Zulu-rijk koning goodwill is bang

Sinds koning Goodwill Zwelethini verklaarde zijn ‘onafhankelijke’ Zulu-rijk in ere te willen herstellen, is het thuisland Kwazulu/Natal overspoeld door geweld. Het heeft zijn aanzien nauwelijks geschaad. Voor zijn onderdanen staat hij symbool voor de eenheid en het roemruchte verleden van de Zulu’s. Voor de Inkatha-partij is hij vooral een handige marionet.

ULUNDI - Prins dr. Vincent Tiniza Zulu, onderminister van Onderwijs en Cultuur in het thuisland Kwazulu, scheurt een blaadje uit zijn blocnote. Terwijl achter hem koning Goodwill Zwelethini vanuit zijn fotolijst minzaam het kantoor in blikt, tekent de prins een kleine stamboom van zijn familie. Zijn grootvader, legt hij uit, was de broer van de grootvader van koning Goodwill. En Mangosuthu Buthelezi, de neef van koning Goodwill, stamt van een familietak die in het verleden heel veel heeft betekent. ‘Voor verscheidene koningen leverden de Buthelezi’s de premier.’
Prins Vincent grasduint met graagte in de geschiedenis en voedt daarmee zijn lofzang op Buthelezi en koning Goodwill. 'De Zulu’s zijn niet vergeten dat ze ooit een grote natie waren. Hun land is hun afgenomen door de Britten en vervolgens doorgegeven aan de Boeren. De Zulu’s wachten nog steeds op de bevrijding. En de koning heeft het Zulu-volk weer teruggebracht op de politieke landkaart van Zuid-Afrika.’
De koning op zijn beurt heeft zijn positie weer te danken aan Mangosuthu Buthelezi. 'De premier heeft zich in de jaren zeventig, nadat Kwazulu autonomie had verkregen, volledig ingezet voor het eerherstel van de koninklijke familie. De koning is daar heel erg dankbaar voor. Hij en Buthelezi staan erg dicht bij elkaar, ze mogen elkaar graag. Maar de koning bepaalt zelf wat hij doet. He is his own man.’
in Ulundi, de treurige hoofdstad van het uit zeven stukken land bestaande Kwazulu, is te zien hoe men poogt het thuisland op een monarchie te laten lijken: straten zijn genoemd naar prinsen en prinsessen en het vliegveld draagt de naam van Prins Buthelezi zelf. De wandelgang in het parlementsgebouw is behangen met de portretten van alle Zulu-koningen. Pronkstuk is het bronzen beeld op het plein voor het somber-groene gebouwencomplex: koning Shaka, 'de bijl die alle andere bijlen verslaat’, zoals hij in de traditionele lofzangen van de Zulu’s heet. Deze Napoleon van Zuidelijk Afrika stichtte in 1820 het Zulu-rijk.
Shaka was de nakomeling van een korte verhouding tussen een Zulu-leider en Nandi, de dochter van een chief van de Langeni- clan. In eerste instantie nam de Zulu-leider Nandi tot zijn derde vrouw, maar ontevreden over haar arrogante gedrag, stuurde hij haar terug naar de Langeni. De Langeni zagen dit als een schande en Nandi en haar zoon kregen het zwaar te verduren. De eenzaamheid en de pesterijen die Shaka toen ten deel vielen, worden over het algemeen gezien als de oorzaak van zijn latere verbetenheid om zich te bewijzen. Shaka groeide op tot een lange, gespierde jongeman met een grote voorliefde voor de krijgskunst. Hij sloot zich aan bij Dingiswayo, leider van de Mthethwa-stam die de Zulu-stam aan zich had onderworpen. Deze wist Shaka’s kwaliteiten op waarde te schatten en benoemde hem tot hoofd van de Zulu’s.
