Zuid-afrikaanse geheimen

‘DE WORTEL VAN al het kwaad’, heeft de openbare aanklager hem genoemd. Dr. Wouter Basson heeft die bijnaam niet zomaar. Zijn afdeling bij het Zuid-Afrikaanse leger produceerde T-shirts doordrenkt met vergif dat op den duur dodelijke hartafwijkingen veroorzaakte. Hij verzon pillen die onvruchtbaarheid tot gevolg hadden. Hij had het plan blikjes met vergiftigd bier te verspreiden, en mantraxpillen om de jeugd in de townships aan de drugs te helpen.

Als hoofd van de 7th Medical Division was dr. Basson intensief betrokken bij de productie van chemische en biologische wapens. Hij had de leiding over de geheime operatie, Project Coast, die deze technologie op westers niveau moest brengen. Een netwerk van front-stores en nepbedrijven zorgde voor de financiering en toelevering.
Begin jaren negentig concludeerde het Steyn Committee dat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten betrokken zijn geweest bij destabiliseringscampagnes, ook na afschaffing van de apartheid. Het Steyn-rapport noemt Basson als de belangrijkste man van Zuid-Afrika’s CBW- (Chemical and Biological Warfare)-programma. De 7th Medical Division voorzag moordenaars van militaire hit squads van vergif en was betrokken bij een chemische aanval op Frelimo-troepen in Mozambique, eind jaren tachtig.
DEZE MAAND IS in Pretoria eindelijk een serieuze rechtszaak tegen Basson begonnen. Hij zit vast op de aanklacht fraude en verduistering van overheidsgelden. Aanleiding is een groot onderzoek van de Zuid-Afrikaanse Office for Serious Economic Offences (OSEO) naar forse malversaties rond Project Coast. Omdat Zuid-Afrika begin jaren negentig wilde toetreden tot internationale non-proliferatieverdragen trok de regering officieel de handen af van Project Coast. De Klerk gaf in 1991 toestemming voor de privatisering van de betrokken bedrijven. Twee van de front-companies, Delta G Scientific en Protechnik Laboratories, kwamen op die manier in handen van directeuren en aandeelhouders. Doordat de overheid tegelijkertijd eenzijdig grote contracten opzegde, ging de privatisering gepaard met miljoenenverliezen. Naar onlangs bleek heeft de regering daarvoor destijds aanzienlijke schadevergoedingen uitgekeerd. Enorme bedragen werden weggesluisd naar buitenlandse bankrekeningen. Een van de aandeelhouders die profiteerde was Philip Mijburgh, neef van de minister van Defensie, die nauw betrokken was bij het besluit tot privatisering. Ook Basson werd er niet slechter van. Daarvoor staat hij nu terecht. De verhoren van Basson vinden achter gesloten deuren plaats - op persoonlijk verzoek van de minister van Defensie - om de nationale veiligheid niet in gevaar te brengen.
Het valt te betwijfelen of de waarheid over dit duistere deel van de geschiedenis van de apartheid ooit boven water komt. Toegeven dat Zuid-Afrika inderdaad een offensief programma voor chemische en biologische wapens heeft, of dat Basson die technologie heeft uitgevoerd naar landen als Libië, met medeweten van de regering, betekent dat het land internationale verdragen heeft geschonden. Dat strookt absoluut niet met de vooruitstrevende rol die Zuid-Afrika sinds de afschaffing van de apartheid internationaal heeft in het non-proliferatieproces.
DE MEESTE BETROKKENEN houden wijselijk hun mond. Een van die mensen is dr. Brian John Davey. ‘Algemeen erkend als de professional’s professional. Hij is arts en wetenschapper en hij heeft deze disciplines uitgebreid benut bij zijn onderzoek naar verondersteld gebruik van chemische wapens in heel Zuidelijk Afrika.’ De ASA Newsletter, het vakblad voor specialisten in nucleaire, biologische en chemische defensie, ontwapening en verificatie, komt superlatieven tekort om de deskundigheid van dr. Davey te omschrijven. 'Hij heeft kennis uit de eerste hand over zowel de CBW-dreiging als verweer op deze dreiging.’ Waar hij deze kennis opdeed, daarover zijn de bronnen wat minder duidelijk. Brian Davey is Zuid-Afrikaan. In zijn zeer beknopte cv staat dat hij zijn militaire dienst vervulde als medical project officer for chemical defence, in de ASA Newsletter staat dat hij dienst deed in 'the Angolan theatre of operations’. Maar bij welk onderdeel van het leger dat was, staat nergens. Begin jaren negentig was Davey speciaal adviseur van zijn regering op gebied van ontwapening en CBW-defensie. Hij pleit internationaal voor de toelating van Zuid-Afrika in de Chemische Wapen Conventie.
