Georgië, 15 augustus 2008. Op de hoofdweg Tbilisi-Gori, ca. 35 km van Tbilisi. Russische troepen. © Thomas Dworzak / Magnum / ANP

Buurman Jorgos zegt dat premier Mitsotakis wapens die bedoeld zijn om Samos tegen de Turken te verdedigen aan Oekraïne heeft gegeven en dat Rusland nu boos is op Griekenland. Geen goede zaak. Dimitra van de dorpstaverne vindt de oorlog verschrikkelijk en zegt dat overal waar Joe Biden opduikt conflicten beginnen. Taxichauffeur Theodorus zegt dat zijn zwager die een restaurant heeft nu maar dertig flessen zonnebloemolie tegelijk mag kopen voor zijn patatjes en dat die olie vijftig procent duurder is geworden. Manolis de timmerman zegt dat de klerenkast die hij voor ons gaat maken zo duur wordt omdat de prijs van hout door de oorlog met de dag stijgt.

Ex-premier Tsipras heeft kritiek geuit op Zelenski omdat deze in zijn toespraak voor het Griekse parlement een videoboodschap van twee vrijwilligers van Griekse origine, tevens leden van het Azov-bataljon, liet afspelen waarin ze in het Russisch om hulp vroegen. Van oudsher woont er een Griekse gemeenschap in Marioepol. Tsipras vond het ontoelaatbaar dat het bataljon er ultrarechtse ideeën op nahield. De Russische media spreken over een schandaal in het Griekse parlement.

De wereldberoemde schaker Garry Kasparov zegt dat de historische schuld nu alle Russen treft. Een Russische vrouw zegt dat de lijken op de straten van Boetsja fake zijn, omdat de lichamen in onnatuurlijke houdingen liggen. De moeder van een Russische krijgsgevangene zegt door de telefoon tegen een Oekraïense journalist dat Oekraïne allang Amerikaans gebied is en dat de Oekraïners het coronavirus hebben uitgevonden in biolaboratoria, het de wereld in hebben gestuurd en vervolgens de schuld aan China hebben gegeven. Haar zoon die, onherkenbaar gemaakt, naast de journalist zit, probeert daar iets tegenin te brengen, maar er is geen speld tussen te krijgen. De moeder van een omgekomen Russische soldaat zegt dat er, omdat er nu zoveel van ‘onze’ jongens zijn omgekomen, nog meer offers moeten worden gebracht tot de overwinning op de fascisten is behaald.

Een Russische socioloog en filosoof zegt dat Poetin niet plotseling uit de Siberische bossen tevoorschijn is gesprongen en de oorlog is begonnen, maar dat hij het product is van de hebzucht van de financiële wereldelites met wie hij mondiale netwerken heeft geschapen waardoor als door de bloedbanen pecunia stromen. Radio Liberty zegt dat er nog meer zuiveringen komen in het Kremlin, waar ze op zoek zijn naar de schuldigen van het falen van de bliksemoorlog en de Russische verliezen.

President Macron weigert om het woord ‘genocide’ in de mond te nemen. Een Amerikaanse generaal zegt dat het hergroeperen van de Russische troepen voor een groot offensief nog een hele klus zal zijn met een onzekere uitkomst. Patriarch Kirill zegt dat Kazachstan historisch Russisch gebied is, maar dat zei hij nog voor de oorlog. Nu zegt hij dat vergiffenis zonder rechtvaardigheid capitulatie en zwakheid betekent, en dat vergiffenis daarom gepaard moet gaan met het absolute recht om aan de kant van het licht en de goddelijke waarheid te staan. Volgens Kirill heeft de strijd in Oekraïne niet een fysieke maar metafysische betekenis. Een man van wie ik de naam niet ken, die de hele dag door het dorp zwerft en altijd vraagt hoe het met me gaat, knikt bevestigend als ik zeg dat ‘pólemos’, de oorlog, een ‘katástrofi’ is. De toestand van de wereld is zowel hopeloos als ernstig.

Op de video van Boetjsa wordt niet ingezoomd op de lichamen die verspreid liggen in de straten. Een van de doden is een vrouw met een rode maillot – of is het een legging? – aan. Ze ligt op haar buik, haar ene been is gebogen. Haar beide armen zijn boven haar hoofd uitgestrekt. De houding van haar lichaam lijkt me natuurlijk genoeg, zo is ze door de dood ingehaald. Er ligt een tas naast haar linkerarm. Of houdt ze die nog vast? Hoe dan ook, haar handen zijn niet achter haar rug gebonden. Kunnen we er daarom van uitgaan dat ze als een min of meer vrij mens is gestorven?