Het was in die hoedanigheid dat Shaka zijn revolutionaire militaire hervormingen doorvoerde. Hij vergrootte de schilden van zijn soldaten, zodat ze, met gemak de werpsperen van de vijanden afwerend, hun tegenstanders dicht konden naderen. Bij de man-tot-mangevechten haakten Shaka’s mannen hun schilden in die van de tegenstander, trokken die opzij, waarna ze een korte stootspeer - Shaka had de werpspeer als hopeloos verouderd afgeschaft - in het onbeschermde lichaam dreven. 'Ngadla!’ luidde de bijpassende strijdkreet: 'Ik heb gegeten!’ Nog steeds weerklinkt deze kreet als Inkatha-leden de straat op gaan.
Nadat Dingiswayo in 1818 door een vijandige stam in een hinderlaag was gelokt en werd gedood, kostte het Shaka weinig moeite het leiderschap over de Mthethwa over te nemen. Hierna begon hij een offensief, waarbij hij de ene na de andere stam aan zich onderwierp. Zes jaar later was hij op het hoogtepunt van zijn macht en had hij heel het huidige Natal onder controle - het gebied waar koning Goodwill Zwelethini naar verwijst wanneer hij het over 'zijn’ koninkrijk heeft.
Shaka’s rijk was echter geen lang leven beschoren. In 1828 vermoordde zijn halfbroer Dingane hem, om vervolgens het leiderschap over te nemen. Dat verliep vrij soepel; de gewelddadige manier waarop Shaka de overwonnen stammen aan zich had onderworpen, had hem niet bepaald populair gemaakt. Ook het leger morde, want om de soldaten bezig te houden - een leger dat niets te doen heeft, vormt een bedreiging voor de machthebbers - liet Shaka hen zinloze veldslagen voeren.
Wanneer tegenwoordig het roemruchte verleden van de Zulu’s ter sprake komt, gaat het meestal slechts om de tien jaar dat Shaka regeerde. Koning Dingane hoeft niet op veel verering te rekenen, want in 1838 leidde hij ruim drieduizend Zulu’s naar de slachtbank van wat bekend is geworden als de Slag van de Bloedrivier. Daar vonden zij meer dan vijfhonderd goed bewapende Boeren tegenover zich, van wie er slechts drie licht gewond raakten. Die slag was weer een vergelding voor een actie van Dingane die ook al niet voor hem pleitte: in 1837 liet hij zeventig blanke 'voortrekkers’ die kwamen onderhandelen over het gebruik van de grond, op lafhartige wijze ombrengen. Een betonnen monument op dertig kilometer van Ulundi herinnert aan dit incident. Onder de slachtoffers, zo valt op te maken uit de rij namen op het monument, bevonden zich drie De Klerks en een Botha.
Ook koning Mpande geniet niet veel aan zien, hoewel hij toch dertig jaar lang het land regeerde en stabiliteit bracht. Mpande verjoeg Dingane met behulp de Boeren - ook toen bleken de Zulu’s al in staat een verbond met de Boeren te sluiten - en werd in 1840 tot koning gekroond van een veel kleiner koninkrijk. Maar meer dan een vazal van de Boeren was hij niet. Over koning Cetshwayo, de opvolger van Mpande, wordt met meer respect gesproken: hij wist de Britten terug te slaan toen die in 1879 Zulu-land binnenvielen om het aan hun kolonie Natal in het zuiden toe te voegen. Het bleek slechts een tijdelijke overwinning; de Britten maakten in de jaren daarna voorgoed een einde aan een onafhankelijk Zulu-rijk.
Geen van de vorsten sprak zo tot de verbeelding als Shaka. Lange lofliederen zijn aan hem gewijd en in 1987 is zijn leven verfilmd. De filmset, waarop zijn kraal - zijn dorp - zo getrouw mogelijk is nagebouwd, is opgekocht door een hotelketen die het 'Shakaland’ doopte, er voor de gasten luxe 'Zulu-hutten’ bij bouwde en Zulu’s huisvestte in het namaakdorp. Die Zulu’s zijn gekleed als in de tijd van Shaka en voeren op gezette tijden de 'Zulu-experience’ op voor per bus aangevoerde toeristen. Ze dansen en zingen wat, terwijl de 'culturele adviseur’, een blanke Zuidafrikaan in een khaki-overhemd, met zijn stok wijst naar de ring die een Zulu-dame met blote borsten op haar hoofd draagt ter ondersteuning van een aardewerken vaas. 'Voor wie de Zuidafrikaanse politiek volgt: deze ring heet nu een “inkatha”, waarnaar de Inkatha Vrijheidspartij is genoemd’, doceert hij. 'Zoals de “inkatha” de kruik draagt, zo draagt de Inkatha-partij de mensen.’
