en grist wat spullen bij elkaar, waaronder een Italiaanse vlag en een pistool. ‘Ben je alweer terug?’ roept zijn moeder naar boven. ‘Wat ben je van plan?’ ‘O, niets hoor’, roept hij terug. Momenten later is hij alweer op weg. In de buurt van Macerata houdt hij halt bij een koffiebarretje. Hij loopt naar binnen, bestelt een espresso en drinkt die in één teug leeg. ‘Vandaag ga ik een veelvoudige moord plegen’, zegt hij bij het afrekenen, terloops.

Bij de Conad-supermarkt nabij het centrum vuurt Traini zijn eerste schot op een willekeurige zwarte jongen die de winkel uitkomt. De jongen valt neer op de grond, maar Traini is al verder. Bij een bar, niet ver van de supermarkt, stopt hij kort en jaagt een paar kogels het gesloten rolluik in. Er werd van gezegd dat er gedeald werd. Vervolgens draait hij de rondweg op die het gefortificeerde centrum omringt en slaat rechtsaf een woonwijk in. Ter hoogte van een apotheek ziet Traini een zwarte jongen lopen. Hij vermindert vaart, buigt zich over de passagiersstoel, legt aan, en haalt de trekker over.

Op dat moment krijgt de dertigjarige Felix Felimota een sms. Het is de burgemeester. ‘Schutter gesignaleerd in het centrum van Macerata, blijf binnen. Ik herhaal: blijf binnen.’ Twee jaar eerder, na de grote aardbeving die het stadje trof, had de gemeente een waarschuwingssysteem in het leven geroepen. Macerata is een stadje van zo’n veertigduizend zielen in de regio Marche, ten oosten van de Apennijnen, in het midden van Italië. Het werd gesticht in 1138 en herbergt een van de oudste universiteiten van het land. Op het centrale plein bevindt zich een oude loggia met bogen uit de renaissancetijd. De stad beroemt zich erop open en tolerant te zijn en organiseert elk voorjaar in maart een ‘Europees festival’. Sinds de Libische migratiecrisis van 2013 vangt Macerata barmhartig immigranten op.

Een van hen is Felimota. Zijn leven in een voorstad van de Nigeriaanse hoofdstad Lagos had hem weinig te bieden. Veel mensen uit zijn omgeving beproefden hun geluk in Europa en in het voorjaar van 2016 besloot ook hij het erop te wagen. Hij reisde door Niger en vervolgens Libië in. Hij kende de horrorverhalen uit dit land, maar hij had geluk. Na een paar maanden vond hij een smokkelaar bereid hem voor de helft van de prijs mee te nemen. Felimota en zijn medepassagiers werden door de Italiaanse kustwacht opgepikt en naar een haven in Sicilië gebracht. Vanuit daar ging het met bussen richting het noorden.

In Macerata vond hij een baantje bij een Chinees bedrijf dat rugzakken produceert. In de avonduren repareert hij mobiele telefoons. Op een zeker moment waren er zo’n vierduizend migranten in de stad. Daar zaten er ook tussen die dealden, weet hij. De vraag kwam vooral vanuit de studentenpopulatie. Er waren er die een jointje wilden, anderen vroegen om mdma, cocaïne, of nog zwaarder. Felimota houdt zich daar verre van. Met zijn blauwe pantalon, zijn lamswollen trui en modieuze hoedje oogt hij Italiaanser dan de Italianen zelf. Op de bewuste zaterdagochtend in februari 2018 zit hij thuis in de leegstaande school waar de gemeente hem en een aantal andere migranten heeft ondergebracht.

Een camera bij de apotheek filmt hoe Traini na zijn schot de hoek om gaat en afslaat richting het station. Hier is het drie keer raak: twee jongens en een vrouw – een moeder met kind. En opnieuw zijn ze alle drie zwart. Nu rijdt Traini naar boven, en houdt halt voor het kantoor van de centrumlinkse Partito Democratico (PD). Ook daar vuurt hij een serie schoten op de gevel af. Vervolgens rijdt hij de stad uit. Bij de plek waar het lichaam van Mastropietro is gevonden stapt hij uit en steekt een kaars aan met daarop de afbeelding van Benito Mussolini. Hierop rijdt hij weer terug naar het centrum. Bij het militaire monument, daterend uit de periode van het fascisme, houdt hij halt, wikkelt zich in een Italiaanse vlag, stapt uit en brengt de door Mussolini geherïntroduceerde Romeinse groet. Direct hierop wordt hij door toegesnelde carabinieri overmeesterd. In totaal raakte hij zes mensen, allen zwart. Als door een wonder vallen er geen doden.

Wie was Traini op het moment van de gebeurtenissen? Zijn advocaat Giancarlo Giulianelli, een vijftiger met een zwarte designerbril, omschrijft hem als een ‘simpele jongen’. Foto’s die later van hem opduiken tonen een gezette jongeman met kaalgeschoren hoofd en een ringbaardje. Op zijn rechterslaap heeft hij een runeteken getatoeëerd. Traini was fan van Matteo Salvini, de leider van de Lega die sinds 2013 aan zijn grote opmars bezig is en bekendstaat om zijn harde toon tegen immigranten. Hij beloofde het land ‘straat voor straat, wijk voor wijk, plein voor plein’ te zullen zuiveren. Op YouTube is een filmpje te vinden van een bezoek van Salvini aan Corridonia, Traini’s woonplaats. Traini maakt deel uit van de ordedienst. Vanaf het podium schudt Salvini hem de hand.

