Cherribbi voor een libarale islam

Zwabberend proefschrift

Oussama Cherribi strijdt voor een liberale islam in Nederland. De imam als ondernemer die zijn moskee draaiende houdt.

Een imam op een fiets, waar zie je zoiets? In Amsterdam natuurlijk, zij het nog niet vaak genoeg naar de zin van politicus én socioloog Oussama Cherribi. Vorige week promoveerde Oussama Cherribi, in het dagelijks leven Tweede-Kamerlid voor de VVD, op zijn onderzoek naar de rol van de Marokkaanse imam in Amsterdam: Imams d'Amsterdam. A travers l'exemple des imams de la diaspora marocaine.

De Lutherse Kerk aan het Amsterdamse Spui, afgelopen vrijdag. Niet alleen vrienden, collega’s en andere betrokkenen, ook de pers stroomt in grote aantallen de aula binnen. Trots, alsof het ook hun product is, poseren staatssecretaris voor Cultuur Rick van der Ploeg en Europees Commissaris Frits Bolkestein, toch niet de minsten, als paranimf met Cherribi’s proefschrift in hun handen. Tevens maakt een bont politiek gezelschap zijn opwachting, waaronder minister Dijkstal, D66-Kamerlid Boris Dittrich en Mohammed Rabbae (GroenLinks). De promovendus zelf staat ongemakkelijk lachend achter Van der Ploeg en Bolkestein verscholen.
Reikhalzend werd naar zijn proefschrift uitgezien. Gedurende vier jaar ging Cherribi, zelf «seculier moslim», elke vrijdag naar de moskee om bandopnamen te maken van de preken. Tevens voerde hij gesprekken met de imams over hun levensloop en analyseerde hij hun standpunten aangaande frequent terugkerende thema’s in de preken. Met zijn culturele, religieuze en wetenschappelijke achtergrond leek Cherribi de aangewezen persoon om te onthullen wat zich precies afspeelt onder de koepel van de moskee. Die verwachting lijkt inmiddels enigszins beschaamd. Over het resultaat kan niemand onverdeeld enthousiast zijn.

Als de promotiezitting aanvangt wordt pijnlijk duidelijk dat de politieke en de wetenschappelijke ambities van Cherribi op ongelukkige wijze verstrengeld zijn geraakt. Hoewel enkele malen beleefdheidshalve wordt benadrukt dat de dissertatie «zeer interessante materie» bevat, wordt onverbloemd geconcludeerd dat op het eindproduct heel wat valt af te dingen. «Het probleem is niet dat het onderzoek in de Franse taal op schrift is gesteld. Wel dat het met de Franse slag is verricht», merkt hoogleraar Rinus Penninx op, die directeur is van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (imes) aan de Universiteit van Amsterdam, op. «Ik heb nu eenmaal een andere stijl van schrijven», is later Cherribi’s verweer.
Wie het proefschrift nauwgezet doorneemt moet inderdaad constateren dat het Cherribi om wetenschappelijke precisie niet te doen kan zijn geweest. Nergens blijkt hoeveel imams Cherribi precies bezocht heeft en hoeveel preken hij heeft geanalyseerd. Evenmin geeft Cherribi aan wat precies hij onder begrippen als «liberaal» en «kritisch » verstaat. Afgezien van de gebrekkige technische afwerking, incomplete literatuurverwijzingen en nietszeggende samenvattingen, is de indeling van het proefschrift onevenwichtig en zwabbert de tekst tussen die van een wetenschappelijk betoog en die van een beleidsnota. Promotor Abram de Swaan benoemt dat zwabberen in zijn laudatio als de typische «beweeglijke zweefconstructies» van iemand die én Nederlander is én Afrikaan, én politicus én onderzoeker, én polemicus én bemiddelaar.

De oppositie is van deze beweeglijkheid in Cherribi’s redeneertrant duidelijk minder gecharmeerd. Het rituele vragenuur levert daarom ook een vreemde en soms gênante confrontatie op tussen de in toga gehulde wetenschap en een promovendus die zich laat flankeren door twee uitgesproken politieke figuren, Bolkestein en Van der Ploeg. «Op hoeveel gevallen berust uw typologie van imams? Waren er voldoende voorbeelden om uw typologie uit te werken?» vraagt de socioloog Johan Heilbron, verbonden aan de universiteit van Lille. «Wat verstaat u onder een conservatieve en een liberale visie?» wil Nico Wilterdink, hoogleraar Cultuur-sociologie weten. En: «Bestaat zo'n liberale visie eigenlijk wel?» Ook hoogleraar Penninx acht de controleerbaarheid van het een en ander problematisch. Hij heeft zich geërgerd aan het gemak waarmee Cherribi enige methodische verantwoording achterwege heeft gelaten. Graag had hij meer van de preken zelf gezien en het niet alleen maar hoeven doen met de interpretatie van de onderzoeker.«Soms kón ik uw redenering niet volgen, soms wílde ik hem niet volgen,» zegt hij. Het is professor Van der Veer, hoogleraar Godsdienst en Maatschappij, die uiteindelijk de vinger op de zere plek legt. Hij vond het «amusant» om in een sociologisch proefschrift een theologisch pleidooi tegen te komen voor een andere islam. «Op alle niveaus merk ik dat u behoefte heeft deel te nemen aan het publieke debat », aldus Van der Veer. «U wilt een gezellige liberale islam. U doet nota bene de aanbeveling dat de imams hun dienst in het Nederlands houden. Waarom heeft u dan uw proefschrift in het Frans geschreven?»

Al met al lijkt met het proefschrift veeleer een aanhangsel van het vvd-verkiezingsprogramma afgeleverd te zijn dan een onafhankelijk wetenschappelijk document. De «kernaanbevelingen» die Cherribi tenslotte formuleert, met als meest dringende een verplichte cursus democratie voor imams en een Europees opleidingsinstituut, lijken regelrecht aan het brein van Frits Bolkestein ontsproten te zijn. In plaats van tot signalering van een sociologische problematiek te komen, dringt Cherribi telkens weer het beeld van zijn ideale imam op dat niet van politieke smetten vrij is. Want de betreffende imam is, in goed liberale traditie, uiter-aard geen orthodoxe, wereldvreemde bidlip maar een «ondernemer» die als een zakenman, liefst met «visitekaartjes», zijn bedrijf annex moskee draaiende houdt.


Aan het begin van zijn parlementaire carrière liet Cherribi weten er niet van gediend te zijn «op zijn afkomst» aangesproken te worden. Dat was voor hem ook de reden zich vooral met het millenniumprobleem en niet met migrantenvraagstukken in te laten. «Gelukkig denken ze in de vvd wat ruimer en vonden ze daar niet dat ik me per se met migrantenzaken moest bezighouden», aldus Cherribi destijds. Met het afleveren van dit proefschrift lijkt Cherribi alsnog door de knieën gegaan.