Zo onschuldig als het uit de mond van de 'culturele adviseur’ klinkt, zo simpel is het ook begonnen. De Inkatha-beweging is opgericht om de cultuur van de Zulu’s te beschermen en haar aan volgende generaties door te geven. De beweging zorgde ervoor dat koning Zwelethini in 1971 tot koning der Zulu’s kon worden gekroond. Het apartheidsbewind vond dat, anders dan de Britten een eeuw eerder, een uitstekend idee, dat goed paste in het grote plan van de 'gescheiden ontwikkeling’: elke groep zijn eigen cultuur en als het even kan zijn eigen thuisland.
Maar sinds de legalisering van het ANC is de Inkatha-beweging omgevormd tot politieke partij. Eerst probeerde de partij zich op landelijk niveau te vestigen als 'partij voor iedereen’. Na het besluit om de verkiezingen te boycotten lijkt de Inkatha-partij zich weer zonder omwegen te richten op de oorspronkelijke aanhang, de Zulu’s in Natal, hopend haar machtspositie als regeringspartij van Kwazulu te kunnen behouden.
De koning is daarbij van groot nut. Wat prins Vincent Zulu ook mag beweren, Inkatha - of beter gezegd: partijleider Mangosuthu Buthelezi - beheerst volledig het doen en laten van de koning. Koning Goodwill is geheel afhankelijk van de Kwazulu-regering: deze betaalt zijn salaris, waarmee hij zijn vijf vrouwen en vijf paleizen onderhoudt. Koning Goodwill heeft niet veel opleiding - pas onlangs zou hij Engels hebben geleerd van een van zijn vrouwen - en staat niet zo stevig in zijn schoenen.
'Ik heb begrepen dat de koning erg ontevreden is over de hele toestand en bovendien doodsbang is’, zegt Mary de Haas, sociaal-antropologe, gespecialiseerd in de Zulu-cultuur en werkzaam aan de universiteit van Natal in Durban. 'Daar heeft hij ook wel redenen toe. Een lid van de koninklijke familie, Petrus Zulu, is vermoord nadat hij Pretoria een brief had gestuurd met de vraag of de nationale regering voortaan de toelage van de koning kon betalen in plaats van de regering van Kwazulu. En een zakenpartner van de koning, chief en parlementslid Ngubane, wilde kiezersvoorlichting in zijn gebied toestaan. In februari stond hij ineens op een dodenlijst die in Ulundi circuleerde’, zegt ze, terwijl ze een papier van haar bureau vist waarop 'Viva ANC!’ staat gekalkt. 'Hier staat dat het ANC de mensen op deze lijst had opgedragen te infiltreren in de Kwazulu-regering om die te ondermijnen. Omdat ze hun opdracht niet zouden hebben volbracht, zou het ANC hebben besloten hun namen openbaar te maken. Het is natuurlijk fake, maar Ngubane, nota bene lid van het parlement in Ulundi, is hierna halsoverkop weggevlucht.’
Ooit, in 1976, keerde de koning zich tegen Buthelezi en probeerde hij een eigen partij op te richten. Tijdens een speciale sessie van het parlement in Ulundi beschuldigde Buthelezi de koning ervan dat hij zich ongrondwettig met partijpolitiek inliet, om vervolgens de Zulu’s op te roepen te kiezen tussen hem en de koning. Hierop sprak koning Goodwill zijn steun voor Buthelezi uit, onder de plechtige belofte dat hij zich niet meer in de politiek zou mengen. Sindsdien heeft de koning zich niet meer 'contraproduktief’ opgesteld. 'Er staat ergens in de grondwet van Kwazulu dat degene die de koning in de politiek betrekt, strafbaar is’, zegt De Haas. 'Maar daarmee zou je ook Buthelezi een proces kunnen aandoen omdat hij de koning ertoe heeft aangezet te dreigen eenzijdig de onafhankelijkheid voor zijn koninkrijk uit te roepen.’
