Zwanenbroeders

Ontlokte de bekering van prinses Irene tot de leer van de paus van Rome zo'n dertig jaar terug nog een golf van schuimbekkende woede, tegenwoordig kan er zelfs in het Nederlands Dagblad geen kritisch woord meer af over de religieuze escapades van het huis van Oranje- Nassau. Het gereformeerde gezinsblad presenteerde het schokkende nieuws over kroonprins Willem Alexanders inwijding als ‘Zwanenbroeder’ in de crypto-katholieke Illustere Lieve Vrouwe Broederschap in Den Bosch met een flegma dat de ware gelovige niet siert. De Rijksvoorlichtingsdienst meldde vorige week per afgemeten persberichtje dat Willem- Alexander in het spoor van koningin Beatrix, prinses Juliana, prins Bernhard en prinses Irene zal worden ingewijd in de omstreeks 1318 opgerichte broederschap. De RVD hield het erop dat de Zwanenbroeders zich vooral bezig hielden met ‘bezinnigsweekenden, oecumenische diensten en lezingen’.

Wie wat verder in de geschiedenis van de Zwanenbroeders spit, komt echter tot heel andere conclusies. De broederschap, zo blijkt, werd indertijd vooral opgericht ter verering van Maria en praktizeerde een geloofsrichting die op heel wat meer religieus spektakel was gericht dan de Heilige Moederkerk gewoon was te leveren. Men zou kunnen spreken van een katholieke underground. Al vanaf het prille begin waren de Zwanenbroeders een uiterst exclusief gezelschap. Willem de Zwijger, de vader des vaderlands, was er naar verluidt lid van, maar ook de apocalyptische schilder Jeroen Bosch. Vandaag de dag telt de broederschap slechts honderdtwintig uitverkorenen in de gelederen, waarbinnen nog diverse hierarchische compartimenten zijn aangebracht.
Het lidmaatschap kan alleen bij voordracht plaatsvinden, en dan nog alleen voor mensen die op een of andere manier bij de geschiedenis van ’s-Hertogenbosch zijn betrokken. Sinds de verovering van de stad door Frederik Hendrik van Oranje-Nassau in 1629 zit die stedenband met Oranje wel goed. De Zwanenbroeders houden zich naar eigen opgave vooral bezig met armenzorg, al wil men niet precies kwijt langs welke kanalen een en ander dan wel geschiedt. De paapse wortels van de broederschap worden met de mantel der liefde bedekt. Bij de religieuze diensten zijn altijd een priester en een dominee paraat, zo wordt verzekerd.
De vrijmetselaars, die andere experimenteel- religieuze club waar ons koningshuis van oudsher een sterke band mee heeft (het grootmeesterschap der maconnieke tempel werd door diverse Oranjes bestierd, onder meer door Wilhelmina’s halfbroer Alexander) zorgden dezer dagen in Amsterdam voor de nodige beroering door de plaatsing van een nogal vreesaanjagend schilderwerk op de buitenmuren van de ordetempel aan de Vondelstraat. Duivelse monsters, tempelridders, een gekantelde aarde en andere onheilspellende symbolen bevolken het werk van de hoofdstedelijke graffiti-kunstenaar die zich bedient van het pseudoniem Juizdog. Nietsvermoedende voorbijgangers met een zwak gemoed voor armageddon schrikken zich een hoedje wanneer zij het tempelgebouw passeren. Kenners van de maconnieke symbolentaal verzekeren dat het er niet best bij staat met de gemoederen der logebroeders en -zusters (nog altijd geleid door D66-crack Henk Zeevalking) als dit kunstwerk representatief is.
Schilderde Juizdog zijn zwartgallige tableau vivant op last van de orde of was het een eigen initiatief? De graffiti-kunstenaar: ‘Ik heb eerst toestemming gevraagd aan de orde. Die vonden het prima als ik wat schilderde, maar ze gaven me wel een lijst met eisen mee waaraan het werk moest voldoen. Een hele rits symbolen, waarvan ingewijden mij verzekerden dat het allemaal nogal apocalyptisch was getoonzet. Ik ben zelf nogal gegrepen door die mysterieuze beeldentaal, en later heb ik er nog een paar dingen van mezelf aan toegevoegd, zeg maar. Het is wel een heavy dingetje geworden, niet?’