Het was in de tijd dat Traini kortstondig lid was van de Lega en zijn naam zelfs op een lokale kieslijst prijkte. Het is niet duidelijk of Traini toen ook al contacten had bij CasaPound en Forza Nuova, actieve neofascistische partijtjes. Wel heeft hij op dat moment al een tatoeage van een Keltisch kruis op zijn arm. Later zouden Mein Kampf en een aantal fascistische tijdschriften bij hem thuis worden gevonden. In de weken na de schietpartij is wel gesuggereerd dat hij ‘iets’ had met Mastropietro. Maar volgens Giulianelli kende hij haar niet. Toen Traini het bericht van haar dood hoorde ‘knapte er simpelweg iets’, zegt hij in een restaurant tegenover zijn kantoor in Macerata, niet ver van de supermarkt waar Traini zijn eerste schot loste. ‘Hij wilde Pamela wreken.’

Een maand later, op 4 maart 2018, zouden de parlementsverkiezingen plaatsvinden. En in de context van een heftig gepolariseerde strijd met immigratie als belangrijkste inzet zou ‘Macerata’ een stuk rood vlees blijken. Salvini hapt als eerste. Hij veroordeelt de daad van Traini lauwtjes (‘degene die schiet is altijd een delinquent’) om direct daarop zijn pijlen te richten op de verdachte Nigeriaan. Wat deed deze ‘worm’ überhaupt nog in Italië, vraagt hij zich af. Hierop valt hij de regerende sociaaldemocraten aan : ‘Het is logisch dat ongecontroleerde immigratie, een invasie als deze, gewild, georganiseerd en gefinancierd als zij is, tot woede onder burgers leidt.’ De linkse politica Laura Boldrini keert het om. De gebeurtenissen in Macerata toonden juist dat haattaal zoals Salvini die gebruikte, gevolgen hebben. Silvio Berlusconi, Salvini’s concurrent op rechts, stelt in navolging van Salvini voor om zeshonderdduizend illegale immigranten uit te zetten.

Immigratie, hoe daar politieke munt uit wordt geslagen, sluimerend fascisme: ‘Macerata’ is in veel opzichten een kristallisatiepunt voor de problemen van het huidige Italië. De journalist Ezio Mauro, voormalig hoofdredacteur van de centrumlinkse krant la Repubblica, wijdde er een boek aan: L’uomo bianco. Toen ik hem dit voorjaar opzocht, in zijn ruime kantoor op de krant, in een buitenwijk van Rome, sprak hij over ‘regressie’, een ‘terugkeer naar een primitieve staat, waar bloed en huidskleur leidend zijn’.

Politiek gezien blijkt ‘Macerata’ een game changer. Op 4 maart behaalde de Lega haar hoogste score: 17,4 procent (bij de laatste verkiezing, in 2013, was ze blijven steken op 4 procent). In Macerata zelf springt de partij van 0,6 naar 21 procent. Zowel Berlusconi als de sociaaldemocraten verliezen fors. Het blijkt de opmaat voor een onwaarschijnlijke coalitie van de Vijfsterrenbeweging en de Lega. Formeel staat de regering onder leiding van de partijloze Giuseppe Conte, en is de Lega junior partner.

Maar al snel wordt duidelijk dat Salvini er de dominante kracht is. Als minister van Binnenlandse Zaken speelt hij zich voortdurend in het nieuws met controversiële maatregelen en wetsvoorstellen. Hij slaat een hoge toon aan tegen de Europese Commissie en schermt met maatregelen die ngo’s die hulp bieden aan immigranten en vluchtelingen op zee het werken onmogelijk maken. Onderwijl is hij permanent op campagne en hamert onvermoeibaar op thema’s als immigratie, veiligheid en nationale soevereiniteit. Dat betaalt uit: bij tussentijdse verkiezingen wint de Lega in de Abruzzen en zelfs in de zuidelijke regio Basilicata. Bij de Europese verkiezingen in mei haalt de Lega 34,4 procent van de stemmen, een ongekende score voor een partij die bij de vorige verkiezingen de kiesdrempel maar net aan haalde. Salvini’s volgende doel? ‘Vervroegde verkiezingen forceren, deze winnen en dan premier worden in een regering die ook numeriek door de Lega wordt gedomineerd’, dat zegt Marc Lazar, als historicus verbonden aan zowel de Luiss-universiteit in Rome als Sciences Po in Parijs, in zijn kantoor nabij de Seine. ‘Salvini is de man van de toekomst in Italië, al staat hij betrekkelijk geïsoleerd in Europa’, zegt hij, verwijzend naar het gesneefde plan om met andere Europese populisten een groep te vormen in het Europees Parlement.

Wat de zegetocht van de Lega vooral laat zien is de ongekend snelle verandering van het Italiaanse politieke landschap: van 4 naar 34,4 procent in zes jaar tijd. Die zegetocht is voor een groot deel te danken aan het politieke instinct van één man: Matteo Salvini. Hij was degene die een marginale, door corruptieschandalen geplaagde lokale partij in een paar jaar tijd wist om te bouwen tot een uiterst succesvolle nationale beweging. Daarmee oogst Salvini veel bewondering, maar tegelijk zorgt zijn opruiende stijl en zijn splijtende retoriek voor veel onrust. Tegenstanders beschuldigen hem ervan te heulen met het fascisme en menen dat hij de grenzen van de liberale democratie opzoekt.