Volgens De Haas is er in Natal overigens weinig steun voor het idee van een onafhankelijk koninkrijk. 'De zwarten in Natal zijn niet gewend om in een koninkrijk te leven. Ze zien de koning als een symbool van eenheid, maar de meesten willen geen politiek koningschap. Ze hebben immers genoeg ervaring met leven in een thuisland.’ Wat niet wegneemt dat de invloed van Inkatha in het gebied erg groot is. De Haas: 'Er is zonder twijfel een grote groep Zulu’s die zich heel erg bewust is van de eigen etnische identiteit. Ze voelen zich erg Zulu en ze voelen zich dus ook thuis bij Inkatha. Maar belangrijker is het beloningssysteem: de Kwazulu-regering kan mensen recruteren omdat zij banen en huizen te vergeven heeft.
Ook de meeste mensen op het platteland zijn erg pro-Inkatha. Ze voelen zich sterk verbonden met de traditionele leiders maar deze chiefs worden allemaal betaald door Ulundi, ze vormen immers het lokale bestuur. Ulundi zet die chiefs onder druk om bijvoorbeeld te voorkomen dat het ANC in hun gebied campagne komt voeren. De chiefs vertellen hun dorpsgenoten dat het ANC hen ontslaat als ze aan de macht komen. En als er een mars op handen is, krijgen de chiefs de opdracht om bijvoorbeeld twee bussen aanhangers te leveren.’
Ook de steun voor Inkatha onder de hostel-bewoners, trekarbeiders die rond de grote steden verblijven, is goed verklaarbaar. De Haas: 'Als hostel-bewoner ben je dan wel ver weg van Natal, maar je familie leeft op het platteland. Je wilt de relatie met de lokale chief goed houden, opdat je familie niet wordt lastig gevallen. Zulke dingen spelen ook mee bij het besluit om deel te nemen aan de protestmarsen van Inkatha.’
Maar vaak komt het motief ook echt voort uit overtuiging. De mensen in de hostels zijn decennia lang honds behandeld door inwoners van de aanpalende townships. Hostel-bewoners namen nooit deel aan het stadsleven, en de bewoners van de townships zagen de hostels als gevaarlijke plaatsen waar onschuldige meisjes naar binnen werden gelokt. De hostel-bewoners sluiten zich onder zulke verhoudingen eerder aan bij Inkatha.
In Natal zijn er ongeveer 285 chiefs van plaatselijke Zulu-clans. Zeker 95 procent van hen staat achter Inkatha en sommigen zijn zeker persoonlijk betrokken bij de enorme geweldcampagne van de laatste weken. 'Sommige chiefs zijn werkelijk dol op vechten’, zegt een betrokkene in Durban. De Haas: 'Inkatha is echt een groot offensief begonnen om de verkiezingen tegen te houden. ANC-aanhangers dragen ook hun steentje bij aan de moorden, zonder twijfel, maar het grootste aandeel komt van Inkatha.’
In maart eiste de destabiliseringscampagne in Natal 281 levens. Het uitroepen van de noodtoestand donderdag bracht even hoop, maar binnen vier dagen waren er alweer ruim veertig slachtoffers gevallen. Het ergst getroffen is het township Kwamashu, iets ten noorden van Durban, waar ongeveer een miljoen mensen wonen. In sectie B van het uitgestrekte township, dat de masterminds van de apartheid nog net op het grondgebied van Kwazulu hebben weten te plannen, staat het 'menshostel’. Het is een van de grootste hostels van Zuid-Afrika en herbergt zo'n twaalfduizend mannen in barakken. Vroeger mochten er geen vrouwen naar binnen, en om dat te controleren is er een betonnen hek omheen gezet. Nu bewijst dat goede diensten bij de fortificatie van het hostel.
