Brusseprijs

Zucht naar rumoer

De journalistieke biografie Mijn meningen zijn feiten toont een psychologisch portret van Thierry Baudet.

Bijeenkomst van Forum voor Democratie met Thierry Baudet. Zaandam, september 2019 © David van Dam / de Beeldunie

Na de verkiezingen waren eigenlijk nieuwe verkiezingen nodig. De politieke verslaggevers die hun gezinnen na de verkiezingen meer familietijd hadden beloofd, werden door hun hoofdredacteuren teruggefloten. Den Haag veranderde sneller dan dat de drukinkt kon opdrogen, incidenten stapelden zich op. Het ging over Omtzigt, ‘functie elders’, over de Rutte-doctrine, een nieuwe politieke cultuur, de tractor waarop Caroline van der Plas van de BoerBurgerBeweging (zeg in godsnaam geen ‘BBB’) het Binnenhof op denderde, de ene zetel van 50Plus en Liane den Haan die zichzelf emancipeerde van de rest van 50Plus, over de onverwachte verkiezingswinst van Forum voor Democratie en de volkomen wél verwachte breuk tussen de twee vooruitgeschoven figuren van de partij, Thierry Baudet en Wybren van Haga.

Die laatste breuk was een reactie op hoe Baudet de bezettingsjaren en de bevrijding misbruikte om zijn campagne tegen de coronamaatregelen te voeren. Niet kies, vond Van Haga. Het was, gek genoeg, de minst tot de verbeelding sprekende rel van de laatste maanden. Van Haga had bijna net zoveel voorkeurstemmen als Baudet gehaald. Dat moest gaan botsen.

Op de site van Forum schreef Baudet een essay over de breuk binnen zijn partij – bijna een beginselverklaring. ‘Al sinds het ontstaan van FvD is de partij regelmatig “in opspraak”, zoals dat wordt genoemd. Er ontstaat “ophef” – grote verontwaardiging in media en politiek over een uitspraak, een appje of een gesprekspartner.’ Dat was niet kwalijk, schreef Baudet. Het tegendeel. Daarvoor was Forum op aarde. Ophef betekende dat je niet salonfähig was, niet in het vastgelopen politieke bestel meedraaide. Dus breken, ruziemaken, taboes opzoeken. Dat vergt mensen met een zeer sterke geest, ‘met moed, heldenmoed’, schreef Baudet (over zichzelf).

Vrijwel nergens in Baudets stuk ging het over de burger, over wetten of voorstellen die Forum zou realiseren om diens leven beter te maken. Het ging om positioneren in het debat, in de media – de politieke partij primair als mediapartij.

Vanaf zijn jeugdjaren zoekt Baudet een thuis

Was het toeval of niet dat precies op dat moment, begin mei, de burger sprak. In een enquête van I&O Research onderschreef tachtig procent van de respondenten de stelling: ‘de politiek is te veel met zichzelf bezig, in plaats van met het oplossen van problemen van de mensen in het land’. Te veel oneliners, te veel pose, te veel verontwaardiging voor de camera. Terwijl politici pleitten dat het debat terug moest in de Kamer, vroeg de burger om simpelweg beter bestuur.

Het is nog niet eens een jaar geleden dat Mijn meningen zijn feiten verscheen, de Baudet-bio van voormalig Vrij Nederland-coryfeeën Harm Ede Botje en Mischa Cohen, genomineerd voor de Brusseprijs. Het voelt als veel langer. Het boek stopt in de zomer van 2020, en verscheen net voordat Baudet de aanvankelijke kieslijst liet ploffen door op te stappen vanwege de ophef over het antisemitisme binnen de chatgroepen in zijn partij, brouilleerde met de rest van zijn kieslijst, weer terugkeerde, het lijsttrekkerschap opeiste met alle gevolgen van dien.

Ede Botje en Cohen beschrijven hem als ‘veelkantig. Vasthoudend en doelgericht maar ook zweverig en onthecht. Losbandig en moralistisch. Een narcist zonder eigen ideeën volgens sommigen, een intellectueel voorbeeld voor anderen. Hij voorspelt een desastreuze eindtijd – én een glorieuze renaissance.’

Mijn meningen zijn feiten is bij uitstek een journalistieke biografie – misschien moeten er nog jaren overheen gaan om de biografie te schrijven waarin Baudet duidelijker in een politiek-historische context wordt geplaatst. Niet als uniek figuur, maar als zoveelste belichaming van een nieuw reactionair-rechts discours waartoe jongemannen in heel het Westen zich voelen aangetrokken. Dat is misschien nog een van de meest typische dingen aan Baudet; dat hij zo weinig uniek is. Of in ieder geval: hij is niet endemisch Nederlands. De meningen die hij verkondigt (waarvan hij zelf graag zegt dat niemand ze durft uit te spreken) zijn in talloze landen terug te horen, uit de monden van talloze generatiegenoten, die dezelfde boeken lezen, hetzelfde taalgebruik hanteren, vaak uit dezelfde klasse komen en op dezelfde manier geradicaliseerd zijn. Het boek had aan kracht gewonnen als het die contextualisering meer had opgezocht. Baudet functioneert, in binnen- en buitenland, in een bestaand bestel. De vraag hoe Baudet geworden is wie hij is, is op een bepaalde manier misschien minder relevant dan de vraag hoe dat bestel precies is ontstaan.

Maar dat is allicht de mening van de recensent – bij wie door de jaren heen een zekere Baudet-media-fatigue is opgetreden. De waarde van deze biografie is niet zozeer dat de auteurs met mensen hebben gesproken die zich nooit eerder over hem uitlieten, of feiten boven water hebben gekregen die je blik doen veranderen. Het is eerder dat ze nog eens zoveel feiten en affaires op een rij zetten dat een niet te missen patroon duidelijk wordt. Dat patroon openbaart bovenal een psychologisch portret. Op de universiteit, bij een studentendispuut, bij een opiniekatern, bij een tv-programma, binnen een uitgeverij; overal komt de eloquente, veelbelovende Baudet via de voordeur binnen, om er volgens via de achterdeur weer uitgewerkt te worden. Steeds vallen mensen ervoor hoe uitgesproken hij is, hoe pesterig uitdagend hij spreekt en schrijft – om er vervolgens achter te komen dat het niet uitdagend of pesterig is; hij blijkt bij nader inzien een heel stuk radicaler dan verwacht. Hij flirt niet met extreem-rechtse figuren, hij ís er een (een bijvangst van het boek is dat het laat zien hoe naïef journalistieke redacties kunnen zijn, die zich blijkbaar soms niet kunnen voorstellen dat iemand zichzelf niet zomaar wat rechts positioneert, maar het ook écht meent).

Zoals Ede Botje en Cohen het opschrijven heeft het iets tragisch; al vanaf zijn jeugdjaren zwerft Baudet door de publieke wereld op zoek naar een thuis, maar telkens als een thuis zich aandient, breekt hij het huis zelf af. Hij kan zich bij geen consensus neerleggen, zoekt altijd de grenzen van de groep op, en overtreedt die onherroepelijk. Zo kom je weer bij die #ophef. Zoals Baudet het op de site van Forum schreef klinkt die zucht naar rumoer als een politiek instrument. Maar als je zijn biografie leest weet je: het is een psychologische verslaving. Hij kan niet anders.