Een vriend zegt verslaafd te zijn aan de beelden van gesneuvelde Russische soldaten. We worden steeds bloeddorstiger. Er schijnen al meer Russische jongens omgekomen te zijn dan in tien jaar Afghaanse oorlog. Er is een enorm reservoir van jonge mannen in dat hopeloos grote land dat geteisterd wordt door een even hopeloos grote tweedeling. In de achtergebleven gebieden – buiten de grote steden – waar ze vandaan komen is gas noch riolering, maar daar zijn wel plasmaschermen die non-stop tekeergaan tegen de Oekraïense fascisten en hun westerse handlangers. Dat reservoir is even onuitputtelijk als in de jaren negentig toen jonge mannen, opgegroeid in de ruïnes van het sovjet-imperium, massaal in de criminaliteit vluchtten. Nu melden ze zich om de armoe te ontvluchten aan bij het leger. Zouden ze anders bij McDonald’s gaan werken, nog niet zo lang geleden goed voor 150.000 tot 200.000 arbeidsplaatsen?

Op de beelden van een postkantoortje in Belarus zien we Russische soldaten grote pakken geplunderde spullen naar huis sturen. Vooral alcohol, airconditioners en steps zijn in trek. In 1945, toen de Russen Mantsjoerije bevrijdden, waren horloges erg populair. Als ze niet meer liepen werden ze weggegooid en gingen de Russische soldaten op jacht naar nieuwe. Ze dachten dat ze kapot waren. ‘Hij zei dat hij nieuwe kiezen voor mij zou kopen’, snikt een grootmoeder van een omgekomen soldaat die net geen twintig is geworden. Ze heeft hem in haar eentje opgevoed in een armoedig dorp in de Pskov-regio. ‘Die fascisten willen ons land aanvallen omdat we zo rijk en machtig zijn.’

De Oekraïners hebben een chat onderschept waarin de echtgenote van een Russische soldaat hem opdraagt om die Oekraïense wijven eens goed te pakken. ‘Dus je geeft me toestemming?’ vraag deze. ‘Ja, als ik er maar verder niets over hoor, haha.’ In een Oekraïens stadje hebben Russische soldaten een vrouw die door hun makker was verkracht geholpen haar man te begraven. Deze werd in zijn buik geschoten toen hij zijn vrouw wilde verdedigen.

Vier Russische soldaten stormen een huis binnen in een ‘bevrijd’ Oekraïens stadje. ‘We zijn geen nazi’s’, zegt de bewoner. ‘En waarom hebben jullie je dan verstopt? Geef anders de adressen van de nazi’s.’ De bewoner wordt opgedragen om naar buiten te gaan. Zijn vrouw en schoonvader rennen achter hem aan. ‘Op je knieën’, zegt een soldaat. ‘Jongens, wat is er, wat doen jullie…’ Voordat de man zijn zin kan afmaken wordt hij door zijn hoofd geschoten. De soldaten steken de straat over, drinken water en vergapen zich aan de huilende vrouw die haar dode man blijft roepen. Een vermakelijk tafereel. ‘We vechten niet met vrouwen’, zegt er eentje grootmoedig.

Ik weet niets van het leven omdat ik geen oorlog en honger heb meegemaakt. Dat roept mijn moeder weleens geëmotioneerd als we ruzie hebben. Daar gaan we weer, denk ik dan vermoeid, alweer die oorlog. Sinds 24 februari 2022 droom ik haar leven. Ik word meegezogen in haar herinneringen. In haar helletocht door een brandende wereld, samen met haar moeder, zuster en twee broers, vluchtend voor het vuur. Haar vader is dan al spoorloos verdwenen. Ik word meegezogen in haar wanhoop en ontreddering als haar moeder en broer omkomen onder de bommen van een neergeschoten sovjetvliegtuig dat zich van zijn ballast bevrijdt. En in haar radeloosheid en ongeloof, wanneer zij, de drie overgebleven kinderen, nu alleen op de wereld, hun moeder en broer in een kuil begraven waarna ze voorgoed in de aarde verdwijnen. Hun graf vinden ze nooit meer terug.

