Zuid-Afrika en de hel van de zesde verdieping

Johannesburg – De vrouw naast me vraagt waar ik vandaan kom. Zij komt uit Kazachstan. Haar man, zwart, komt uit Kaapstad. Ze hebben elkaar leren kennen in Israël. Vreemde plek. Ze lacht. Ze zijn allebei Bahái en in Haifa staat het wereldcentrum. Ze bieden me snacks aan. ‘Ontbijt.’ Aan mijn andere kant is een Engelsman in discussie gewikkeld met twee Mozambikanen over wat nou de beste hbo-serie is.

Je maakt snel vrienden op de harde banken bij Binnenlandse Zaken van Zuid-Afrika, waar we allemaal hopen op een verlenging van onze verblijfsvergunning. ‘Home Affairs is hell’, luidt het cliché. De jaren-zestigkantoorflat staat in downtown Johannesburg waar brute minitaxi’s heer en meester zijn. Je loopt van het parkeerterrein door zwerfvuil, voor de deur word je belaagd door pasfotoverkopers, je moet vechten voor je nummertje, je moet door een metaal­detector, de liften werken niet, de wc’s stinken.

Eenmaal op de zesde verdieping, waar je niet binnenkomt zonder nummertje, neem je plaats op een van de lange houten banken. Tergend langzaam schuif je van bank naar bank richting loket. Visumagenten doen goede zaken door voor een paar honderd euro het vuile werk op te knappen. Ik doe het altijd zelf. Die uren bij Home Affairs zijn een goede graadmeter voor de toestand van het land.

Vandaag regent het. Johannesburgers hebben de pest aan regen en voor mijn nummertje hoef ik niet te vechten. De rij op de zesde verdieping is slechts een bank lang. Om acht uur zit ik, om tien uur ben ik aan de beurt. De vrouw achter het loket is vriendelijk. Achter haar hangt een poster die zegt dat ‘wij er zijn om u te dienen’. Ze klikt met haar muis; voor het eerst sinds mijn verblijf hier besta ik op het computerscherm en niet meer als een onvindbaar dossiermapje.

Vooruit, ik heb de verkeerde formulieren ingevuld en er ontbreekt nog een politieverklaring. Maar die krijg ik diezelfde ochtend nog. Om twaalf uur ben ik terug. De vrouw achter het loket bekijkt goedkeurend mijn papieren en geeft me een pen. ‘Uw mobiele nummer. Over tien dagen krijgt u een sms ter bevestiging en over zes weken een sms dat er over uw aanvraag is beslist.’ Om half twee sta ik weer buiten. Het gaat goed met dit land, denk ik - tot ik het laatste nieuws over de gewelddadige stakingen lees.