Lust & Gratie

Zuster Morfine

Sister Morphine, Lust & Gratie

17e jaargang, nummer 65, Uitgeverij Vassallucci, 184 blz., ƒ15,-

Het zou wel eens het laatste nummer kunnen zijn: uitgever Vassallucci heeft aangekondigd Lust & Gratie niet meer in zijn fonds te kunnen of willen houden. In ieder geval niet in boekvorm. Lust & Gratie zou digitaal gepubliceerd moeten gaan worden, als onderdeel van nulnul, het online-magazine dat Vassallucci uitgeeft.

Niets is nog zeker, en wellicht komen er nog meer nummers van het blad dat al heel lang de vrouwelijke literatuur in Nederland vertegenwoordigt. En wie het themanummer Sister Morphine leest, zal wensen dat die er komen. En net zo dik, en net zo kleurrijk, en net zo goed.

In het voorwoord bij Sister Morphine vertellen schrijvers/beeldend kunstenaars Maria Barnas en Pam Emmerik in stripvorm hoe zij eigenlijk een band wilden oprichten. Ze kunnen echter niet zingen of een instrument bespelen, dus willen ze een tijdschrift maken. Dat deden ze niet. In plaats van een nieuw tijdschrift te beginnen besloten Barnas en Emmerik zich bij bestaande tijdschriften aan te bieden. Ze werden literaire flexwerkers. Lust & Gratie vond dat een great fabulous idee, en Sister Morphine ontstond, «een ruim themanummer over kunst, ziekte, pijn en het verlangen naar verdoving en genot».

Sister Morphine opent met een weergaloos verhaal van Nelleke Zandwijk, die daarmee debuteert als schrijfster. «Hij was John» belooft veel, veel goeds. In melodieus en ritmisch proza en met bergen humor bezingt de vertelster haar woelige relatie met John, een Surinamer met een ingewikkeld geestesleven. Na een jaar gaat het helemaal mis, en blijkt John eng. «Ik verlangde naar het sprookje van Vrouw Holle. Ik wilde in de put vallen zodat ik terecht zou komen in een weide met duizend bloemen en pratende broden en rijpe appelbomen en niet te vergeten de veren uit het bed van Vrouw Holle die het op aarde liet sneeuwen.»

Beeldend kunstenaar Pam Emmerik getuigt, opnieuw in stripvorm, van haar angst voor Het leven als ambacht van Cesare Pavese: «Het klonk levensgevaarlijk. Want… wat als je niet zo handig was? Zoals ik? Ja, wat dan, schat?» Denkend aan Marianne Faithfull, wier song «Sister Morphine» de titel van dit boek leverde, concludeert Emmerik: «Meer aandacht verdiende wellicht mijn jarenlange diepe geestelijke en fysieke lijden dat zich niet zelden rozijnvormig manifesteerde.»

Centrale vraag: is kunst in staat het lijden te verlichten? Verdoving te brengen? Esther Jansma meent van niet. Zij gelooft geen snars van een oorzakelijk verband tussen kunst en verdoving. Er is geen – positieve – relatie tussen kunst en verdoving. «Kunst die verdooft heet namelijk helemaal geen kunst. Die heet kitsch. Die heet Jeff Koons, en The Bold and the Beautiful, en Babypoezenkalender. Die maakt je dood in je hoofd. Kunst daarentegen maakt een mens klaarwakker. Als je wakker bent, voel je van alles. Blijdschap. Opwinding. Pijn. Misschien is er dus wel een relatie tussen kunst en pijn. Maar dat is dan dezelfde relatie als die tussen kunst en blijdschap, en tussen kunst en opwinding.»

Kunst is beheersing. Precisie. Wakker zijn.

Waar Marianne Faithfull ongeëvenaard mooi wanhopig en mooi verdrietig zong over haar wanhoop en haar verdriet en haar pijn, en waar zij de verdoving zocht waar ze maar kon, daar weten de medewerkers van Lust & Gratie juist de lichte toon te vinden. Veel kleuren, veel tekeningen, veel grappen. De zwaarte en de tragiek van Faithfull hebben plaatsgemaakt voor ironie, voor een bijna ontwapenende naïviteit. Op het eerste gezicht, althans, want niemand is natuurlijk echt naïef. Er wordt gespeeld met kinderlijkheid en volwassenheid, met pijn en plezier. Met kunst en literatuur.

Er zijn ongetwijfeld mensen die dat escapisme noemen: in de teksten wordt de pijn van het leven wel degelijk erkend, en nooit zal iemand beweren dat het leven geen lijden is, maar daar moet je niet per se droevig over doen. De manier waarop van de ellende kunst wordt gemaakt verschilt enorm van het zwart-romantische, baudelaireaanse gezwelg van vroeger tijden. Het zou aan de flexwerkers Barnas en Emmerik kunnen liggen, het kan ook de tijdgeest zijn. Liever zoeken naar een nieuw begin, een nieuw doel, dan rouwen om de zin- en doelloosheid van alles.

Christine Otten beschrijft in «Ask the Angels» haar liefde voor de muziek van Nico en Patti Smith. Enkele jaren geleden zag ze Patti Smith optreden in Amsterdam. Ze zong «About a Boy», een liedje over Kurt Cobain, «de Nirvana-voorman die zelfmoord pleegde, maar [het] zou net zo goed kunnen gaan over haar gestorven echtgenoot, of over haar broer Todd die ze ook pas had verloren, of over haar hartsvriend Robert Mapplethorpe, de beroemde fotograaf, die ze jaren eerder al naar het graf had moeten dragen. De dood was dichtbij die avond. In de keurige sfeerloze zaal van de Rai was het alsof Smith met elk liedje dat ze zong de afstand tussen zichzelf en de geliefden die ze had verloren probeerde te slechten. Alsof ze een overwinning wilde behalen op het verstrijken van de tijd, plechtig en ingetogen, terwijl ze haar wanhoop en verdriet voor zichzelf hield, dat zag je en juist daardoor ontroerde het optreden me zo.»

Net zo zijn de Lust & Gratie-auteurs zich zeer bewust van de geschiedenis waarin ze staan, van wie hun voorgangers en heldinnen zijn. Ze dragen de bagage van dat verleden bij zich «als een schild». Maar tegelijkertijd gaan ze verder waar Faithfull, Nico en Smith zijn opgehouden, en zoeken ze nieuwe wegen. Het lijden en de pijn worden daarmee niet minder, maar de wanhoop en het verdriet krijgen een andere vorm. In de woorden (en tekeningen) van Pam Emmerik: «Dildonijntje legt uit: vorm kiezen is een vorm van moed.»