Zwak Europa, wat ben je sterk

Het is merkwaardig dat de discussie over de Europese grondwet wordt beheerst door groepen die toch al weinig met de parlementaire democratie op hebben. Radicaal rechts wijst het westerse participatiemodel net zo af als de linkse demonstrant die vrijheid en sociale zekerheid hoog in het vaandel draagt. Helaas hebben zij ondertussen hun oude vijand weten mee te trekken: de trage massa van het burgerlijke midden. Bij deze groep ontstaat in toenemende mate een anti-Europese stemming.
Het is zeker niet de generatie van mijn ouders en grootouders die de Europese grondwet afwijst. Zij refereren aan het brandende Europa, aan de grauwe oorlogsjaren, aan het lange naoorlogse lijden én aan de nieuwe democratie die al zo lang de vrede verzekert. Het gaat om mensen die in welstand zijn opgegroeid, die hun professionele leven nog voor zich hebben liggen of nog een grote carrièresprong verwachten, maar die door de economische crisis in Duitsland amper vooruit komen. De frustratie van deze groep, mijn generatie, is zeer gevaarlijk. Als je ze vraagt of ze meegedaan hebben aan de laatste Europese verkiezingen kunnen ze zich dat niet eens precies herinneren. Waarschijnlijk hebben ze niet gestemd. Toch roepen ze dat de grondwet niet democratisch genoeg is, dat het de kapitalisten in de kaart speelt en dat er van alles niet deugt aan de tekst, die zij – zoals de meesten – waarschijnlijk niet eens gelezen hebben. Deze nee-roepers zijn reactionair en zelf genoegzaam.
Er moet snel een brede discussie gevoerd worden over de vraag vanuit welke waarden we in het toekomstige Europa willen leven. Over waar de ethische en geografische grenzen liggen. De voorwaarden voor zo’n debat kunnen in een grondwet worden vastgelegd. Natuurlijk, er valt nog veel te verbeteren in Europa. De bureaucratie neemt groteske vormen aan. De organisatorische structuren kunnen corruptie niet verhinderen. Met de euro is alles vreselijk duur geworden. Maar dit alles is lachwekkend marginaal in het licht van het gevaar van een Europa dat schipbreuk zou lijden. Hoe zou een Europa zonder grondwet zijn? Veel slechter dan tot nu.
Wie mekkert, heeft de plicht zich in te spannen. Als Europa sterk moet worden, dan moeten de critici zich inzetten voor een vrijer, democratischer en rechtvaardiger Europa. Europa is geen theoretische structuur. Europa, dat zijn wij. Het is verbijsterend dat de extremisten van het midden weer hun nationale liederen zingen en dat er schrijvers zijn die politici in Straatsburg en Brussel voor gek verklaren. Als schrijver heb je niet de opdracht de technocraten van de macht te bejubelen, zoals in het verleden helaas vaak gebeurde. Maar je mag ook niet schelden en tegelijk zelfgenoegzaam op de vaderlandse ijsschots de beledigde onschuld uithangen.
Wij Europeanen moeten proberen daadwerkelijk over onze, eigenlijk niet meer bestaande, landsgrenzen heen te denken hoe we met de globaliserende markt willen omgaan. De nivellering van de culturele verschillen, een veelgehoorde klacht, zal door een afwijzing van de grondwet echt niet afnemen. Daarvoor zijn wij op de eerste plaats zelf verantwoordelijk, niet Brussel. Als consument eisen we in onze winkels steeds hogere standaarden. Jammer dan dat iemand een appel aanbiedt waarvan de huid niet zo glad en fris is als wij gewend zijn. Met andere woorden: als de klant het wil, zal de Europese regelgeving heus geen bedreiging zijn voor een divers aanbod in de winkels. Mits de verschillen niet zwart worden gemaakt, vormt een verenigd Europa dan ook helemaal geen bedreiging voor nationale en regionale identiteiten. Die zijn en blijven de kern.
Europa is zwak en sterk tegelijk. Zwak, omdat het niet leeft onder de mensen. Zwak, omdat het nog steeds geen grondwet heeft. Zwak, omdat het zo gemakkelijk verwordt tot een object waar antidemocratische populisten hun frustraties op kunnen projecteren. Maar Europa is ook sterk, omdat de zwakte nog bespreekbaar is en hiernaar gehandeld kan worden.