Zure appel

Als Balkenende vertrekt naar Europa kan dat een ongekende energie losmaken bij politici en in de samenleving. Dus misschien liever nieuwe verkiezingen dan blijven speculeren over een monsteroverwinning van de PVV.

DE KANS DAT JAN PETER Balkenende de eerste president van de Europese Unie wordt, leek begin deze week te keren. Dat zou als muziek in de oren moeten klinken voor degenen die menen dat de minister-president niet mag vertrekken. Maar eigenlijk is het jammer als zijn overstap naar de EU niet door zou gaan.
Voor het blijven van Balkenende zijn overigens goede argumenten aan te voeren. In een tijd van economische crisis kan de kapitein niet het schip verlaten voordat dit de haven heeft bereikt. Zeker niet, omdat we in Nederland dan weliswaar formeel niet rechtstreeks de minister-president kiezen, maar dit informeel inmiddels wel het geval is. Dat geeft hem een grotere verantwoordelijkheid om de klus af te maken dan een ‘gewone’ minister. Binnen het denkraam van Balkenende zelf waarin verantwoordelijkheid en plicht een grote rol vervullen, zou dit zwaar moeten wegen, ook al is er voor hem altijd de verlossende uitweg dat als Europa roept dit ook verantwoordelijkheid en plicht is.
Verder zou je kunnen zeggen dat Balkenende ernaar zou moeten streven eindelijk eens een kabinetsperiode naar behoren af te maken. Dit is inmiddels het vierde kabinet dat zijn naam draagt, maar de eerste twee klapten uit elkaar en het derde was een tussenkabinetje om de tijd naar nieuwe verkiezingen te overbruggen. Als zijn vertrek zou leiden tot de val van het huidige kabinet kun je met recht en reden zeggen dat hij er in al die zeven jaren dat hij minister-president van Nederland was niet in is geslaagd een stabiel kabinet neer te zetten.
Ter verdediging van Balkenende is aan te voeren dat het politieke landschap ook aan heftige schommelingen onderhevig is: de opkomst en neergang van de LPF van wijlen Pim Fortuyn, het rumoer in de VVD, de virtuele winst van Rita Verdonks Trots op Nederland en nu die van Geert Wilders’ PVV. Maar juist in de constatering dat het een ingewikkelde tijd is, liggen ook de argumenten dat het goed zou kunnen zijn als Balkenende vertrekt.
Afgelopen zaterdag hield het CDA zijn partijcongres. Daar waarschuwde partijleider Balkenende voor het populisme dat het Binnenhof in zijn greep zou hebben. Hij wees op het grimmige, verbeten en gepolariseerde karakter van politieke discussies. Het klopt dat het politieke discours in Den Haag anders is dan pakweg tien of twintig jaar geleden en dat zit ’m in meer dan het door Wilders zo graag gebruikte woord ‘knettergek’ en andere taalverruwing.
Wat Balkenende met zijn opmerking niet lijkt te begrijpen, is dat het ook logisch is dat de politieke discussie hard tegen hard gaat en emoties een rol spelen. Het gaat nogal niet ergens over: hoe verdelen we de pijn van globalisering en minder welvaart, wie betaalt de strijd tegen de klimaatverandering, hoe solidair zijn we onderling in Nederland, kruipen we achter de dijken of kijken we er ook overheen, hoe gaan we om met nieuwkomers, wie dragen de lasten die hun komst met zich meebrengt, wat is de invloed van de islam op een samenleving met joods-christelijke wortels, wat is de invloed van Wilders’ opvattingen en manier van politiek bedrijven op onze samenleving, wat voor samenleving willen we eigenlijk?
Stel je voor dat daar niet veel en emotioneel over gepraat zou worden, dan zou er pas echt wat mis zijn. Je kunt als minister-president van dit land dan gaan klagen over populisme en de toon van het debat, maar als dat je niet zint, moet je er tegen strijden in plaats van er alleen een etiket op te plakken en foei tegen te zeggen.
Zeven jaar heeft Balkenende daarvoor de gelegenheid gehad, het is – nogmaals – geen sinecure wat er op zijn bordje ligt, maar de conclusie moet zijn dat het hem niet lukt naar tevredenheid sturing te geven in politiek woelige tijden. Misschien paste Balkenende wel beter bij het veel technischer politieke debat zoals dat eind vorige eeuw werd gevoerd.
Wilders staat bewust in bovenstaand rijtje, omdat de groei van zijn aanhang niet alleen een gevolg is van het islam- en integratiedebat, maar ook oorzaak van een verharding van dat debat. Volgens een uitgelekte conclusie van een wetenschappelijk onderzoek, gemaakt in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, is Wilders’ PVV extreem-rechts en een bedreiging voor de democratie en sociale cohesie.
Die conclusie valt onder de vrijheid van meningsuiting waar Wilders voor zichzelf zo’n aanhanger van is. Maar de politiek heeft ook aan alleen dit etiket niks. De vraag was al en blijft: hoe ga je om met zo’n partij die wél democratisch gekozen in de Tweede Kamer zit?
De drie wetenschappers vragen hun conclusie af te zwakken, mocht minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken dit inderdaad hebben gedaan, bewijst slechts wat het drietal beweert en is niet het goede antwoord. De pavlovreactie van Wilders, uiteraard doorspekt met woorden als ‘knettergek’, ‘demoniseren’ en ‘elite’, bewijst op haar beurt overigens dat de vrees terecht is dat de PVV-leider ook hieruit een electoraal slaatje zal weten te slaan. Dat de minister wil nadenken over haar reactie op het onderzoek is in dat licht bezien begrijpelijk.
Nog anderhalf jaar aanhikken tegen virtuele overwinningscijfers van Wilders en speculeren over wie met wie gaat regeren of juist over de onregeerbaarheid van ons land na een monsteroverwinning van de PVV zou inmiddels wel eens erger kunnen zijn dan door de zure appel heen bijten en in het écht naar de kiezers gaan met de vraag wat voor samenleving ze eigenlijk willen.
Die kans is er als Balkenende naar de EU gaat en zijn vertrek zou leiden tot nieuwe verkiezingen. Het zou een ongekende energie en kracht los kunnen maken bij politici en in de samenleving.
De aanval als beste verdediging.