Kung Fu Cult Masters

Zwaarden in de zon

Leon Hunt

Kung Fu Cult Masters: From Bruce Lee to Crouching Tiger

Wallflower Press, 229 blz., € 29,95

Een marmeren paleis uit het tijdperk van voor het eerste Chinese keizerrijk, gouden woestijnlandschappen met voortsnellende wolken, een in het zonlicht schitterend zwaard met daarop blinkende waterdruppels, figuren gehuld in zijden kledij van oogverblindende kleuren. En tegen deze achtergrond twee verliefden, vertolkt door de supersterren van de Hongkongse cinema, Tony Leung Chiu-wai en Maggie Cheung Man-yuk. Ze spelen in een kunstwerk van grote schoonheid, een wu xia pian, oftewel Chinese krijgskunstfilm, getiteld Hero.

Wat de film bijzonder maakt, is dat regisseur Zhang Yimou samen met cameraman Christopher Doyle misschien wel het fraaist gefotografeerde werk uit de geschiedenis van de cinematografie heeft gecreëerd. Het gebruik van kleur en licht ontroert, als op een Rembrandt of een Vermeer. Ook is de volmaakt gebalanceerde compositie thematisch functioneel: het streven naar geestelijk evenwicht vormt de motivering van de personages.

Het verhaal: koning Qin verkeert in doodsangst vanwege aanslagen op zijn leven. Dan arriveert bij het koninklijk paleis de strijder Naamloos, gespeeld door Jet Li, superster van vele kungfugenrefilms. Bij zich heeft hij de wapens van drie legendarische sluipmoordenaars, Vliegende Sneeuw (Maggie Cheung), Gebroken Zwaard (Tony Leung) en Hemel (Donnie Yen). Zittend tegenover de keizer vertelt Naamloos het verhaal van hoe hij de sluipmoordenaars had «gedood».

De relatie tussen waarheid en leugen — tussen werkelijkheid en kunst — keert terug in het hoofdthema: zijn geweld en het moorden een noodzakelijk kwaad? De sluipmoordenaars vertegenwoordigen de wereld van kunst — ze zijn beoefenaars van de kalligrafie — terwijl de koning en Naamloos de wereld van technologie en oorlogszucht personifiëren. Door deze thematische complexiteit breekt Hero met de conventies van de ouderwetse wu xia pian, die vaak hoogst gestileerde, vrijblijvende sprookjes zijn. Zo transporteert de film zichzelf naar een nieuw genre, dat men in het Engels ook wel de martial arthousefilm noemt.

In het boek Kung Fu Cult Masters analyseert de Britse filmtheoreticus Leon Hunt het genre van boven tot onder: de relatie tussen authenticiteit en kunstmatigheid, de mythe van de Shaolintempel, de cultaanhang van Bruce Lee, feminisme in de kungfufilm, transculturaliteit en de Hongkong-diaspora en de invloed van nieuwe media op het genre.

Het genre staat te meer in de belangstelling door Quentin Tarantino’s Kill Bill en de huidige rage rond de samoeraifilm. En vanaf 25 maart draait er een ouderwetse double bill in Nederland: de Japanse actiefilm Battle Royale 2: Requiem en het Koreaanse krijgskunst-epos Sword in the Moon.

De term «double bill» roept associaties op met pulp: aftandse bioscopen waar doorgaans dezelfde twee gevechtsfilms draaien. In deze bioscopen is Tarantino opgegroeid, in het grind house waar zijn kunstenaarschap vorm kreeg. Ook Leon Hunt refereert aan de pulpwortels van de martiale kunstenfilm, en wel met de ondeugende en tegelijk misleidende titel van zijn boek. Met pulp heeft het werk namelijk niets te maken. Wel refereert de titel aan de acteurs, regisseurs en producenten die sinds de jaren vijftig in Hongkong, China, Taiwan, Japan en de Verenigde Staten meewerkten aan de groei van het genre. Tevens verwijst het woord «cult» naar een paradox in de kungfuwereld: veel films hebben een cultaanhang, terwijl andere wereldwijd op een miljoenenpubliek kunnen rekenen, bijvoorbeeld Crouching Tiger, Hidden Dragon van Ang Lee, die een paar jaar geleden de Oscar voor beste buitenlandse film kreeg. In feite ging het om een generieke kungfufilm.