Toen Lega nog Lega Nord was liet Salvini zich filmen terwijl hij zong over ‘luie’ en ‘stinkende’ Zuid-Italianen

Salvini werd in 1973 geboren in Milaan. Zijn vader was ondernemer, zijn moeder vertaalster. Als scholier was hij al actief voor de Lega Nord. Om bij te verdienen bracht hij op een scooter pizza’s rond. Het was de enige baan in de ‘echte wereld’ die Salvini ooit had. Nog tijdens zijn studie trad hij in dienst bij het kantoor van de Lega in Milaan. Voor Radio Padania Libera beantwoordde hij jarenlang vragen van luisteraars. Hier ontwikkelde hij de directe stijl die hem kenmerkt. Salvini leidde de jeugdafdeling in Milaan en ging helemaal op in de partij. Biografen memoreren hoe partijleider Umberto Bossi in het holst van de nacht pleegde te bellen en daarbij en passant het hele gezin Salvini wekte.

De Lega Nord was eind jaren tachtig opgericht primair om het rijke noorden af te schermen tegen wat ze als de bemoei- en graaizucht uit Rome beschouwde. Vanaf het begin omhelsde de partij populistische retoriek. Tegen de Italiaanse overheid (‘Rome de dievegge’), tegen illegale immigranten en tegen zuiderlingen. Salvini liet zich ooit eens filmen terwijl hij zong over ‘luie’ en ‘stinkende’ Zuid-Italianen. De klacht dat het politieke establishment in Rome corrupt en zelfzuchtig was, was gegrond, maar Bossi had zelf ook geen schone handen. In 2012 bleek dat hij op grote schaal overheidsmiddelen had aangewend (onder meer voor de privé-aankoop van onroerend goed). Dat jaar schoven partijbaronnen Salvini naar voren. De Lega Nord was op sterven na dood, maar de nieuwe leider toonde wat Niccolò Machiavelli ooit omschreef als virtù, een combinatie van lef en het vermogen optimaal gebruik te maken van de omstandigheden.

De wereldwijde financiële crisis van 2008 raakte Italië hard en Berlusconi – verwikkeld in corruptieaffaires en seksschandalen – slaagde er niet in de stagnerende economie uit het slop te trekken. Toen het schip in 2011 serieus water maakte gooide ‘Il Cavaliere’ onder Frans-Duitse druk de handdoek in de ring. Zijn opvolger, Mario Monti, voerde haastig een serie impopulaire maar noodzakelijke maatregelen uit. In Italië werd diens beleid ervaren als een dictaat van Brussel. Rond dezelfde tijd begonnen vanuit Libië Afrikaanse migranten en vluchtelingen te komen. Eerst met tienduizenden, al snel met honderdduizenden tegelijk. Hier was de Italiaanse opvangcapaciteit niet op berekend. De bureaucratische molens in Rome werkten traag. Geld dat bedoeld was voor opvang verdween in de zakken van de maffia en corrupte lokale bestuurders. Europese partners reageerden traag of niet.

Economische neergang, ongecontroleerde immigratie, Europa dat de andere kant uitkeek – het was een perfecte storm die Salvini maximaal zou uitbuiten. Maar misschien wel zijn grootste vondst was het schrappen van het woord ‘Nord’. Vanaf nu zou de Lega geen lokale partij, maar een nationale beweging zijn. Niet langer het corrupte Rome, maar het dictatoriale Brussel was de vijand. Niet langer waren zuidelijke Italianen het probleem, maar stelende en dealende Afrikaanse immigranten. Zijn slogan: Prima gli Italiani, Italianen eerst. Aan de oorspronkelijke Lega Nord herinnert eigenlijk nog alleen Salvini’s groene stropdas.

Berlusconi werd groot dankzij de televisie; bewegingen als M5S en de Lega zetten alles in op sociale media. Facebook, Twitter, Instagram, Salvini weet er miljoenen Italianen mee te bereiken. Zijn mediateam, bijgenaamd ‘La Bestia’ (Het Beest), doet gemiddeld tien posts per dag. Daarin worden alle emoties aangeraakt, met hier een foto, daar een emoji of een filmpje. Het begint ’s ochtend vroeg, de politiek en media dwingend te reageren. Stemmingmakerij over migranten en entertainment wisselen elkaar af. In de weken dat ik in Italië was, was er op Salvini’s Facebookpagina een spel gaande waarin je een kopje koffie kon winnen met Salvini, ‘vinci Salvini’, heette dat.

De journalist Eva Giovannini volgde Salvini al toen hij zijn posts nog zelf verstuurde. ‘Het is zeker waar dat algoritmes en spindoctors nu een grote rol spelen’, zegt ze op een terras in Rome, ‘maar je voelt aan alles dat Salvini nog steeds de baas is. Het is zíjn politieke instinct dat Het Beest voortdrijft.’ Giovannini is presentator bij Rai 2 en schreef nog vóór de Brexit Europa anno zero, een analyse van de opkomst van het Europese rechtspopulisme. Ze nipt aan een espresso terwijl ze onophoudelijk het blonde haar voor haar ogen wegveegt. ‘Salvini deed ook al langer wat de meeste Italiaanse politici niet doen, hij spreekt helder en in de taal van de gewone man, zoals wanneer hij het heeft over La pacchia è finita, (de slemppartij is voorbij) – een sneer naar rondhangende migranten.

In de opkomst van de Lega moesten zelfs de traditioneel linkse bolwerken in Toscane eraan geloven. Vorig jaar zomer zorgde de Lega voor een schok door het stadhuis van Pisa te veroveren. Een teken dat de politieke wind in de regio bezig was te draaien was de overwinning van de toen 28-jarige Susanna Ceccardi, die namens de Lega uitkwam in Cascina, een pittoresk stadje even ten westen van Pisa. Ze beloofde illegale Romakampen te slopen, hulpprojecten voor migranten stop te zetten en de jeugdwerkloosheid aan te pakken. Sindsdien groeide Ceccardi uit tot boegbeeld van de Lega en vertrouwelinge van Salvini.

