Sport

Zwaluw

Voor alle jongeren, die misschien denken dat zondag (PSV-Ajax, tiende minuut) de eerste keer was dat het Nederlands voetbal ingrijpend werd beïnvloed door een Schwalbe: dat is niet waar. Dat doet overigens niets af aan de impact ervan. Zo schreef Stam uit Capelle aan den IJssel op de Telegraaf-reactie-site:

«Dit is al de zoveelste keer dat Ajax wordt benadeeld door de arbitrage. Ik weet ook wel dat Ajax moeilijk kan scoren, maar dit soort cadeautjes is werkelijk belagelijk. Als je al de fouten van de arbitrage telt,had Ajax 7 punten meer gehad. BEDANKT KLOTE ARBITRAGE. Ik snap niet dat dit soort mensen hiervoor nog betaald krijgen(schandalig !!).»

PSV vergrootte zijn voorsprong op de ranglijst op Ajax door met 1-0 te winnen. Het enige doelpunt werd gescoord uit een penalty nadat Farfan was gaan liggen na een tackle van Emanuelson. Niks aan de hand, zag iedereen, hij liet zich vallen. Alleen scheidsrechter Vink oordeelde anders. Aan het eind van het seizoen zal ongetwijfeld blijken dat dat doelpunt be slissend was voor het verdere verloop van de competitie 2005-2006. Want Ajax gooide de handdoek in de ring, die dag, zo zal blijken.

Maar het was dus niet de eerste keer dat het Nederlands voetbal er ingrijpend door werd beïnvloed. De eerste keer was 31 jaar geleden. De finale van het wereldkampioenschap, West-Duitsland-Nederland.

De Schwalbe.

Op 7 juli 1974 kwam Nederland na een minuut op voorsprong door een penalty van Johan Neeskens, nadat Uli Hoeness Cruijff had neergelegd. In de 25ste minuut kwam Bernd Hölzenbein het Nederlandse strafschopgebied binnen met de bal aan de voet. Wim Jansen probeerde hem de doorgang te beletten en maakte een sliding, een keurige sliding. Bernd Hölzenbein liet zich vallen over het gestrekte been van Jansen en schreeuwde daarbij alsof hij zwaar gewond was.

Scheidsrechter Taylor floot. Penalty. Paul Breitner. 1-1. Net voor de rust ook nog: Gerd Müller, 2-1.

Hölzenbein. Bernd Hölzenbein. Als ooit nomen omen est geweest, dan toen. Alsof dat been van hem niet buigzaam was en bij de geringste aanraking omviel.

Dat was de Oer-Schwalbe. De Ur-Schwalbe. Spreek dat eens hardop voor uzelf uit: «De Ur-Schwalbe was die van Bernd Hölzenbein tijdens het Wereldmeesterschap Voetbal in 1974» — dan springen de tranen je toch in de ogen.

Er is een foto van de Oer-Schwalbe, genomen van achter het doel waar even later Breitner de bal in zou elfmeteren. We zien Ruud Krol te laat komen, we zien Wim Rijsbergen als aan de grond genageld staan kijken, we zien Wim Jansen op de grond liggen na zijn sliding, en we zien Bernd Hölzenbein tuimelen. Hij is nog onderweg naar het gras, in medias res vastgelegd.

Het is pure horror. Hölzenbeins voet zou geraakt kunnen zijn door het been van Jansen, maar het zou ook kunnen van niet. Daar gaat het niet om. Het gaat om de manier waarop Hölzenbein valt. De armen wijd gespreid, als Christus die roept: «Vader, waarom heeft u mij verlaten»; het hoofd omhoog, schijnbaar recht in de camera kijkend, de mond opengesperd, aangezien hij schreeuwt, roept, kermt, huilt, jankt: A-a-a-a-a-h!

In die blik ligt het allemaal besloten: de namaak, het onoprechte, het bedrog, de aanstellerij. De verongelijktheid, het pseudo-slachtofferschap. Ik heb niks gedaan. Het is zijn schuld. Arme, arme ik. Krijg ik nu een penalty?

De beste Schwalbe-maker was Andreas Möller, ook een Duitser. Wesley Sneijder probeerde het een keer in die PSV-Ajax. Het zag er verschrikkelijk uit, een aanvaller die zich verlaagt tot een Schwalbe. Brr.