In de titel van Hunts boek is het woord «cult» derhalve overbodig, gezien de vloeibaarheid van de genreconventies van kungfu. Ging het in de jaren zeventig om specifieke beroemdheidscults rond de superster Bruce Lee en in mindere mate de komische vechtjas Jackie Chan, nu infiltreren de conventies alle denkbare cinematografische genres, van kunstzinnige werken uit Azië tot science fictionfilms en computerspellen uit Hollywood. Ook Europa kan zich rijk rekenen dankzij de vreemde invloeden. Christophe Gans’ horrorsprookje Brotherhood of the Wolf (2001) is gesitueerd in het achttiende-eeuwse Frankrijk, maar de helden zijn kungfuvechters.

Het genre is transnationaal en -cultureel, net als sprookjes of western- en science fictionteksten. Volgens Hunt betekent dit niet dat de relatie tussen Azië en het Westen gelijkwaardig is. Een gevolg van de jaren zeventig was dat Hongkongsterren als Jet Li en Jackie Chan hun heil in Hollywood gingen zoeken. Het resultaat is tot op de dag van vandaag deprimerend: Chan maakt de ene draak na de andere terwijl Li als slechterik in abominabele films als Lethal Weapon 4 de belichaming is geworden van het door Amerikaanse angsten ingegeven racisme.

Hunt concludeert dat de Hongkongse diaspora een trauma teweegbrengt, namelijk het absorberen en marginaliseren van Aziatische kunstenaars door het grote Hollywood. Toch roept die conclusie vragen op. Is Crouching Tiger niet een authentieke, ook in het Westen zeer gewaardeerde martiale kunstenfilm? En nu is er bovendien het veel betere Hero, een film die gedeeltelijk door Miramax is betaald, een Amerikaans bedrijf dat tevens tekent voor de internationale distributie. Deze twee films marginaliseren en absorberen niets en niemand. Ze zijn puur multicultureel.

Baanbrekend was Ashes of Time van Wong Kar Wai. In 1994 was het de eerste martiale kunstenfilm met een grote K, de eerste «kungfufilm» die niet in gettobioscopen draaide maar in arthouses. Zonder Ashes zou noch een Crouching Tiger noch een Hero mogelijk zijn geweest.

In Ashes, Crouching Tiger en Hero overheerst het beeld van flitsende zwaarden in de zon in de handen van treurende helden en heldinnen die zich afzonderen in de woestijn. Daar zoeken de personages naar de diepere zin der dingen. Tegenstellingen zijn bepalend, bijvoorbeeld Brigitte Lin die in Ashes de rol vertolkt van een androgyne zwaard vechter.

Het geweld is slechts een metafoor voor iets diepers, een spirituele daad misschien, die de figuren naar een hoger plan moet tillen. Niet voor niets speelt het verhaal van Hero zich af in het tijdperk van de «Honderd Scholen», waarin China een ongekende intellectuele bloei doormaakte met het ontwikkelen van het confu cianisme, het taoïsme en het legalisme.

Anders dan in oude kungfufilms zijn in Hero de hoofdpersonages geen instinctieve wrekers. Eerder zijn ze gemotiveerd door het streven de aard van menselijk geweld te begrijpen en uit te bannen. Wanneer de sluipmoordenaars Vliegende Sneeuw en Gebroken Zwaard erin zouden slagen koning Qin te vermoorden, zal een tijdperk van vrede en welvaart aanbreken voor de onderdrukte bevolking. Althans, zo denkt Vliegende Sneeuw. De climax van het verhaal compliceert haar veronderstelling.

Het zou fout zijn Hero af te doen als pure esthetiek. Makkelijk is de film niet. Het werk is een pleidooi voor kunst en liefde, maar tegelijkertijd ligt het accent op de overeenkomsten van de klassieke vechttechnieken met muziek en kalligrafie. Kunst en geweld hebben allebei te maken met ritme en stilte, beweging en vorm. Wie schoonheid in deze dingen kan ontdekken, zo laat Zhang Yimou zien, komt een stapje dichter bij de waarheid.

De «Asiamania Tour» met Battle Royale 2: Requiem en Sword in the Moon reist vanaf 25 maart naar Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven en Groningen. Hero is verkrijgbaar op import-dvd