‘Je kunt niet anderen helpen als je zelf niet sterk bent’, herhaalt ze een bekende mantra van de partij als ik haar spreek, op een terras op het centrale plein van Pisa. Ceccardi, gekleed in een dunne witte blouse, een zwarte broek en een zandgele Burberry-sjaal, drinkt met enkele aanhangers een glas. Ze wordt voortdurend onderbroken door fans. Onder hen een Senegalese man met twee kinderen aan de arm. ‘Zie je wel dat wij geen racisten zijn’, zegt ze even later – een verwijt dat Salvini herhaaldelijk treft. Volgens Ceccardi steunen immigranten die al langer in Italië wonen de partij juist. ‘Het gaat ons om illegale immigratie; controle krijgen op de instroom.’

Pisa is vooral bekend vanwege het Piazza dei Miracoli, het betoverend mooie complex waar ook de scheve toren deel van uitmaakt. Maar wie via het station de stad in loopt moet zich een weg banen door een honderdvijftig meter lange jungle van dealers, verslaafden en straatprostituees. Pas daarachter openbaart zich de stad met haar middeleeuwse centrum en gevels in zachte, aardse kleuren. Naast drugsproblematiek is er armoede. Neem bus 5, steek de Arno over, rijd door tot je in cep komt, een uit woonkazernes opgetrokken arbeiderswijk. Heel lang stemden mensen hier communistisch, en toen de pci na de val van de Muur opging in de centrumlinkse Olijfboomcoalitie volgden ze trouw. Maar op de formica terrassen, in de kapsalons en in de pizzeria’s is het nu de Lega wat de klok slaat.

cep is zeker geen tuinstad, een naargeestige banlieue is het evenmin. Het voelt geen moment onveilig en het vuilnis wordt gewoon opgehaald. ‘Er is armoede in Pisa, er zijn problemen met drugs en immigratie, maar van een acute noodsituatie, zoals ze dat bij de Lega doen voorkomen, is geen sprake’, zegt David Allegranti op de redactie van de rechtsliberale krant Il Foglio in Rome. Allegranti, auteur van een boek over de opkomst van de Lega in Pisa, Come si diventa leghisti (Hoe men een Lega-aanhanger wordt), reisde wekenlang op bus 5, sprak met de passagiers en probeerde zo de omslag in de stad te begrijpen. ‘Veel is beeldvorming’, zegt hij, ‘maar problemen zijn er wél en het linkse gemeentebestuur heeft die lang niet serieus genomen.’

De titel van Allegranti’s boek is een knipoog naar The Nazi Seizure of Power, de klassieker van William Sheridan Allen uit 1965, over hoe de nazi’s de macht veroveren in het stadje Northeim. In zijn werkkamer op het tot gemeentehuis omgebouwde veertiende-eeuwse stadspaleis kan Michele Conti er wel om lachen. Zij het met enige kiespijn. De burgemeester van Pisa, een rijzige man in donkerblauw pak, is van huis uit agronoom. Hij was jarenlang raadslid voor Alleanza Nazionale, de opvolger van de post-fascistische Movimento Sociale Italiano. Conti onderschrijft Allegranti’s analyse, maar betwist dat slechts de lagere sociale klassen in Pisa op de Lega stemden. ‘Toen Salvini hier vorige zomer was, twee dagen voor de verkiezingen, was er een perfecte dwarsdoorsnede van de bevolking’, zegt hij.

In Cascina introduceerde Ceccardi een beleid waarbij immigranten moeten aantonen dat zij geen eigen huis hebben in het land waar zij vandaan komen, willen zij aanspraak maken op een sociale huurwoning. Dat klinkt niet onredelijk, tot je bedenkt dat veel immigranten uit landen komen waar de overheid dat amper administreert, laat staan dat ze gemakkelijk bereid zijn zulke documenten te verstrekken. Ceccardi laat ook zien dat de slogan ‘Italië eerst’ om meer gaat dan controle op immigratie en inperking van Brusselse invloed. Op meetings haalt ze de Slag bij Wenen (1683) aan waar ‘onze voorvaderen’ destijds de legers van de islam tegenhielden. Haar dochter noemde ze Kinzica, naar het meisje dat volgens de legende in 1004 de edelen van Pisa waarschuwde dat er Saraceense kapers op de kust waren. Binnen de huidige Lega is deze christelijk identitaire onderstroom nadrukkelijk aanwezig.

In de regering wordt ze vertegenwoordigd door Lorenzo Fontana, de 39-jarige staatssecretaris van Familiezaken. Bij hem is het niet de Slag bij Wenen, maar de Slag bij Lepanto die steeds terugkeert. Hier versloeg de christelijke Heilige Liga in 1571 een vloot van de Ottomaanse sultan. Tegenover dit strijdbare en zelfbewuste Europa plaatst de traditionalistisch katholieke Fontana het Europa van de ‘vrijmetselaars, van de financiers, George Soros en degenen die een islamitische invasie van Europa voorstaan onder het mom dat wij niet langer genoeg kinderen maken’. Tijdens een bijeenkomst in Parma in 2017 riep hij daarom op tot een ‘Europese alliantie’ tegen de ‘vrijmetselarij van Brussel die ons wil vernietigen’. Hij wenst zich een Europa waar een ‘huwelijk tussen vrouw en een man is, en waar kinderen een mama en een papa hebben’.

