Zuid-Korea gaat het bloedbad uit 1980 onderzoeken

Seoul – Een waarheidscommissie moet in Zuid-Korea vaststellen wie de daders zijn van de moordpartij op burgers in 1980 in de stad Gwangju. Dat heeft president Moon Jae-in aangekondigd bij de herdenking van het bloedbad dat veertig jaar geleden plaatsvond. Demonstranten eisten in mei 1980 democratie, nadat het militaire bewind onder leiding van Chun Doo-hwan de staat van beleg had afgekondigd. Na tien dagen maakte het leger met bajonetten en machinegeweren een einde aan de protesten. Er vielen zeker tweehonderd doden, maar waarschijnlijk een veelvoud daarvan.

Het bloedbad is nog altijd een politieke splijtzwam, want conservatieven beklemtonen dat onderdrukking van het protest nodig was. Toenmalig legerleider Chun Doo-hwan wordt beschouwd als de verantwoordelijke. Maar Chun, nu 89 jaar, zegt dat de opstand in Gwangju georganiseerd was door Noord-Korea en dat hij wel moest ingrijpen tegen de staatsgevaarlijke communisten. Toch werd hij in 1996 veroordeeld tot de doodstraf, in hoger beroep omgezet in levenslang. Maar eind 1997 kreeg hij gratie. Zo bleef ‘Gwangju‘ een open wond.

De Amerikaan Paul Courtright was een van de weinige buitenlandse ooggetuigen. Hij werkte in een dorp buiten Gwangju, maar kwam regelmatig in de stad. Toevallig kwam hij midden in het geweld terecht. Zijn herinneringen verschijnen deze maand in het boek Witnessing Gwangju. ‘Vorig jaar was ik terug in Korea en ik was geschokt om te horen dat er nog steeds mensen zijn die vinden dat de opstand terecht is neergeslagen’, zegt Courtright, nu gepensioneerd, vanuit zijn woonplaats San Diego. ‘Een minderheid van conservatieve ouderen ontkent zelfs dat het bloedbad heeft plaatsgevonden.’

Courtright zag op het busstation van Gwangju hoe soldaten een man met wapenstokken aftuigden. In het centrum was hij getuige van het doodschieten van demonstranten. Hij hielp met het wegdragen van de lijken. Hij wilde verslag uitbrengen bij de Amerikaanse ambassade, maar niemand wilde met hem spreken. De VS steunden de dictatuur van Chun, die sterk anticommunistisch was. Dat blijkt ook uit recent vrijgegeven documenten, onder meer van gesprekken van de Amerikaanse ambassadeur William Gleysteen met de militairen. Courtright besloot dat hij ooit de waarheid zou vertellen. Nu de commissie de moorden gaat onderzoeken, komt zijn boek op het goede moment. ‘Natuurlijk vertel ik mijn ervaringen als de commissie mij wil horen.’