Zuipen en naaien

Omdat ik precies drieeneenhalve maand geleden jarig was, trakteerde ik mijzelf op de verzamelde poezie van Remco Campert, die immers ook een voortreffelijk dichter is. Ik bladerde onmiddellijk door naar het gedicht ‘Niet te geloven’, een impressie van de eerste dagen na de bevrijding. Ik trippelde toen op mijn kabouterslofjes door het woonvertrek. De volwassenen hadden andere dingen aan hun hoofd. ‘Alles zoop en naaide/ heel Europa was een groot matras/ en de hemel het plafond/ van een derderangshotel.’

De uitdrukking ‘alles zoop en naaide’ is beroemd geworden, vergelijkbaar met dichtregels als 'Ik ging naar Bommel om de brug te zien’ en 'De zee, de zee klotst voort in eindeloze deining.’
Lections on literature, ter vervanging van het opstel en die antiquarische eis een correcte, consequente spelling te hanteren: wie bedacht het woord epibreren? Juist, het was Simon Carmiggelt. Wie heeft het begrip denkraam verzonnen? Marten Toonder, natuurlijk. Wie is de geestelijke vader van Koning Holleweinreb? Heel goed, jongeman, dat was Willem Frederik Hermans. En aan wie hebben wij het Goois Matras te danken? Nee, dat zou ik zo gauw niet weten.
Totdat ik op die voetnoot in H.J.A. Hoflands essaybundel Betrekkelijke kleinigheden stuitte. De man aan wie wij de uitdrukking het Goois Matras te danken hebben, blijkt Jan Vrijman te zijn. 'Het is niet te geloven: alles zuipt en naait. Heel het Gooi is een groot matras, en de mooie Gooise hemel lijkt wel het plafond van een derderangshotel.’ Het stond in het maandblad Podium, achttiende jaargang, nummer 7/8, 1964. Twee jaar na verschijning (in 1962) van Camperts bundel Dit gebeurde overal, waarin het gedicht 'Niet te geloven’ is afgedrukt.
Het was vanzelfsprekend geen letterdieverij maar een regelrechte hommage, ter morele ondersteuning van Campert die in datzelfde jaar 1964 plotseling het middelpunt werd van een soort schandaal, toen de Avro - verantwoordelijk voor het tv-programma Literaire ontmoetingen - eiste dat het woord 'naaien’ door encyclopedische braafheden als 'copuleren’ of 'cohabiteren’ zou worden vervangen. Daar kon geen sprake van zijn, en de consequentie was dat de uitzending door Avro-programmaleider Ger Lugtenburg werd verboden. Daarmee was de Avro, niet voor het eerst, niet voor het laatst, het nationale lachsucces. De enige die er niet om kon lachen, was Remco Campert, toen nog een doodstervend arme dichter, die het hem toegezegde honorarium van f600,- goed kon gebruiken. Hij werd in die hectische dagen door Bibeb geinterviewd en zei: 'We hebben er vier weken aan gewerkt. En op ’t laatste moment springt ’t af door… door… van kwaadheid weet ik z'n naam niet meer… Ger Lugtenburg. De anderen zijn wel betaald. M'n moeder, Jan Vrijman, Rijk de Gooyer.’
Lugtenburg, recentelijk overleden, is in de dagbladen via de gebruikelijke weinig geinspireerde In Memoriams in de omroepgeschiedenis bijgezet. De enige die zich 'het incident’ nog herinnerde, was Henk van Gelder in NRC Handelsblad. En ik, want ik heb een goed geheugen voor de fatsoensrakkerij uit het recente verleden.
De Complete Campert kost f75,-, waar de dichter, neem ik aan, de gebruikelijke tien procent aan overhoudt, zodat ik het gevoel heb althans iets aan de Wiedergutmachung te hebben bijgedragen.