Zwaantje

‘Na het concert en het tijdens de pauze met redelijk wat jenever doorspekte interview, kwamen we in een Grieks restaurant terecht. Zoals je een Hollands restaurant aan het Kattegat hoort aan te treffen, zo bevond dit zich in de Laurierstraat. Alles op zijn plaats.

Gelukkig viel de hoeveelheid krijtige geitenkaas mee en het vervolg aan alcohol niet tegen. Het was er vol en een redelijk aantal spraakmakende Amsterdamse ogen was al half geloken. De politiek commentator hing in het zwaantje aan zijn stoelleuning en trachtte alsnog de bekende zingende cocotte tijdelijk aan zich te binden. De lokale Daumier liet om niets zijn broek zakken en onze bassist, een onverstoorbare George Duvivier, bracht zijn appreciatie voor het opgediende als “real soulfood” onder woorden. Gerry was nijdig. Nog steeds. Omdat ze hem in een verenigingslokaal in de Zaanstreek hadden laten blazen in plaats van een behoorlijk Concertgebouw. Hij had gelijk.’
Had er een kaft omheen gezeten, ik zou het een dagboeknotitie hebben genoemd. ‘Mulligan’ heet een stoofpot gemaakt uit wat toevallig voorhanden is.
Stel nu dat het dressoir vol ligt met varkenshart, lever en long. Dan is de kans groot dat ik ergens in huis ook wat varkensvet tegenkom. Smelten in stevige pan en de in brokken gesneden varkensbehoeften erbij. Zout, peper en nog iets uit die buurt toevoegen. Bruin het vlees en er een paar eetlepels bloem over strooien.
Roer tot een gouden zweem in en boven de pan hangt. Voeg rode wijn en bouillon toe tot het vlees daar juist onder verdwijnt. Vijftien seconden laten koken en een hand gesnipperde sjalotten erop, een teen knoflook en een paar kruidnagels. Wat thijm, een laurierblad. Wacht ongeveer een uur. Zet het gas uit, en proef dat het doel zaligmakend voorbij is geschoten. Verheug u in een beschaafde Ferchuse.
Serendipity is all there is.