‘Je moet Salvini bezig zien, kijken hoe hij iedereen aandacht geeft, het gevoel geeft bijzonder te zijn’

Als Europees parlementslid deelde Fontana jarenlang een appartement in Brussel met Salvini. Zijn invloed kwam groot aan het licht toen Salvini vorig jaar bij de slotmeeting van de campagne een bijbel kuste – een gebaar dat voor veel onrust zorgde, tot in het Vaticaan aan toe. Vorige maand, voor de Dom van Milaan, kuste Salvini met veel aplomb een rozenkrans. ‘Bij de Lega Nord van Bossi zou dat ondenkbaar zijn’, zegt Marc Lazar. Volgens de historicus is het extra opmerkelijk omdat Salvini er zelf niet bepaald een katholieke levensstijl op nahoudt. Maar het is ook een kwestie van rolverdeling: Salvini bedient de gewone Italiaan die van een biertje, voetbal en mooie vrouwen houdt; Fontana de traditioneel katholieke vleugel van het electoraat. Intussen wordt in Lega-bolwerken als Verona geknabbeld aan het recht op abortus; een lgbtq+-seminar werd om onduidelijke redenen geannuleerd.

Van Italië wordt vaak gezegd dat het een politiek laboratorium is. Wat daar gebeurt zien we later elders in de westerse wereld in versterkte vorm terug. Denk aan het fascisme van Mussolini, maar ook aan de ongekende personalisering van de politiek door de selfmade zakenman Silvio Berlusconi (de inmiddels 82-jarige ‘Cavaliere’ heeft iets van een politieke Lazarus – steeds als je denkt dat hij voorgoed verslagen is herrijst hij weer). Dat legde de basis voor een populistisch experiment dat het hele Italiaanse politieke leven in de greep heeft. Want het bleef niet bij Berlusconi alleen. De centrumlinkse Matteo Renzi wierp zich op als ‘Il Rottamatore’, als de ‘sloper’ van het ‘corruptiesysteem’. En er is de Vijfsterrenbeweging (M5S), die groot werd dankzij de felle uithalen van de komiek Beppe Grillo en experimenten met vormen van directe internetdemocratie. Mario Monti stelde begin vorig jaar dat er in Italië nu vier populismen waren, twee ‘bottom-up’ (M5S en de Lega) en twee ‘top-down’ (Forza Italia van Berlusconi en de Partito Democratico onder Renzi).

Hoe valt te verklaren dat Italianen op populisten blijven stemmen, zelfs als duidelijk is dat hun oplossingen niet werken? Dit is misschien wel het grootste raadsel. Op deze vraag is geen pasklaar antwoord, zegt historicus Lazar. ‘In de wereld van een gelovige dringen de feiten niet door’, citeert hij Proust. ‘Driekwart van de Italianen ziet het economisch somber in. Tegelijk blijven ze vastklampen aan populisten. We moeten afwachten of Salvini en M5S in hun missie slagen, laten we het hopen. Maar zo niet dan heeft Salvini de verklaring eigenlijk al gegeven: “Wij proberen het, maar we worden tegengewerkt door Brussel, door Macron, door Merkel, door migranten die het werk van Italianen inpikken, door de banken, door de media en de rijke bourgeoisie die het spel weigert mee te spelen…”’

Wie de herkomst van het populistische experiment wil begrijpen moet terug naar de dramatische jaren 1992-94 toen het politieke bestel zichzelf opblies. De vier leidende politieke partijen, pci (communisten), psi (socialisten), DC (christendemocraten) en de pli (liberalen) hieven zichzelf op. Het moment wordt vaak aangeduid als ‘Tangentopoli’ (van tangente, dat ‘steekpenning’ betekent). Aanleiding was een voortwoekerende corruptieaffaire die startte in Milaan, maar niet los te zien is van grote internationale ontwikkelingen die op de achtergrond meespeelden. De oprichting van de Europese Unie en de strakkere begrotingseisen die dat meebracht, betekende dat de bewegingsvrijheid van de Italiaanse overheid kleiner werd. De val van de Muur ondermijnde niet alleen de Italiaanse communistische partij, maar ook de christendemocraten omdat deze zich vanouds opwierpen als buffer tegen het communisme. Hieronder school een groeiende afkeer tegen ‘Rome’ en het cliëntelisme van de gevestigde partijen.

‘“Tangentopoli” wordt vaak gezien als een puur Italiaanse aangelegenheid’, zegt de historicus Giovanni Orsina in zijn kantoor aan de Luiss-universiteit. ‘Maar hoe meer tijd er verstrijkt, des te duidelijker blijkt dat deze crisis de meest expliciete manifestatie was van een trend die later door heel Europa zichtbaar zou worden: de uitholling van de klassieke partijdemocratie.’ Orsina publiceerde over de liberale consensus van het einde van de jaren zeventig die zijn climax in de jaren negentig zou bereiken. Die consensus ging over een geglobaliseerde wereld van vrije individuen, autonoom, beschermd door de wet en door spelers in de markt. Tegelijk was dit de opmaat voor een crisis in het politieke domein. Want in een wereld waar slechts individuen zijn, is het niet langer mogelijk om ‘politiek’ te handelen. Dit ondermijnde niet alleen de klassieke ledenpartij, maar het politieke als zodanig, gedefinieerd als het vermogen tot collectief handelen.

‘Dit was de algemene trend in het Westen’, zegt Orsina, ‘en Italië was, zoals altijd, het meest fragiele land. Wanneer de wind opsteekt, is dat het eerste land dat omvalt.’ Iemand als Silvio Berlusconi voelde de veranderde tijdgeest haarfijn aan. ‘Hij speelde in op de weerzin tegen professionele politici, verdedigde de notie dat de civil society op zichzelf moest staan en politici vervangen dienden te worden door ondernemers.’ Dit gebeurde aanvankelijk nog in de sfeer van het liberalisme van de jaren tachtig en het optimisme van de globalisering van de jaren negentig. De wereld was een kans, een mogelijkheid. Er waren geen muren nodig, maar voertuigen om eropuit te gaan: auto’s, schepen, vliegtuigen.