Het Heilige Rusland is een erfgenaam van het sovjet-imperium en barst van de imperialistische ambities

Als kind was ik altijd bang dat mijn moeder plotseling zou verdwijnen, zoals ooit háár moeder. Ik droom ook het leven van onze huisvriend, een oude Oekraïner die samen met mijn vader uit de grond van zijn hart op de sovjets scheldt, en soms ook op de Russen. Hij heeft de Holodomor overleefd, de hongersnood die begin jaren dertig van de vorige eeuw in Oekraïne door Stalin moedwillig werd georganiseerd, en waarbij rond vijf miljoen mensen omkwamen. Alle graan werd met geweld van de Oekraïense boeren geconfisqueerd. We nemen hier gerust het woord ‘genocide’ in de mond. Onze huisvriend moet als jongetje de lijken hebben gezien die in de straten verspreid lagen. Al die tijd ging de graanexport gewoon door. Die dromen hebben mij nu, decennia later, ingehaald en achtervolgen me met ongekende intensiteit.

Op school leren we over het arbeiders- en boerenparadijs op de aarde waarop we leven. We mogen nooit vergeten hoe bevoorrecht we zijn. We vergapen ons aan vrolijke films uit de jaren dertig met de sovjetster Ljoebov Orlova in de rol van een montere, blonde kolchozvrouw met een hart van goud. Ze was een van Stalins favoriete actrices. Nadat Poetin aan de macht was gekomen verdween het woord ‘Holodomor’ uit de Russische geschiedschrijving. De periode van de ongewenste waarheid in de jaren negentig moest worden afgesloten om het volk in het gareel te houden. In de lesboeken werd Holodomor preuts aangeduid als ‘een periode van ziektes en epidemieën’. De boeken over de Holodomor gingen ook als eerste op de brandstapel toen Rusland de Krim had geannexeerd. De oorlog die nu in Europa woedt is in 2014 daar begonnen. Of was het nog eerder?

Op een videobeeld roept een man tegen soldaten die behangen zijn met machinegeweren dat ze lafaards zijn. Twee vrouwen vermanen de man te stoppen en proberen hem weg te trekken. De man heeft een baard, zijn hoofd is gewikkeld in een soort tulband. Nee, dit is geen Oekraïne, dit is Tsjetsjenië. Een van de soldaten, een tengere jongen die we en profile zien, richt zijn geweer op de man en schreeuwt dat hij het nog eens moet zeggen. De man die niet meer lijkt te stuiten, herhaalt zijn woorden, waarna de vrouwen nog harder aan hem trekken. De soldaat begint wild met zijn geweer te zwaaien, roept dat de man zijn bek moet houden en vuurt zijn wapen af. De man valt neer, zijn vrouw stort zich op hem terwijl ze ‘moordenaar’ schreeuwt. De andere vrouw gilt.

De soldaat kijkt even verdwaasd om zich heen, zijn machinegeweer nog altijd in de aanslag, en schiet dan op de vrouw die buiten zinnen ‘moordenaar’ blijft roepen. Heel even blijft hij nog stilstaan boven de doden. Dan, plotseling, draait hij zich om en zien we hem en face. Zijn gezicht is mager, dolle ogen kijken recht de camera in. Hij is niet ouder dan twintig. ‘En dit was een speciale operatie ter bestrijding van het moslimterrorisme!’ roept de soldaat triomfantelijk. Het lijkt alsof hij onder de drugs zit, maar hij is high van het moorden.

De Tweede Tsjetsjeense Oorlog die in 2009 zal eindigen met het neerslaan van de opstandige republiek in de Noord-Kaukasus en het installeren van het schrikbewind van Poetins tovenaarsleerling Ramzan Kadyrov is in volle gang. In 2003 noemen de Verenigde Naties de hoofdstad van Tsjetsjenië, Grozny, ‘de meest verwoeste stad op aarde’.

Inmiddels zwaait Poetin de scepter in Rusland. Terwijl het Westen van verrukking kraait over de nieuwe leider die bezig is om Rusland te democratiseren en een middenklasse – lees nieuwe afzetmarkten – te creëren, lucratieve contracten afsluit en de Russische geldstromen enthousiast helpt onder te brengen in doorwrochte financiële constructies, is Poetin al begonnen om zijn land te plooien naar zijn evenbeeld. Dat evenbeeld is nog amorf en in nevelen gehuld, maar laat toch zo nu en dan zijn tanden zien, bijvoorbeeld als de onafhankelijke Russische tv-stations de nek wordt omgedraaid, waarna ze in door de staat gecontroleerde handen vallen.

