Zwanger

Hoe de samenwerking tussen GroenLinks, PvdA en SP ook wordt vormgegeven, de linkse kiezer is hoopvol.

Het is nog zo’n negen maanden te gaan. Of het embryo levensvatbaar is, moet dus nog blijken. Het zou niet de eerste keer zijn dat het fout gaat. Maar de verwachtingen in delen van de achterbannen van met name GroenLinks en pvda zijn hooggespannen. De geesten gaan daar als het ware zwanger van hoop op linkse samenwerking. Een samenwerking die wat hen betreft uiteindelijk moet leiden tot een regering waarin links eindelijk eens de meerderheid heeft.

Maar zo ver is het nog lang niet. Vorige week was slechts de aankondiging dat de drie linkse partijen in het parlement, GroenLinks, SP en pvda, het voornemen hebben om over negen maanden gezamenlijk op te trekken bij het beoordelen van het Belastingplan 2021. De drie zullen eind dit jaar alleen vóór dat plan stemmen als het kabinet komt met meer geld voor de publieke taken van de overheid, de betaalbaarheid van woningen is gewaarborgd en de voorgenomen verlaging van de vennootschapsbelasting wordt geschrapt.

Gezien de vele mislukte pogingen in het verleden om samen te werken én de opstelling van de drie partijen in recentere jaren, is het makkelijk cynisch te doen over hun initiatief. Want ja, er zijn GroenLinksers die het de pvda kwalijk nemen met de vvd te hebben geregeerd in het vorige kabinet. Andersom zijn er pvda’ers die afgeven op GroenLinks omdat deze in het najaar het Belastingplan 2020 wél steunde. En de SP wordt door zowel GroenLinks als pvda gewantrouwd, omdat ze te activistisch is, te weinig tot compromissen bereid.

Alle drie vinden – uiteraard – dat ze goede argumenten hadden voor de eigen opstelling. De sociaal-democraten zeggen dat hun deelname aan het vorige kabinet nóg hardere bezuinigingen heeft voorkomen, al betuigen ze nu ook wel spijt voor een aantal maatregelen. GroenLinks stemde voor het Belastingplan 2020 omdat daarin geen verlaging van de vennootschapsbelasting was opgenomen en wél extra geld voor onderwijs. En de SP is vaak tegen, omdat ze voor het ideaal wil gaan, niet voor het halve werk.

Maar wat ook het argument is, resultaat was dat links geen vuist kon maken tegen de meer rechts georiënteerde en meer marktgerichte partijen zoals vvd en cda die elkaar wel wisten te vinden. En samen, of met een toen nog grote pvda, een kabinet wisten te vormen. Daardoor konden vvd en cda het kabinetsbeleid langdurig naar hun hand zetten. Mede geholpen door het marktdenken dat in de westerse wereld sowieso dominant was.

Maar dat laatste lijkt te veranderen. Meer en meer mensen zijn zich ervan bewust dat de heel erg rijken steeds rijker worden en dat het klimaat te lijden heeft van vervuilende industrieën. Bij groepen in de samenleving leeft de hoop op een ommekeer in het denken over economie, over de gewenste invloed van de overheid, over wat welvaart is. Dat is de leiders van de linkse partijen op het Binnenhof uiteraard niet ontgaan. Er lijkt momentum te zijn, dus waarom niet opnieuw om tafel gaan zitten. Beurskoersen uit het verleden zeggen immers ook niets over de toekomst.

SP is vaak tegen, omdat ze voor het ideaal wil gaan, niet het halve werk

pvda’er Frans Timmermans, EU-commissaris in Brussel, zei het al in het drie jaar geleden verschenen boek De neergang van de PvdA van Wilco Boom: ‘Het is natuurlijk zo langzamerhand van de knotse als de linkse partijen elkaar nog beconcurreren, gelet op de electorale situatie in Nederland.’

Zijn rechterhand in Brussel, oud-pvda-leider Diederik Samsom, pleitte in datzelfde boek voor een uiteindelijke fusie van GroenLinks en pvda. Maar dan moest er eerst worden samengewerkt in één fractie. ‘Dan kun je alles houden zoals het is, geen partijfusies, gezamenlijke lijsten, geen statutenwijziging. Als je één fractie vormt, kun je daarna zien hoe je verder gaat.’ Het is wat je ook nu rondom het Binnenhof hoort in de reacties op het voornemen van GroenLinks, pvda en SP. Niet voor niks raadde de top van de pvda afgelopen weekend op het partijcongres de motie af die pleitte voor een gezamenlijke kandidatenlijst bij de komende verkiezingen.

Ook de reactie afgelopen week van de voormalige directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, Jasper Blom, weerspiegelt wat her en der in de achterbannen wordt gedacht. Volgens Blom zijn de verschillen tussen de partijen te groot. Laat het bij samenwerking op concrete dossiers, is zijn pleidooi. Dus precies wat er nu is afgesproken tussen de drie. Die afspraak betreft iets heel concreets, het Belastingplan 2021.

Over negen maanden weten we of de verwachtingen die nu zijn gewekt, worden waargemaakt. Dat is relatief kort voor de landelijke verkiezingen van maart volgend jaar. Je mag aannemen dat de drie partijen dat hebben meegewogen toen ze samen naar buiten traden met hun opstelling ten aanzien van het Belastingplan. Als samenwerking op dat onderwerp al niet lukt, gaan ze beladen met hoon en met veel wantrouwen bij potentiële kiezers de campagne in.

Mogelijk dat een van de drie op de dag van de verkiezingen daar dan van profiteert, maar dat zal naar alle waarschijnlijkheid niet voldoende zijn om een échte vuist te kunnen maken tegen coalitieverbanden tussen vvd, cda en d66 of tussen de eerste twee en Forum voor Democratie.

Hoe de linkse samenwerking ook wordt vormgegeven, een fusie, eerst samen één fractie vormen of alleen elkaar opzoeken en vasthouden tijdens de coalitiebesprekingen voor een nieuw kabinet; de linkse kiezer is hoopvol. En de drie linkse partijen hebben die hoop nu zelf aangewakkerd. Dat schept verplichtingen.