Volgens Orsina ligt daarin ook het grote verschil met iemand als Trump, net als Berlusconi een zakenman met gevoel voor entertainment, die zich in de politiek stortte. ‘Ze zijn allebei producten van het falen van het zittende establishment, maar bij Trump gaat het over muren optrekken, het inperken van vrijhandel. Bij Berlusconi niet, hij was een emulsie van liberalisme en populisme. Maar de wereld is veranderd. Ze is niet langer een positive sum game, maar een zero-sum game. Daarin wil je beschermd worden, wat betreft je belangen, maar ook je identiteit. Dat vraagt om een ander type leider.’ Trump en in Italië Salvini komen daar volgens Orsina aan tegemoet. Het nationalisme dat zij voorstaan heeft dan ook weinig te maken met het nationalisme in de jaren dertig, denkt hij. ‘Dat was agressief en gericht op expansie. Maar Trump noch Salvini roept op tot imperiale avonturen.’ Hun nationalisme is naar binnen gekeerd en gericht op het behoud van verworvenheid en eigenheid (wat het daarmee niet direct ongevaarlijk maakt).

We leven in een tijd van emotie, waarin mensen steeds iets nieuws willen, zegt hij. Politici moeten steeds verrassen. Maar dat mensen kiezen voor degene die hen het beste weet te entertainen, is volgens Orsina een uitvloeisel van het besef dat politiek haar transformatieve kracht verloren heeft. ‘Dan denk je: laten we op zijn minst wat plezier hebben. Laten we kiezen voor Trump, voor Salvini, voor Johnson. Op het oog is dat cynisch, maar daaronder schuilt de wanhoop.’

Het geheim van Salvini’s populariteit is de haast fysieke band die hij met zijn aanhang onderhoudt, had Eva Giovannini me in Rome voorgehouden. ‘Je moet hem bezig zien, kijken hoe hij iedereen aandacht geeft, het gevoel geeft bijzonder te zijn.’ En dus ging ik naar Montegranaro, een rond een heuvel gedrapeerd stadje met dertienduizend inwoners in de regio Marche, in het midden van Italië, op zo’n drie uur rijden van Rome. Bovenin, op het door kerk en okerkleurige huizen ingeklemde plein, zou Salvini die middag komen spreken. Het was twee weken voor de Europese verkiezingen en honderden inwoners wachtten geduldig tot ze door de veiligheidscontrole waren en het plein konden betreden. In het westen verrijzen de besneeuwde toppen van de Monti Sibillini; in het oosten glinstert de Adriatische Zee. Op het podium wapperen vier banieren met een portret van Salvini en de slogan ‘Prima gli Italiani’. Op de parkeerplaats, pal naast het podium, vormt een vijftiental carabinieri een soort erewacht.

Daags ervoor zorgde Salvini voor een nationale rel. In Forlì, op zo’n twee uur rijden westwaarts van Montegranaro, sprak hij vanaf het balkon waar Mussolini in 1944 toekeek hoe op het plein vier communistische verzetsstrijders werden opgehangen. De verontwaardiging was groot.

Montegranaro is een van de belangrijkste centra van de Italiaanse leerindustrie. Aan de rand van de stad, op een industrieterrein, bevinden zich tal van loodsen, vaak zwaar beveiligd. Er zitten grote namen tussen: Richmond, Prada, Gucci et cetera. Sommige loodsen beschikken over een helikopterplatform. Veel producenten hebben zorgen, zegt Monia Marinozzi, een energieke vrouw van veertig met auberginekleurig haar, een gebreid vest en een fleurige sjaal. Ze werkt in het familiebedrijf dat haar vader en diens broer 35 jaar geleden opzetten. Maar hoge belastingen, westerse sancties tegen Rusland (een belangrijk thema van Salvini), piraterij en onduidelijkheid over het label Made in Italy, spelen de industrie parten. Vanouds stemde Marinozzi op ‘Silvio’, maar nu twijfelt ze. Il Cavaliere is er nog wel, maar staat zelf niet op de lijst, een consequentie van een eerdere veroordeling wegens corruptie. En zonder Berlusconi aan het hoofd is Forza Italia toch niet meer hetzelfde. ‘Daarom applaudisseer ik vanavond voor Matteo’, zegt ze.

Er gaat een lichte beweging door de rij carabinieri, en even later stuiven twee auto’s de parkeerplaats naast het podium op. Uit de voorste springt Salvini te voorschijn. Hij trekt een bodywarmer uit waaronder een blauw T-shirt met de tekst ‘Liberiamo Le Marche’ zichtbaar wordt. Hij begroet de saluerende politiecommandant en gaat de rij carabinieri af, de agenten een voor een de hand schuddend. Dan rent hij onder het gejoel van de menigte het podium op en begint direct een boutade over de ‘linkse’ televisie die hij contrasteert met de pleinen, zoals het plein hier in Montegranaro. ‘Wij zijn geen hyperintelligente mensen; wij zijn normale mensen.’ Gejuich klinkt. Er volgt een opsomming van zaken die Salvini zegt te hebben bereikt. ‘Vorige zomer kwamen er nog grote boten, kleine boten, nu komt er niets meer. We hebben geen keus, want in Italië ís geen plek voor iedereen!’ Een immens gejoel stijgt op.