Het chronisch optimistische Westen is echter geneigd om alle tekenen aan de wand af te wimpelen als geklets van doemdenkers en pessimistische geesten. Immers, volgens de hooggekwalificeerde westerse experts is de geschiedenis voltooid, en de mensheid rest nu alleen nog maar haar zoete vruchten te plukken in gezamenlijke kapitalistische geestdrift. Deze overtuiging komt Poetin goed uit. Hij weet: het einde van de westerse geschiedenis kan dan misschien bereikt zijn, die van Rusland moet nog beginnen. En die geschiedenis zou weleens het aangezicht van de hele wereld kunnen veranderen.

In den beginne was het woord, leren ze op de kgb-scholen. En ook dat dat woord vroeg of laat vlees wordt. Het jargon dat Poetin als het ware van staatswege in de Russische samenleving introduceert spreekt boekdelen. Het is een soort Bargoens waarmee hij zijn redevoeringen doorspekt, verweven met de retoriek uit de jaren van de Grote Terreur. In Rusland hebben miljoenen politieke gevangenen en criminelen in de Goelag gezeten, waar criminelen de dienst uitmaakten, en miljoenen in de Goelag-industrie gewerkt, waardoor die taal wijdverbreid is geworden en vertrouwd en herkenbaar klinkt. Bovendien moet Poetin aan zijn volk laten zien dat hij een echte kerel is en ondanks zijn immense rijkdommen nog altijd een van hen. Al dat decorum is voor het hypocriete Westen, wij Russen zijn open en oprecht en zeggen direct waar het op staat.

Maar er zijn ook andere verborgen motieven om dat criminele jargon juist uit de mond van de machtigste man van Rusland te laten klinken. Zoals het van hogerhand aanwakkeren van sluimerende reflexen, het consequent kweken van ressentiment en het scheppen van een band tussen de mensen zoals die alleen door onderbuikgevoelens geschapen kan worden. De band die in het Italiaans ‘fascia’ heet.

Tsjetsjenië, 2000. ‘Een vriend zegt verslaafd te zijn aan de beelden van gesneuvelde Russische soldaten. We worden steeds bloeddorstiger’ © Thomas Dworzak / Magnum / ANP

De tijd is hem goed gezind: er woedt de Tweede Tsjetsjeense Oorlog. De criminele taal die gebezigd wordt ten opzichte van de Tsjetsjeense terroristen vindt ook zijn rechtvaardiging in de context van de war on terror die na 9/11 de wereld in de ban houdt. Qua rijkdom, nuances en inventiviteit doet het Russische Bargoens niet onder voor de Russische literaire taal die wij zo bewonderen. De Russen zijn een extreem en buitengewoon begaafd volk. We zullen ze achtervolgen tot aan de plee, we zullen ze met kop en al erin laten verdrinken, zegt Poetin, maar dan in dat onvertaalbare Russische Bargoens waarin de echo van de Goelag doorklinkt, van showprocessen, martelkelders, vuurpelotons, van dood en verderf en van de hel.

Ik weet niets van het leven omdat ik geen oorlog en honger heb meegemaakt. Dat roept mijn moeder als we ruzie hebben

Er vallen veel burgerdoden in de Tsjetsjeense oorlog, Grozny wordt platgebombardeerd, er wordt op grote schaal ontvoerd, gemarteld en gemoord. En de jonge generatie Russen leert er doden. Het lijkt of alles is geoorloofd ten opzichte van de separatisten die algauw in moslim-extremisten worden omgedoopt. En iedereen kan een moslim-extremist zijn, wiens kop we in de plee zullen laten verdrinken. Een jongetje van zestien dat schapen hoedt, een oude man in traditionele kledij, een vrouw met een hoofddoek om die niet vriendelijk genoeg naar de Russische soldaten heeft omgekeken.

