Zwart afrika

De berichten over het geweld in Ruanda zijn ijzingwekkend, en nog ijzingwekkender is de reactie van de buitenwereld op al dat geweld: geen. De buitenlanders worden zo snel als kan geevacueerd en moeten vanuit hun vervoermiddelen aanzien hoe de slachtpartijen doorgaan en niemand daar iets tegen onderneemt. Er lijkt zich van de wereld een stemming meester te hebben gemaakt van: we hebben in Somalie geprobeerd het geweld te stoppen en dat is niet gelukt, laten ze het daar in Zwart Afrika maar met elkaar uitvechten. De wereld keert zich schouderophalend van Afrika af.

Natuurlijk is er geen enkele reden Afrika af te schrijven. Alsof er midden in Europa niet even afschuwelijke slachtpartijen plaatsvinden. Ook het geweld in Ruanda is niet zomaar een krankzinnige stammenstrijd. Ook daar zijn er ambitieuze militairen en politici die belang denken te hebben bij het geweld en die daarmee de deuren open zetten voor ontwikkelingen die niemand meer in de hand kan houden. Ook in Ruanda worden valse berichten verspreid en wordt bewust verwarring gezaaid.
Dit kleine land, midden op het Afrikaanse continent, werd in 1962 een republiek toen de Belgen, die vanaf de Eerste Wereldoorlog vanuit de Congo Ruanda-Burundi hadden bestuurd, de bloedige burgeroorlog voor gezien hielden. Daarmee kwam ook een einde aan de eeuwenlange overheersing door de Tutsi-minderheid (20 procent) van de Hutu-meerderheid (80 procent). Meer dan 160.000 Tutsi’s werden verbannen en zij begonnen een guerrilla vanuit het buurland Uganda. Generaal Juvenal Habyarimana, die in 1973, toen een nieuwe burgeroorlog dreigde, de macht had gegrepen, begon vanaf eind jaren tachtig stappen te nemen in democratische richting en hij sloot onlangs een akkoord met de Tutsi-rebellen om tot een overgangsregering te komen waaraan ook de Tutsi’s zouden deelnemen.
President Habyarama kwam echter samen met president Cyprien Ntaryamira van buurland Burundi om het leven toen op 12 april hun vliegtuig werd neergeschoten. Hoewel oorspronkelijk de schuld werd gegeven aan de rebellen, lijkt het nu zeker te zijn dat de raketten waren afgevuurd door de presidentiele garde die gekant was tegen de opname van Tutsi’s in de regering. Ook de daarop volgende moorden op de eerste minister van Ruanda en twee andere ministers moeten het werk van tegenstanders van de verzoeningspolitiek zijn geweest.
Die kregen hun zin in de vorm van een afschuwelijk bloedbad waarin bendes jonge soldaten naar willekeur hun gang konden gaan. Het uiteindelijke resultaat lijkt te zijn dat de opmars richting hoofdstad Kigale van het geoefende rebellenleger van Paul Kagame, dat grotendeels uit Tutsi’s bestaat, niet meer lijkt te stoppen. De Tutsi’s nemen dus weer de macht in Ruanda over, maar het minste wat de wereldgemeenschap kan doen, is van ze eisen dat de verzoeningspolitiek van de vermoorde president wordt voortgezet en dat de Hutu-meerderheid niet het slachtoffer wordt van wat een aantal gewetenloze boeven heeft aangericht.