Qubs, coordinator van het ANC-kantoor in Kwamashu, wijst de weg naar het hostel, maar raadt aan op een veilige plaats te parkeren. 'Het is nu rustig omdat het Pasen is, maar ze hebben scherpschutters.’ Langs de rand van het hostel ligt een rij relatief luxe huizen, waarvan er een stuk of vier geheel zijn uitgebrand na acties vanuit het hostel. 'Alle andere huizen langs het hostel zijn verlaten. Zeker achthonderd mensen zijn weggevlucht, alleen al uit Kwamashu’, zegt Qubs.
Voor prins Vincent Zulu is het duidelijk waar het geweld vandaan komt: daar zit het ANC achter, dat immers net zo'n situatie wil creeren als in Rophuthatswana, waar vorige maand de thuislandregering viel na een volksopstand. Dat er nu in Natal meer doden vallen dan ooit, komt niet door een Inkatha-offensief, meent de prins: 'Dat zeggen de media, maar die worden gemanipuleerd. Ze schrijven gewoon op wat het ANC dicteert.’ Een reden voor het hogere aantal slachtoffers kan hooguit zijn dat 'Inkatha-leden voor het eerst terugschieten’.
De prins is van mening dat de verkiezingen moeten worden uitgesteld. Dat verlengt misschien wel de periode van bloedig politiek geweld, maar 'het is beter een korte tijd een klein beetje chaos te hebben dan een lange tijd’. Pas als er een akkoord wordt gesloten waarover alle partijen tevreden zijn, en bijvoorbeeld politie en onderwijs onder de bevoegdheid van de provincie Kwazulu/Natal blijven vallen, zal er een eind komen aan het geweld, verwacht hij.
Maar ook de meest trouwe Inkatha-aanhangers lijken geen behoefte te hebben aan chaos. 'Hier is het goddank rustig’, zegt de negentienjarige Fresh te Ondini, ongeveer vijf kilometer buiten Ulundi. Op een grasveld achter hem danst en zingt een rij meisjes in korte rokken. Iedere nieuwkomer krijgt een speer voor zijn voeten geplant, die hij moet terugbrengen naar de rij zangeresssen na eerst wat geld op een tinnen bord te hebben gelegd. Het geld is bestemd voor Khumalo Muza, die vandaag eenentwintig wordt. In het midden van de rij danst ze, urenlang, met het traditionele trapeziumvormige hoofddeksel, waar bezoekers bankbiljetten aan kunnen vastspelden. Op enige afstand zitten de mannen, met een zwart aardewerken pot bij de hand vol Umqombothi, het zelf gebrouwen maisbier. Om de beurt staat een van de mannen op, slaakt een paar kreten die door de anderen in koor worden beantwoord, en doet wat danspassen. De vader van Muza, een rijzige gestalte met in zijn hand een staf en een knopkierrie, een traditionele knots, houdt intussen toezicht.
Fresh is een grote fan van Buthelezi, vertelt hij. 'Hij is erg slim, hij denkt altijd een stap vooruit. Daarom steunen we hem.’ Fresh heeft de boodschap van de premier goed begrepen: 'Het ANC wil hier de macht overnemen, terwijl we een onafhankelijk land zijn dat door velen wordt erkend. Het ANC wil onze grondstoffen hebben.’ Hij is bang dat het geweld ook naar zijn dorp zal komen.
Een jongetje van veertien vertelt in heel behoorlijk Engels dat de koning een goede man is. Waarom? 'Omdat hij de koning is.’ Nee, hij heeft nog nooit met hem gesproken. 'Ik heb dat recht niet, ik moet eerst beter zijn opgeleid’, zegt hij, niet beseffend dat hij nu al een langere opleiding achter de rug heeft dan de koning.
Een man in wit overhemd is kritischer. 'Als ze dat koninkrijk doorzetten, komt er zeker een volksopstand. Ze moeten de koning gewoon een symbolische functie geven.’
De meisjes zingen en dansen nog steeds, terwijl de avond valt. Iemand vertaalt de tekst van hun gezang: 'Ik ben bang om de brug over te steken, ik ben bang. Misschien is er een leeuw of een tijger aan de andere kant, ik ben bang.’