Cralan Kelder, Lemon Red

Zwaluwen, buschauffeurs en laat rivierlicht

Cralan Kelder

Lemon Red

Clonmel, 28 blz., e 8,-

Als Cralan Kelder (1970, geboren in Londen, woonachtig in Amsterdam) me niet had verleid met de titel van zijn bundel had ik na lezing van de eerste twee, drie gedichten de bundel opzij gelegd in de overtuiging dat het de dichter was gelukt de eenvoud zo dicht op de huid te zitten dat er slechts een leegge schraapte schil van over was gebleven.

Wel grappig, maar niet meer dan dat, is het openingsgedicht The Job: «I arrive at my place of employment/ and immediately get busy with nothing. On my lunch break/ I go outside and keep up the good work.» Moet hier een hele pagina voor in beslag genomen worden? Kent de dichter geen schaamte?

Uit pure irritatie lees ik het volgende gedicht, waar iets duisters in begint te sluipen. In Re cent Conversations bestelt de dichter eten in een snackbar. In dit gedicht weer een gemiddelde grap, die het slot vormt van het ge dicht. Maar een enkele regel valt op, de dichter noemt de fish sandwich waar zijn keuze op valt «the least painful choice». Tenzij dit een eenvoudige verwijzing is naar vegetarische eet gewoonten is deze zinsnede opvallend: als iemand een sandwich kan er varen in maten van pijn, zou er wel iets interessants aan de hand kunnen zijn.

Het gedicht Diligence biedt nog geen uitsluitsel over waar de pijn van de dich ter uit zou kunnen bestaan. De dichter neemt waar: «From my window i overlook/ a church parking lot/ a private secluded affair/ in which i am forever struck/ by the diligence with which/ the faithful lock their cars.» We moeten het maar van de dichter aannemen, dat gelovigen hun auto’s met een ander gebaar vergrendelen dan de niet- gelovigen. Tot zo ver deelt de dichter in overzichtelijke, duidelijke taal zijn ervaringen en gedachten mee in treffende miniaturen.

Maar hoe verder je leest, hoe gelaagder de taal en alarmerender de beelden worden. Het is alsof de dichter zich heeft voorgenomen in elk gedicht een be langrijke stap te doen uit de wereld die hij kent. De bundel kan daardoor be halve als indringend, persoonlijk verslag van een gemiddeld leven gelezen worden als onderzoek naar hoe taal een instrument kan zijn om wat niet te begrijpen is te benoemen.

Het zesde gedicht, Bus Driver Dreams, vormt een belangrijk moment in de bundel wanneer een droombeeld zijn intrede doet. Hier wordt beschreven hoe buschauffeurs in hun dromen voor niemand stoppen, hoe ze alle wachtende mensen bij bushaltes met grote vaart passeren:

Pure acceleration

flawless and without fault

through traffic signals green

as wet grass fields, green

as vernal pools, green

as go

like swallows catching mosquitos

effortlessly swooping in

end-of-day river light

De vergelijking loopt op een interessante manier mank. De buschauffeurs worden vergeleken met zwaluwen, en wat betreft de vaart kan dat nog. Maar de zwaluwen die met open bek vliegen en zo de muggen vangen waar die toevallig zwermen, vangen ook einde-van-de-dag rivierlicht. Dit rivierlicht schijnt prachtig, ook al, of misschien wel juist omdat het alleen uit taal bestaat. Het beeld van de vogels die moeiteloos rivierlicht in de bekken krijgen is zo rijk dat het bijna niet voor te stellen is hoe dit van toepassing zou kunnen zijn op de stoïcijnse buschauffeurs. Wat het late rivierlicht is voor de vogels is de vaart wellicht voor de buschauffeurs, en het groen waarlangs ze snellen. Maar juist waar je het je niet precies kan voorstellen, komt de droom tot leven.

In Not Sure What Happened lijkt Kelder te beschrijven wat de gevolgen kunnen zijn van een te groot inlevingsvermogen. Hij herinnert zich dat hij alles werd waar hij naar keek. Papier op een tafel, drogende was, zout. Het begint vrij lieflijk, en zolang hij een bij is of de wentelingen van een zwaluw, is er niets aan de hand. Maar dan doorbreekt de dichter de rust in het gedicht:

I was the sharp edge of a curved sword

which came down

shattered a melon

splitting seeds so sharp

en op een effectieve manier neemt de dichter de lezer mee naar het nu, door tijdens het moment van schrijven een slok water te nemen, een slok water te worden, en:

the last thing is blacking out

and before that

Daar houdt het gedicht op, en de lezer wordt abrupt door de dichter in de steek gelaten. Het gedicht wordt hier op een merkwaardige manier actief; het is zowel beschrijving als daad. Het maakt inleefbaar wat het is om te verdwijnen in wat je ziet, maar geeft de lezer ook de directe ervaring van wat dat is.

De gedichten in Lemon Red vormen een glijdende schaal van (on)grijpbaarheid. De bundel wordt interessanter naarmate de dichter het concrete in zijn omgeving meer gaat loslaten en ruimte bewaart voor wat eventueel nooit gemeten maar wel benaderd kan worden. Het is alsof de dichter zijn gedichten langzaam maar zeker uit de schil van eenvoud pelt, en de lezer uiteindelijk een alarmerende citroen voorhoudt.