Buitenland

Zuidflank

Met nog een paar weken te gaan tot de Europese verkiezingen dreigt er opeens een burgeroorlog in Libië, het land met 1700 kilometer kustlijn waar honderdduizenden migranten op een kans wachten om over te steken naar Europa. Als die oorlog er komt, komen de boten ook, en gaan de verkiezingen nergens anders meer over. Is dat toeval? In Rome denken velen van niet. Frankrijk en Italië zijn elkaars lievelingsvijanden sinds de Italiaanse verkiezingen vorig jaar, die de links- respectievelijk rechtspopulistische Vijfsterrenbeweging en Lega samen aan de macht brachten. Vooral sinds de Italiaanse vice-premier zijn steun uitsprak voor de gele-hesjesbeweging in Frankrijk is de stemming giftig. Een beetje vluchtelingencrisis, zo vlak voor de verkiezingen, zou hem flink in het nauw brengen. Heeft Frankrijk daar niet achter de schermen op aangestuurd via steun aan de Libische generaal Haftar, die nu optrekt naar Tripoli?

Beide Italiaanse regeringspartijen hebben een gezonde neiging tot samenzweringstheorieën. Maar niet alleen zij twijfelen over de Franse bedoelingen. Politico citeerde afgelopen weekend hoge Europese diplomaten die ook vermoeden dat de Franse regering de Libische krijgsheer steunt. Een Franse regeringswoordvoerder reageerde door te zeggen dat Frankrijk ‘geen verborgen agenda’ heeft en ‘niet in het geheim probeert het vredesproces in Libië om zeep te helpen’ – wat natuurlijk de speculatie alleen maar aanwakkerde.

Machtsdenken maakt een comeback in Afrika

Maar niet alleen Frankrijk lijkt Haftar aan een touwtje te hebben. Amerikaanse media en militairen zien Haftar vooral als Russische pion in een mondiaal schaakspel dat Vladimir Poetin speelt. In het Midden-Oosten wordt Haftar juist gezien als een vazal van Egypte, die wordt gebruikt in een machtsspel tussen Egypte, Qatar en Turkije. Al deze projecties zijn op z’n minst overdreven: ongetwijfeld is generaal Haftar niemands poppetje aan een touwtje. Maar dit voorbeeld illustreert wel hoe sterk machtspolitiek en machtsdenken een comeback maken in Afrika. Allerlei landen volgen er met argusogen de bewegingen van andere landen en vergroten die al snel uit tot zorgwekkende machtsuitbreiding van hun tegenstander.

Zo’n moment was er ook afgelopen zomer. Eind juli werden in de Centraal-Afrikaanse Republiek drie Russische journalisten vermoord. Dat was op zichzelf niet zo opmerkelijk, want dat land is een van de gewelddadigste ter wereld. Maar het perspectief op die moord draaide volledig om toen bleek dat de journalisten ter plekke waren om de activiteiten van de Wagner Group te onderzoeken. Dat is een berucht huurlingenleger, beschikbaar voor ’s werelds smerigste klussen in Afrika en het Midden-Oosten, en overduidelijk een verlengstuk van de Russische regering. Wagners veteranen vechten onder meer in Syrië en Oekraïne. En nu dus in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Onmiddellijk vlogen in de VS de haviken van hun nest. Analisten schreven bezorgd over ‘de terugkeer van Rusland in Afrika’, generaals waarschuwden in het Congres hoe ‘Rusland zijn invloed heeft vergroot met militaire samenwerking en de schenking van wapens’ en de nationale veiligheidsclown John Bolton verkondigde dat ‘het Kremlin voortgaat met het verkopen van wapens en energie in ruil voor stemmen in de VN’, alsof dit een ongekende schande is. The New York Times schrijft driftig mee. De krant telde onlangs twintig Afrikaanse landen waar Rusland wapens of militaire training aan verkoopt, veroordeelde het feit dat Rusland hiervoor goedkope mijnrechten terugkrijgt en suggereerde dat dit alles een nationale veiligheidscrisis betreft. ‘Ze proberen de buit te bemachtigen’, citeerde de krant een Amerikaanse generaal – weer zo’n eyeopener. De opkomst van Haftar in Libië wordt door de krant beschreven als ‘een poging van Rusland om zich te verschansen aan de zuidflank van de Navo’. Je vraagt je af waar de verbazing en ontzetting vandaan komen. Dit is hoe een wereld eruitziet die wegbeweegt van een streven naar collectieve veiligheid en collectieve oplossingen, en die beweegt in de richting van nationale competitie en landsbelangen eerst. Het eerste slachtoffer van zo’n wereld, zo lijkt het, is een rustige afweging van wat nationaal belang is, wat andere landen kunnen en willen bereiken over hun grens, en wat internationale ontwikkelingen drijft. Als zo’n wereld gepaard gaat met permanente paniek over wat anderen allemaal bekokstoven over de grens, en de reflex om daar direct tegenin te gaan, dan mogen we onze borst nog natmaken. En landen in Afrika ook.