Groen

Zwaluw en wesp

Op 10 april zag ik de eerste zwaluw. Hij vloog in de buurt van een boerderij bij Uitdam in Waterland. En ja, hij maakte een beetje zomer, de zon scheen, het was warm en een onzichtbare leeuwerik deed de rest. Ik was in Uitdam omdat vrienden er op een huis en een hond pasten. De hond was een niet helemaal raszuivere Duitse staander, een draadhaar met honingbruine ogen, met wie ik een heel fijn toneelstukje deed: ik at een chocoladekoekje, hij zat pal voor me en deed zijn uiterste best mij aan te kijken, en niet het koekje. Dat vind ik leuk aan honden: dat net doen alsof, waarbij ze van pure spanning nauwelijks hun ogen open kunnen houden. De vrienden vertelden over gele kwikstaarten en daar werd ik een beetje jaloers van, ik kon me niet herinneren die ooit gezien te hebben. Uit nijd gaf ik de hond een koekje en daarna nog een.
De dagen erna zat ik in de kop van Noord-Holland. Geen enkele zwaluw te zien. Maar toen ik samen met mijn broertje onze oudere broer met de verrekijker aan het bespieden was (die liep met zijn geweer in het land, hij was op vossenjacht), vloog er verdomd een gele kwikstaart het beeld binnen. Nou, die had ik dus te pakken en tevreden meende ik tegelijk te begrijpen waarom ik geen zwaluwen zag. Die waren simpelweg nog niet zo ver naar het noorden getrokken.
Op 15 april was ik in Kiel. Een van de eerste dingen die ik vanaf mijn hotelbalkon zag, was een zwaluw. Hij zeilde langs en verdween om de hoek, naar de Kieler Förde, waar mogelijk door het warme weer al muggen boven het water hingen. Daar ging mijn theorietje. Een dag later zat ik op een terras met een kartonnen beker espresso voor me. Er landde een wesp op de rand van de beker. ‘Jij moet echt heel snel opzouten’, zei ik tegen hem. ‘Het is veel te vroeg.’ Het moet niet gekker worden, een wesp op 16 april. Hij was trouwens wel braaf, want vloog zonder me te steken direct weg.