Op de wreedheden die wereldkundig worden gemaakt reageert het Westen verontwaardigd, maar met mate. Zeker, het is een smerige oorlog, maar ja, alle oorlogen zijn smerig, en vergis je niet, Tsjetsjenië is een wild roversnest vol drugs en wapens. Laat de Russen daar maar orde op zaken stellen. Zij hebben de historische ervaring, zij weten het best hoe je die lui moet aanpakken. Die orde op zaken heet Ramzan Kadyrov, die net als zijn godfather Poetin traditionele waarden in ere gaat herstellen, compleet met gladiatorenspelen. Er zal een gladiatoren-arena verrijzen in het centrum van het nieuwe Grozny onder de naam Colosseum. Kadyrov droomt van gevechten tussen echte kerels op leven en dood.

Maar terug naar de Russische jongens van nog geen twintig die in het nog opstandige Tsjetsjenië hebben leren moorden, zoals die piepjonge soldaat op de video. Opgeladen met bloed, geweld en oorlog keren ze terug naar Rusland met een president die hun taal spreekt, en worden vaders, buren, collega’s. Een Russische mensenrechtenactiviste noemde de ontwikkeling van Rusland als gevolg van de Tsjetsjeense oorlog de ‘tsjetjsenisatie’ van Rusland. Voor mij is ‘tsjetsjenisatie’ een synoniem van ‘poetinisatie’, met als hoogtepunt de bacchanalen rond de Overwinningsdag op 9 mei. Kindertjes die zittend op hun knieën en voorovergebogen de graven van gesneuvelde oorlogshelden moeten verbeelden, rond rijdende auto’s met opschriften ‘Op naar Berlijn!’, ‘Naar Berlijn voor de Duitse wijven!’ en ‘Dit kan herhaald worden!’

En straks komen er gigantische levende letters Z bij, gevormd door kinderen. ‘Poetinisatie’ is de cultus van dood en gewelddadigheid die, aangejaagd door de president en zijn propagandamachine, gestaag in alle poriën van de maatschappij is doorgedrongen en de geesten rijp heeft gemaakt voor de catastrofe die zich nu voltrekt, waarbij vooral de achteloosheid, onschuld bijna, waarmee de post-Tsjetsjeense generatie Russische zonen, broers en vaders mensen vermoordt, je bloed laat stollen. ‘Poetinisatie’ is de totale criminalisering van de Russische maatschappij met de Georgische oorlog, de annexatie van de Krim, de bezetting van de delen van Oost-Oekraïne en de verwoesting van Syrië als tussenstations naar die ene glorieuze bestemming, het Heilige Rusland.

Het is patriarch Kirill, de hoogste geestelijke van Rusland, die het beeld van het Heilige Rusland en het vredelievende Russische volk dat zich tegen de satan moet verdedigen, aan de man brengt. Zijn rol in het ‘gepoetiniseerde’ Rusland is allang gepredestineerd dankzij de Heilige Geest van de kgb die in hem is neergedaald. Hij zou ooit diensten hebben verleend aan deze organisatie, als een agent onder de wereldse naam Michailov. Maar zelfs als dat valse aantijgingen zijn verandert er niet veel.

Zoals een oude priester uit een stad aan de Wolga die geweigerd heeft om de oorlog te zegenen het verwoordt: de officiële Russisch-orthodoxe kerk in de huidige vorm is de ‘zakkerk’ die in 1943 door Stalin was gecreëerd om het moreel van de Russische soldaten in de Tweede Wereld oorlog op te krikken. Voor die tijd waren er honderden, duizenden geestelijken vermoord. Deze kerk nieuwe stijl heeft weinig met religie te maken, het is een ideologisch fundament voor de totalitaire staat en een krachtig wapen om controle over de geestestoestand van het volk uit te oefenen. Door ambtenaren in pij. Peter de Grote had het allang begrepen toen hij de Russische kerk transformeerde tot een ministerie van Religieuze Zaken.

De priesters die zich nu tegen de oorlog uitspreken, worden door hun parochianen aangegeven, bedreigd en soms vervolgd. Terwijl men in Europa zich vooral druk maakt over de absurde uitspraken van Kirill over homoparades die het decadente Westen opdringt aan het onbedorven Russische volk om het te verleiden tot de zondige, valse vrijheid, ziet men iets heel wezenlijks over het hoofd, namelijk dat de patriarch in zijn preken Oekraïne als natie en soevereine staat het bestaansrecht ontzegt. Niet om religieuze motieven, want de Russen en de Oekraïners zijn geloofsbroeders, maar om puur imperialistische redenen.