‘Salvini doorbreekt alle taboes, over racisme, over fascisme. Hij raakt het aan, alsof hij de stevigheid van de Italiaanse democratie probeert te testen’

Dan is de EU aan de beurt. Salvini hekelt de Brusselse regelzucht, die de vangst van venusschelpjes, de basis voor spaghetti alla vongole, het nationale gerecht, onmogelijk zou hebben gemaakt. ‘Het is nog gemakkelijker te handelen in drugs!’ Salvini besluit met een pleidooi voor de traditionele genderrollen. ‘Het is Moederdag komende zondag’, roept hij, ‘niet de dag van ouder één of twee. Onze strijd is ook cultureel.’ Dan is het tijd voor het vaste ritueel waar Salvini zijn meetings mee afsluit: iedereen mag met hem op de foto. Het hele plein loopt als een trechter leeg richting het trappetje waar beveiligers mensen op het podium helpen. ‘Kijk toch eens hoe geduldig Matteo is’, roept Marinozzi op enkele meters afstand.

Salvini ondergaat het ritueel niet, hij entameert het, moedigt het aan, geniet er zichtbaar van. Voor iedereen heeft hij een praatje, een vriendelijk woord, een aanraking. Hoe dat nou zat met dat balkonnetje in Forlì, wil ik weten. ‘Ik ga op elk balkonnetje staan dat ik wil als mij dat zo uitkomt’, antwoordt Salvini botweg. Beseffend dat dit misschien niet de beste binnenkomer is, vraag ik hem naar het enthousiasme dat hij losmaakt, hier, in een stadje als Montegranaro. ‘De mensen hebben er genoeg van’, zegt hij, onderwijl selfies met zijn aanhangers makend. ‘Ze willen zeggenschap over hun land terug, hun leven. Maar in dit Europa gaat dat niet.’ Elders had hij gezegd dat hij ‘het huis van de EU’ wilde verbouwen. ‘Ik zal maar niet zeggen met een bulldozer, want dan valt iedereen weer over me heen’, voegde hij daaraan toe.

Hoe dacht Salvini zijn belofte waar te maken om honderdduizenden immigranten terug te sturen? Nog altijd verdringen zich mensen op het podium. Salvini begint over nog te maken afspraken, op bilateraal niveau, met Afrikaanse landen. En over investeringen, ‘zodat deze mensen hier niet allemaal naartoe hoeven komen’. Gevraagd naar de kritiek dat de manier waarop hij spreekt over immigranten, als criminelen en drugsdealers, stigmatiserend werkt, en misschien zelfs tot geweld zou kunnen leiden, richt hij zijn ogen getergd naar de hemel. ‘Wat moet ik dán zeggen, dit is wat gewone mensen aldoor in de krant lezen! Ze zeggen allemaal dat ik een fascist ben, een racist en een populist, maar ik ben er trots op dat er minder mensen sterven op zee. Het aantal doden is afgelopen jaar met de helft verminderd.’ Dan is het voorbij. De laatste selfies gaan met tien, vijftien mensen tegelijk.

De volgende dag zoek ik Marinozzi op in het leeratelier, op de begane grond van het enorme hoekhuis waar ze met haar hele familie woont. Het atelier levert leren vlechtsels in alle soorten, kleuren en maten – halffabrikaten, bestemd voor de omliggende tassen- en schoenenproducenten. Machines stampen, persen sissen, garen glijdt door vaardige handen. Hier worden lange dagen gemaakt, van ’s ochtends acht tot ’s avonds acht. Met vanaf twaalf uur een pauze van twee uur.

Aan tafel, boven dampende borden pasta carbonara vertelt Marinozzi, met haar nichtje op de arm, over haar liefde voor Berlusconi. Hoe hij als zakenman altijd een voorbeeld was. Migratie was bij hem geen thema. Il Cavaliere was een liberaal pur sang. Wie wilde werken was welkom. ‘Maar daaraan zie je de verschuiving die er in een paar jaar tijd in Italië heeft plaatsgevonden. Er kwamen zeshonderdduizend migranten…’ Marinozzi schudt het hoofd. Eerder, toen we door de stad reden, wees ze vol ergernis naar een zwarte jongen die bij de supermarkt stond te bedelen. Ze associeert immigranten met overlast, onveiligheid en criminaliteit. Macerata, een half uurtje rijden verderop, is volgens haar ‘vergeven’ van de immigranten. Een vriendin die daar woont zegt dat vrouwen daar ’s avonds niet over straat durven.

Wat Traini heeft gedaan wil ze niet goedpraten, benadrukt ze. Maar toch. ‘Hij baalde van de situatie waarin immigranten overlast veroorzaakten, in drugs handelden’, zegt ze. ‘Het was een manier van je verzetten tegen een systeem dat geen grens trekt en aldoor nieuwe mensen binnenhaalt.’

Innocent Osegale, de Nigeriaan die werd opgepakt voor met de moord op Pamela Mastropietro, is inmiddels veroordeeld. Op basis van een lijkschouwing die messteken in de lever verried, achtte de rechter bewezen dat hij het meisje had vermoord. Hij kreeg levenslang. Ook Traini werd veroordeeld. Hij kreeg twaalf jaar, op basis van terreurwetgeving uit de tijd van de Brigate Rosse. In Italiaanse kranten zeiden meerdere getuigen dat hij in de gevangenis als een held onthaald werd.

Advocaat Giancarlo Giulianelli vertelt me dat onbekenden hem op straat aanklampen met het verzoek om sympathie over te brengen. ‘Luca Traini is slechts het topje van de ijsberg’, zegt hij. ‘Het deel onder water is veel groter.’ Eerder dit jaar dook Traini’s naam plotseling op aan de andere kant van de aardbol op het magazijn van de kalasjnikov waarmee de 28-jarige Brenton Tarrant 51 mensen doodschoot in een moskee in het Nieuw-Zeelandse Christchurch. Samen met de namen van een hele reeks immigrantenkillers en moslimslachters. ‘Traini was daar helemaal kapot van’, zegt zijn advocaat. ‘Hij riep: “Wat is de link met deze gast?”’ Traini betuigde inmiddels spijt.

