Groen

Zuurstof

In Leek (Groningen) zat eens een grote man in het publiek, een soort Jezusfiguur met lang, wit haar en een nog langere, witte baard. Eigenlijk meer een goddelijk figuur, dus. Aan zijn voeten grote klompen. Hij was meegekomen met Harm de Jonge, gerenommeerd jeugdboekenschrijver. Hij had al iets anders tegen me gezegd, iets wat ik vergeten ben, maar wat mij noopte hem te vragen wie of wat hij was. ‘Een poëet!’ riep hij. (‘Plaatselijke bekendheid’, vertrouwde de lezingorganisator me later toe.) Toen ik een tijdje had zitten praten over het werken in tuinen, vroeg hij of ik het niet vreselijk vond dat al die bomen tegen de vlakte gingen om mijn boeken te kunnen produceren. De man ergerde me, zo breeduit beschuldigend als hij erbij zat, met die haren, baard en klompen, en daarom vertelde ik vol vuur over het examen kettingzagen, maakte het allemaal extra bloederig door de vele liters vergoten sap aan te stippen en de machtig doffe klappen waarmee de populieren tegen de vlakte gingen. Ook zei ik dat ik er absoluut geen problemen mee had om in een tuin die opgeknapt moet worden bomen of struiken te kappen en rooien. Lekker ruim.

Andere mensen moesten daar dan weer om lachen, misschien om hoe ik dat bracht, misschien omdat die man hen ook ergerde. Maar later – altijd alles later, té laat – bedacht ik dat ik me niet had moeten gaan verdedigen, maar de man op eigen punten pakken. Die klompen bijvoorbeeld? Waar waren die van gemaakt? Toch zeker niet van plastic? Nee meneer, populierenhout, desnoods wilg. En ‘poëet’, dat wil natuurlijk ook veel zeggen, onder meer dat er slechts een halve boom sneuvelen moet om het gemiddeld aantal verkochte bundels te kunnen drukken? Een beetje mij een schuldgevoel aanpraten omdat er voor zijn werk wellicht nauwelijks bomen geveld worden?

Maar toch. Nu ik er een column over schrijf, besef ik dat ik er eens met de uitgever over moet praten. Hoeveel bomen sneuvelen er voor boeken, dag- en weekbladen? Al die Groene Amsterdammers! Wat kost dat wel niet aan zuurstof?