Zuid-Afrika heeft sterke dochters en moeilijke zonen

Kaapstad – Met het vrouwelijke nageslacht van Zuid-Afrikaanse beroemdheden zit het wel goed. Zo is Lindiwe Sisulu, dochter van de anc-coryfeeën Walter en Albertina, al jarenlang minister, en wordt ze genoemd als toekomstige president. Zindzi Mandela, kind van Nelson en Winnie, is ambassadeur in Denemarken.

Met de mannen ligt het anders. De zoon van J.M. Coetzee, met wie hij een moeizame verhouding had, viel op 22-jarige leeftijd van elfhoog uit een flat. En die van aartsbisschop Desmond Tutu heeft een alcoholprobleem, wat zijn vader in The New York Times deed verzuchten: ‘Als hij niet onder invloed is, dan is hij een fantastisch mens, werkelijk. Je kunt wel janken als je ziet hoe hij zichzelf haast opzettelijk kapot maakt.’

En dan had je Piet, de zoon van Pik Botha, die tijdens de apartheid zeventien jaar lang minister van Buitenlandse Zaken was. Pik was een flamboyante, eigenzinnige diplomaat, dol op whisky en de internationale jetset. Piet koos voor een andere carrière: rock-’n-roll. Zijn eerste optreden gaf hij op zijn negentiende, als onderdeel van een akoestisch duo. Daarna richtte hij bands op die passende namen kregen: Wildebeest, Jack Hammer, Lyzyrd Kyngs. Ze klonken als ZZ Top, Warren Zevon en Lynyrd Skynyrd.

Piet leefde de rock-’n-roll. Met zijn lange grijze haren begon hij steeds meer op countryheld Willie Nelson te lijken, een outlaw, net als hij. Piet reisde van stadje naar stadje, van gig naar gig, zong liedjes over het eeuwige onderweg zijn, over onbereikbare liefdes en het ongetemde Zuid-Afrikaanse landschap. Hij geloofde in de helende kracht van de muziek. ‘De goden van rock-’n-roll beschermen je als je echt in de penarie zit’, vertelde hij journalist Alice Inngs. ‘Je moet het ze vriendelijk vragen, maar ze helpen je. Als je je klote voelt, denk dan gewoon aan een liedje van John Lennon en je hervindt je evenwicht.’

Dat evenwicht werd allengs aangevuld met een ander cliché: de drank en de drugs. Eerst het lichtere werk, uiteindelijk ook heroïne. Op het laatst was Piet – alleen op het toneel in een sjofele hippiebar – niet meer in staat om zijn liedjes fatsoenlijk te vertolken. Hij overleed dit jaar op 63-jarige leeftijd aan alvleesklierkanker, een jaar na zijn vader, die 86 werd. Bij zijn begrafenis kreeg iedereen meteen na aankomst een shot tequila. Piet wilde het zo.