Het Heilige Rusland is een waardige erfgenaam van het sovjet-imperium en barst van de imperialistische ambities. Pijnlijk, kinderlijk naïef en vooral gevaarlijk zijn daarom de uitspraken van de hooggekwalificeerde experts uit binnen- en buitenland die net als Dimitra uit onze dorpstaverne beweren dat de bron van de Oekraïense oorlog het Amerikaanse imperialisme zou zijn en dat Poetin een ‘getergd man’ is. Dat laatste zegt Dimitra trouwens niet, daar is ze te verstandig voor en te vrij van geest, we zitten hier tenslotte in Griekenland waar alles, ook de opvattingen, om niet te verroesten blijven stromen en veranderen. Maar getergd is Poetin zeker, alleen door zijn eigen demonen, die hem in die suïcidale oorlog hebben gestort, waarbij hij miljoenen mensen in zijn zelfgecreëerde hel wil meesleuren.

Wat zich nu afspeelt in de wereld, behalve de fysieke vernietiging van een soeverein land en de oorlog tegen het eigen land, is de clash of civilizations die het einde van de wereld inluidt zoals we die nu kennen. Deze onheilspellend klinkende woordcombinatie, veelvuldig gebruikt tijdens de war on terror, openbaart zich pas nu in zijn ware betekenis. De Europese civilisatie wordt niet opgeblazen door een grimmig bebaard individu met een tulband op en van top tot teen versierd met machinegeweren, maar explodeert van binnenuit door toedoen van iemand die in een Italiaans maatpak gehuld zich al die tijd succesvol als onze ‘witte broeder’ heeft voorgedaan. Geheel in de traditie van de nobele kunst van ketman, de term die Czeslaw Milosz heeft ontleend aan Les religions et les philosophies dans l’Asie Centrale van Arthur de Gobineau, en toegepast op de marxistische leer in zijn Geknechte geest. Ketman als een methode waarbij iemand zorgvuldig zijn ware opvattingen verbergt, doet alsof hij een van ons is en dan genadeloos toeslaat. Ketman was natuurlijk ook een hoofdvak op de kgb-school.

Hoewel, ineens herinner ik me een uitspraak die Poetin eens gedaan heeft tegen een Amerikaanse hoogwaardigheidsbekleder. ‘We zijn niet zoals jullie, we lijken alleen op jullie.’ Een terloops uitgesproken zin die alle alarmbellen had moeten doen rinkelen. Maar het Westen was niet in staat om tussen de regels te lezen. Ook de laatste jaren, toen Ruslands zelfbeklag over de ‘vijandige en agressieve Navo-politiek’ steeds luider, paranoïder en dreigender werd, trokken de Russische energie slurpende westerse landen met hun door Russische miljarden gecorrumpeerde financiële elites liever zijden handschoentjes aan in plaats van hun verantwoordelijkheid te nemen.

Ik rouw om Oekraïne en ik rouw om Rusland, om mijn prachtige moedertaal, vervuild door criminelen, om mijn familie en vrienden, om iedereen die gegijzeld is door de bezetene met imperiale ambities. En ik rouw om de Russische literatuur en cultuur die nu in de ban worden gedaan omdat het zo makkelijk is, verleidelijk en ook nog eens moreel zelfbevredigend om zwakken af te straffen, omdat de echte schuldigen zich in een onneembare bunker hebben verschanst.

Wat gaat er verder gebeuren? Hier in Griekenland is de onderwereld waar profetische schimmen ronddolen een stuk dichterbij dan in Noord-Europa. Maar probeer daar eens te komen als gewone sterveling. En zelfs als het mij, net als ooit Odysseus of Aeneas, zou lukken om af te dalen in het sombere dodenrijk en de schimmen te vinden van Czeslaw Milosz, Johan Huizinga, Merab Mamardashvili, Fjodor Dostojevski en andere grote geesten met profetische gaven, weet ik bijna zeker dat ze alleen maar zullen zwijgen.

Sana Valiulina groeide op in Estland en emigreerde in 1989 naar Nederland. Ze publiceerde onder meer de romans Didar & Faroek, Kinderen van Brezjnev en De boekhouder en de overste. Voor haar essaybundel Winterse buien kreeg ze de Jan Hanlo Essayprijs