Wat Daveys specialisme is, valt op te maken uit zijn vele publicaties in de ASA Newsletter. Hij heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar mensen die beweren het slachtoffer te zijn van een aanval met chemische wapens. Hij onderzocht incidenten in Angola en Mozambique, waar buur Zuid-Afrika toentertijd een onevenredig grote rol speelde in de respectievelijke burgeroorlogen. Steeds was het team waarvan Davey deel uitmaakte zeer snel ter plaatse. En steeds was de conclusie: bewijs van chemische wapens is niet gevonden.
HET KAN TOEVAL zijn. Een Zuid-Afrikaanse specialist op het gebied van chemische oorlogsvoering, die zijn land wereldwijd vrijpleit van betrokkenheid bij zulks. Helaas zijn er meer omstandigheden die tegen hem pleiten. De naam Brian John Davey komt voor op een zeer vertrouwelijke lijst van de Afdeling Onderzoek van de Waarheidscommissie: een opsomming van alle mensen en bedrijven die iets te maken hebben met chemische en biologische oorlogsvoering, en met Basson. Op die lijst staat Davey genoemd als directeur van Lifestyle Management Ltd., één van de frontorganisaties in het netwerk dat het voortbestaan van Project Coast moest garanderen. Het bedrijf is opgericht in 1990 en is gespecialiseerd in bio-genetica. Als tweede van de drie directeuren staat vermeld Philip A. Mijburgh. Hij is volgens onderzoekers van de Waarheidscommissie al jaren een van de belangrijkste leden van de Basson-groep, en directeur van Protechnik Laboratories en Delta G Scientific, de grootste geprivatiseerde covert companies.
Een paar jaar geleden liet Davey zich in de ASA Newsletter nog portretteren als de oprichter van Lifestyle Management. Op een andere foto poseert hij met Jan Lourens, ook een directeur van Protechnik. De Waarheidscommissie weet over Lourens dat hij een verleden heeft bij de Special Forces, en dat hij samen met Basson en Mijburg 'eliminatie-acties’ uitvoerde voor het Zuid-Afrikaanse leger.
Davey heeft goede redenen niet te veel over zijn verleden los te laten. Hij verscheen in 1992 uit het niets op het internationale toneel van conferenties en conventies. Dat was vlak nadat De Klerk eind 1991 de privatisering van het chemische-oorlogsvoeringprogramma gelastte. Zijn betrokkenheid bij onderzoek in het veld dateert in ieder geval van 1988 - toen was hij in Angola, voor de Zuid-Afrikanen.
Tegenwoordig is Davey een veelgevraagd spreker op internationale bijeenkomsten over verondersteld gebruik van chemische wapens. Begin december houdt hij in Caïro een lezing over beschermende kleding voor inspectieteams. Hij woont met vrouw en kinderen in Den Haag, waar hij ook werkt. Want sinds 1 april 1995 is Brian John Davey Hoofd Health & Safety bij het OPCW, de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens. Davey werkt bij de organisatie die moet controleren of de ondertekenaars van het verdrag dat de ontwikkeling, productie, opslag en het gebruik van chemische wapens verbiedt, zich aan de regels houden. Het is de vraag of dr. Davey zijn huidige werkgever volledig heeft ingelicht over zijn Zuid-Afrikaanse verleden.
Het was Klaas de Jonge die Brian Davey op het spoor kwam. De Jonge was door het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika (voorheen AABN en KZA) aangenomen om voor de Waarheidscommissie onderzoek te doen naar geheime operaties van het apartheidsregime in Europa. Het OPCW had de afgelopen maanden geen interesse voor de bevindingen van De Jonge.