Ezio Mauro, de oud-hoofdredacteur, wilde hem proberen te begrijpen, ‘aan de andere kant van de revolver kijken’, zoals hij schrijft in L’uomo bianco. ‘Wie ben je als je een pistool pakt, in je auto stapt en op zwarte jongens begint te schieten? Dan ben je een witte man, je wordt die witte man door de keuze van je slachtoffers.’ Mauro zocht contact met Traini, stuurde hem zijn boek. Er kwam een brief terug, en nog een. Mauro trekt een lade in zijn bureau open en legt een stapeltje handgeschreven brieven voor me neer. ‘Hij schrijft me dat hij er nu van overtuigd is dat die hele rassenkwestie iets idioots is. Dat hij nu in de gevangenis ook met immigranten optrekt.’ Op verzoek van de familie probeerde Mauro Traini te bezoeken, maar het ministerie hield dat tegen. Ze corresponderen, en Mauro stuurt zo nu en dan boeken.

Mauro’s mildheid jegens Traini zal zeker te maken hebben met zijn visie op de moderne mens. Om die te vatten verwijst hij graag naar Nighthawks, het beroemde schilderij van Edward Hopper. ‘Die man die daar alleen aan de bar zit heeft veel verwijten naar de wereld’, zegt hij. ‘En de wereld is hem ook veel verschuldigd, maar hij weet dat niemand die schuld zal betalen, en het ressentiment dat daaruit voortkomt wordt een politieke cultuur. Niet de economie, maar de democratie werkt niet voor hem.’

De Ventennio, de twee decennia dat het fascisme in Italië aan de macht was, liet diepe sporen na. Je ziet het in het centrum van Macerata waar het postkantoor een toonbeeld is van fascistische architectuur. Het Italiaanse politieke leven werd en wordt gemarkeerd door een keur aan neofascistische partijtjes. Predappio, de geboorteplaats van Mussolini, doet onbeschaamd dienst als bedevaartsoord. Een oudere man die ik er tijdens een bezoek aansprak roemde de grote infrastructurele werken die Mussolini had gerealiseerd. ‘Il Duce’ was en bleef un grande statista – een groot staatsman. De souvenirwinkel toonde allerhande mussoliniana in de etalage, van bustes tot mokken.

‘Zoals Mussolini in zijn tijd de Italiaanse ziel wist te raken, zo doet Salvini dat nu’, zegt Giulianelli, nadrukkelijk zelf geen fan. De vergelijking tussen Salvini en Mussolini wordt in Italië veelvuldig gemaakt – tot in de Lega zelf (een partij die anders dan veel andere Italiaanse radicaal rechtse partijen geen historische link heeft met het fascisme.) De organische band die Salvini heeft met zijn aanhang en de nadrukkelijke wijze waarop hij zich als sterke man profileert zullen daarmee te maken hebben. Maar er zijn ook de acties, zoals dat balkonnetje in Forlì, en de zegswijzen. Salvini had het over ‘tanti nemici, tanto onore’, een variant op een beroemde uitspraak van Mussolini (molti nemici, molto onore), en dat ‘zoveel vijanden, zoveel eer’ betekent. Of ‘boia chi molla’ (‘geef nooit op’), ook zo’n slogan uit de jaren dertig. Het leidde in Italië tot heftige debatten en tot de onvermijdelijke vraag of het fascisme in een andere gedaante terugkeert.

Emilio Gentile, vooraanstaand historicus van het Italiaanse fascisme, ziet het zo’n vaart niet lopen. ‘De fascistische stem in Italië is zo’n vier procent, die hoopt Salvini hiermee binnen te halen’, zei hij in zijn werkkamer in Rome. ‘Salvini is een pragmaticus, geen ideoloog.’ Volgens Gentile is het fascisme bij uitstek een historisch fenomeen, onlosmakelijk verbonden met de Eerste Wereldoorlog. Ook Ezio Mauro beschouwt Salvini niet als een fascist, maar evenmin als een liberale democraat. ‘Hij doorbreekt alle taboes, over racisme, over fascisme. Hij raakt het aan, en treedt snel weer terug, alsof hij de stevigheid van de muur van de Italiaanse democratie probeert te testen.’

In Macerata zelf is niets meer hetzelfde. Felix Felimota, de jonge Nigeriaan die zich op de bewuste dag in zijn kamer opsloot in de voormalige school, gaat niet meer zonder angst over straat. Op een dag kwam er een auto met een groepje Italiaanse jongens naast hem rijden. Een van hen haalde langzaam een vinger over zijn keel. Hij merkt ook dat gewone Italianen bang zijn. Sommigen steken de straat over als ze Felimota aan zien komen lopen. In de bus merkt hij dat medepassagiers zich ongemakkelijk voelen. Voor de daad van Osegale en de jacht van Traini die daarop volgde was dat niet het geval. ‘Mensen houden niet meer van ons, zeker als je zegt dat je Nigeriaan bent, omdat die moordenaar dat ook was.’

Felimota en zijn vrienden zouden Osegale wat willen aandoen als hij vrij zou komen. ‘Hij heeft het voor ons allemaal verpest.’ ‘Macerata’, zegt Giulianelli, ‘is als een zonnebloem richting Salvini gedraaid.


Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten


Wat jaagt het populisme aan? Voor zijn reportageserie ‘De wortels van het Europese populisme’ over de onderstroom van het nationaalpopulisme reist Marijn Kruk door Europa. Eerder bezocht hij Groot-Brittannië en Oostenrijk. De volgende bestemming: Frankrijk.