Ger Groot

Zwart

Pim Fortuyn kwam, zag en stierf — en zijn medestanders leidden het land nog sneller naar de onbestuurbaarheid dan hij zelf zou hebben gedaan. Een jaar later is er van alle beroering nauwelijks iets over. Nederland is een politieke partij rijker en een aantal politici en illusies armer, die in meerderheid niet worden betreurd. Het verschijnsel «Fortuyn» is geschiedenis geworden en kan met gepaste distantie worden geanalyseerd.

Na de Fortuyn-suspense van Tomas Ross (De zesde mei) en het nodige gedenk- en compilatiewerk begint de academische Fortuyn-Forschung een aanvang te nemen. Van de Rotterdamse filosoof Jos de Mul is het massa psychologische essay In de naam van de vader aangekondigd (Uitg. Klement) en de Amsterdamse socioloog Dick Pels komt bij Anthos met de wat omvangrijker uitgevallen analyse De geest van Pim: Het gedachtegoed van een politieke dandy.

In de meest recente aflevering van het tijdschrift Krisis neemt Pels daar al een voorschot op. Zijn bijdrage Pim Fortuyn en de demonisering van het fascisme is het prikkelendste artikel uit het nummer dat helemaal is gewijd aan nieuw fascisme. De titel is voorzien van een vraagteken, want de tijdsverschijnselen zijn niet erg eenduidig. Bij Pels is ook het fascisme zelf dat al niet. Demonisering ervan is kennelijk geen vanzelfsprekendheid meer maar een probleem. Pels wil iets minder afschuw apriori en iets meer analyse. In een vanouds links tijdschrift en uit de mond van een progressief intellectueel klinkt dat op zijn minst opmerkelijk.

Het zal Pels ongetwijfeld op het verwijt van revisionisme komen te staan, zoals dat eerder de Duitse historicus Ernst Nolte overkwam en recenter Chris van der Heijden met zijn studie Grijs verleden. Daar is weinig tegenin te brengen, want tenslotte wordt de politieke geschiedenis herzien, in zoverre de zware morele boventonen ervan meer leken toegesneden op een zedelijke behoefte dan op de vraag wie es eigentlich gewesen ist.

Ook de geschiedenis van fascisme en nationaal-socialisme kan dus pas worden geschreven nu ze geschiedenis geworden zijn en niet meer primair dienen als morele toetssteen. Dat neemt de ontzetting over de gruwelen daarvan niet weg en blijft na lange jaren van taboeïsering even slikken. Geen verwensing is zo grievend als die van «nazi» of «fascist». Ook de beruchte «haatzaai»-aanklacht van de advocaten Spong en Hammerstein tegen allen die Fortuyn zwarte sympathieën aanwreven drijft op die allergie voor het immorele absolutum.

Toch was Fortuyn een van de eersten die de demonisering van het fascisme hebben ontmanteld. In zijn proefschrift betoogde hij zo’n 25 jaar geleden al dat de naoorlogse verzorgingsstaat eerder wortelde in de corporatistische opvattingen van de bezetter dan in het liberalisme van de bevrijder. En eenmaal zelf politiek boegbeeld geworden, voelde hij zich — zo merkt Frank van Vree elders in Krisis op — nogal gecharmeerd van een vergelijking met Mussolini, in politiek histrionisme niet zozeer zijn evenknie als wel zijn overtreffende trap, al ziet Pels hem liever als «een SBS 6-versie van de vooroorlogse radicale Jacques de Kadt».

Ook dat is eerder politieke metaforiek dan analyse. Historische analogieën zijn zelden verhelderend en ze worden dat minder naarmate de morele associaties ervan het taboe beginnen te naderen. Hetzelfde geldt voor het hedendaagse politieke debat. Het simpele negeren van de standpunten die nieuw of extreem rechtse partijen te melden hebben is logisch onzinnig en politiek kortzichtig. Of ze juist zijn of niet, moet blijken uit de feiten en argumenten, niet uit de politieke nestgeur.

Een cordon sanitaire, zoals in Vlaanderen rond het Vlaams Blok is gelegd om elke reële invloed daarvan te fnuiken (Krisis drukt een pleidooi ervoor en een ertegen af), is in Nederland dan ook terecht achterwege gebleven. Dat heeft ons het kortst zittende kabinet van na de oorlog opgeleverd, maar de zittende partijen voor een nog groter odium van hooghartigheid behoed en daarmee de politiek gered. De LPF is uit dat avontuur even geschonden tevoorschijn gekomen als de politieke illusies die zij bestreed en aanvankelijk leek ze, ideologisch «bestolen», niet goed te weten wat ze erger moest vinden.

Ze kan tevreden zijn. Wat bij haar wegsmolt werd door de andere partijen opgezogen. Voor Pels is dat geen reden voor alarm. Van Fortuyn «kan democratisch links nog heel wat leren».