Zuurstof

Na mijn val – er was geen alcohol in het spel, het gebeurde zomaar – was ik bang om te fietsen.

Ik was ook bang dat het kwam door mijn hart, want zo is mijn vader gestorven. Hart stond stil, val, dood. Was hem al een paar keer eerder gebeurd, zonder te sterven, uiteraard.

Ik weet nog dat ik op de fiets zat en bang was dat de vrijheid van meningsuiting teloor zou gaan, want ik zie die steeds minder worden. En tegelijkertijd was ik bang voor racist uitgemaakt te worden. Dat ben ik niet, maar die beschuldiging, in het openbaar geuit, kan gevaarlijk zijn. Ik ben al vaker bedreigd.

Alle angst is doodsangst. Tot je merkt dat het je angst inboezemt dat je geen angst voor de dood meer hebt, maar bang bent voor de mensen om je heen – de nabestaanden, had ik bijna geschreven, maar misschien word ik wel hun nabestaande.

Angst is een constant tekort aan lucht.

Zo moet de maatschappij nu ook een tekort aan zuurstof voelen. Niemand kan nog vrij ademen. Men voelt verval, men voelt ouderdom, men wordt niet gezien. Men is miskend.

Ben ik miskend?

Nee, maar de ouderdom gaat je miskennen. Je krijgt niet de eer voor je leven waar je recht op hebt, dat wordt tegengehouden door je te hoge bloeddruk, je te hoge cholesterolgehalte, en je zwakke knieën en heupen.

Je probeert je visie zo helder en duidelijk mogelijk aan de man te brengen, maar men wil gepassioneerde antwoorden vol idealisme, en niet het cynische realisme. Een aangespoeld kinderlijkje op het strand – bestaat er een treuriger beeld – demoraliseert vooral ons kritische denken; als antwoord op ‘hoe kon dit gebeuren?’ wordt een kitscherig esthetische morele visie verlangd met veel christelijke ingrediënten als empathie en piëtisme, de suikers van ons besef van goed en kwaad. Dat die vader van de aangespoelde peuter misschien wel een laffe misdadiger is, is dan te bitter – en dus niet waar. De criminelen zijn wij, maar wij willen het goedmaken door gefingeerde ruimhartigheid en hypocriete menselijkheid, en doe je niet mee, dan ben je verdacht. Een populist, een fascist, een racist – en uiteindelijk omarm je die termen maar. Ja, ik ben zo… Blijkbaar.

Blijkbaar.

De anderen maken je zo, zien je zo, willen je zo – anders komt hun eigen esthetische moralisme in gevaar; liever medeschuldig en die schuld afkopen dan onschuldig en afwegen wat redelijk is. Je kunt argumenten poepen wat je wil, het welklinkendste argument wint, al is dat het domste.

De staat hoort opgesloten te zijn, zo krankzinnig is hij

Toe, rustig jongen… rustig.

Neem je metoprolol en je losartan, je amlodipine en je esomeprazol en vergeet vanavond je simvastatin niet. Je mag, als je wil, vanavond heus ook wel een nitrazepammetje nemen.

Iedereen wil maar weten wat de ander verdient, maar eigenlijk wil ik weten welke kwalen onze leiders hebben en wat ze slikken.

Volgens mij lijden zij allemaal aan angst. Angst die ze verdoezelen. En zijn ze bang.

Je kunt een maatschappij op de bank leggen bij een psychiater, maar de psychiatrie is een schijnwetenschap geworden. Een grabbelton op de kermis. De staat lijdt aan elke frustratie die je je maar kunt voorstellen en grossiert in geestesziekten.

Allemaal even onzinnig.

De staat heeft een minderwaardigheidscomplex, maar is ook een narcist; de staat heeft ADHD, maar ook de slaapziekte; de staat hallucineert en is pathologisch blind. De staat hoort opgesloten te worden, zo krankzinnig is hij.

We hebben geneesmiddelen nodig en als die er niet zijn, amputaties, aderlatingen en anders de guillotine.

Ik ga weer voorzichtig proberen te fietsen. Ik wil mijn kleinkinderen zien. De arme schepsels.

Nu niet vallen. Voorzichtig.

We gaan via Miskenning, langs de weg van het Onbegrepene, op het ritme van je gekwetste hart.