De problematische privileges van de blanke Zuid-Afrikaan

Zwart is nu aan zet

Het zou geen kwaad kunnen als blanken zich een tijdje afzijdig houden van de politiek, betoogde de Zuid-Afrikaanse filosofe Samantha Vice. Nederigheid, schuld en schaamte zijn na apartheid op hun plaats. Het kwam haar op veel kritiek te staan.

Medium zuidafrika

OP HET SCHILDERIJ The Spear van Brett Murray staat een afbeelding van de Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma in een iconische Lenin-pose, maar dan met een ontblote penis van flink formaat. Deze zin had eigenlijk in de verleden tijd moeten staan, want het schilderij werd na de opening van Murray’s tentoonstelling Hail to the Thief in mei vakkundig verruïneerd door twee bezoekers die er aanstoot aan namen. Een van de gegriefden was een jonge zwarte bestuurder van een taxibusje uit de noordoostelijke Limpopo-provincie. Hij ging wild tekeer met zwarte verf. De ander was een blanke man van middelbare leeftijd die heel bedaard een dik rood kruis over het gezicht van Zuma kalkte, gevolgd door een tweede kruis over de schaamstreek. De man zei later dat hij door zijn interventie meende een rassenoorlog te hebben voorkomen. Immers: de kunstenaar Brett Murray was blank, de galeriehouder was blank, dus er was een blanke actie nodig om de boel weer recht te zetten.

De tentoonstelling Hail to the Thief was bedoeld als een satirische kijk op de hebzucht en corruptie van de anc-leiders en als een kritiek op de partij die in 1994 aan de macht kwam en in de loop der jaren de meeste van haar idealen heeft verkwanseld voor dure whisky en bmw’s. Maar over die kritiek van een kunstenaar die zijn sporen eerder had verdiend in de anti–apartheidskunst had niemand het meer. Het ging om de president en zijn penis. Er kwam een rechtzaak, demonstraties, dreigementen, en uiteindelijk een groot nationaal debat rond de vraag wat het betekent om Zuid-Afrikaan te zijn. De minister van Kunst en Cultuur Paul Mashatile benadrukte dat dit geen discussie over ras moest worden, maar over sociale cohesie.

Dat was mooi gezegd, maar onvermijdelijk gaat zo'n debat over ras. Want bijna alles in Zuid-Afrika gaat over ras: de armoede, de rijkdom, het onderwijs, de zakenwereld, de topografie, de wijkindeling, de sociale omgang, het vertoog in de media, de misdaad, de politiek, de reclames, de dinner talk, zelfs de autowachten. Wat zou er van Zuid-Afrika over zijn zonder rassenkwestie?

Ras is het gif dat Zuid-Afrika al sinds 1652 aanvreet, vanaf het moment dat Jan van Riebeeck en zijn kompanen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie met hun schepen in de Kaap van Goede Hoop aanlegden. De oorspronkelijke bewoners, de Khoi en de San, door de Europeanen ‘Bosjesmannen’ genoemd, werden al snel nagenoeg uitgemoord. Daarna begonnen de oorlogen tussen de blanke kolonisten (Afrikaners en Engelsen) en de zwarte stammen, die de verhoudingen eens en voor altijd zouden bepalen. Blank hield zichzelf voor dat ze waren gekomen om christelijk licht te brengen in de duisternis. Maar in zijn boek My Traitor’s Heart citeert Rian Malan een van zijn voorvaderen, Dawid Malan, die de blanke mentaliteit aan het eind van de achttiende eeuw beter samenvatte: 'Je moet de zwarte op de grond gedrukt houden, met jouw voet in zijn nek, en hem altijd daar houden, om te voorkomen dat hij opspringt en jouw blanke keel doorsnijdt.’

Ras was vervolgens de basis waarop de Britse kolonisten in 1913 de Land Act introduceerden die niet-blanken verbood om buiten de 'reservaten’ grond te bezitten. Ras was ook de grondslag waarop de Afrikaners na 1948 de blanke hegemonie vastlegden middels in totaal 148 apartheidswetten, waaronder de Groepsgebiedewet uit 1950 die verschillende stedelijke woon- en zakengebieden voorschreef voor de verschillende rassen, de Ontugwet uit datzelfde jaar die niet alleen huwelijken maar ook geslachtsgemeenschap tussen blank en niet-blank verbood, en de Pasjeswet uit 1952 die voorschreef dat zwarten ouder dan zestien te allen tijde een pasje bij zich moesten hebben als ze zich in 'blanke’ gebieden bevonden. Tezamen zorgde die wetgeving ervoor dat apartheid en daarmee racisme als kruipolie tot in alle hoeken en gaten van de samenleving doordrong en daar bleef plakken.

Zo'n geschiedenis wis je niet zomaar even uit. Kunstenaar Brett Murray en de Goodman Gallery waren erg naïef als ze dachten dat de discussie rond de tentoonstelling zich zou beperken tot de vermeende inhaligheid en corruptie van de anc-leiders. Het effect van het schilderij was vergelijkbaar met de manier waarop Theo van Gogh de moslims schoffeerde. Van Gogh voelde zich de volksnar, en binnen de tolerante omgeving van de grachtengordel bejegende iedereen hem ook als zodanig. Maar toen hij daarbuiten trad werd hem dat fataal. Zoals Ian Buruma schreef in Murder in Amsterdam: 'What he -didn’t realize was that the jester can lose his license, that he wasn’t living in a village anymore, even in cool, swinging Amsterdam.’

Murray kreeg geen mes tussen zijn ribben, maar wel ernstige bedreigingen die hem tot een tijdelijke verhuizing noopten. Vertrouwend op de universele kracht van verlichte westerse concepten als 'artistieke vrijheid’ had hij zich in een arena begeven waar dergelijke ideeën geen gemeengoed zijn. Voor alle duidelijkheid: het anc en president Zuma bekritiseren is geen probleem, dat gebeurt dagelijks. Schokkende kunst is evenmin een probleem. Het satirische duo Bitterkomix verwerkt al bijna twintig jaar geslachtsdelen en pornografische beelden in zijn politiek getinte werk. Waar Murray de fout in ging is dat hij de president op denigrerende manier afbeeldde en daarmee mensen schoffeerde die nooit een galerie bezoeken en niet bekend zijn met artistieke vrijheid. Wat zij zagen was de afbeelding van een zwarte man met een blote pik. En die man was hun president. De demonstranten bij de Goodman Gallery en de rechtszaal liepen vrijwel allemaal rond met borden waarop stond dat Murray de 'waardigheid’ van Zuma had aangetast, de waardigheid van een zwarte man, de waardigheid van een zwarte Zuid-Afrikaan. Academici zoals de historicus Peter Hudson van de Universiteit van Wit-watersrand bevestigden deze interpretie. Hudson bestempelde het kunstwerk als een uitwas van 'het koloniale onderbewuste’. Murray’s schilderij was volgens hem een typisch voorbeeld van de koloniale interpretaties van blank en zwart, waarbij de zwarte man door de superieure blanke schepper wordt gereduceerd tot zijn penis, oftewel tot niets.

Medium zuidafrika2

HET WAS interessant om te zien hoe de zwarte Zuid-Afrikanen, vriend en vijand, hoog- en laagopgeleid, zich vrijwel als één man achter Zuma schaarden terwijl progressieve blanken bleven hameren op artistieke vrijheid. Die zwarte onderlinge verbondenheid versus dat blanke onbegrip is iets wat schrijfster Antjie Krog heeft geprobeerd te begrijpen en uit te leggen in haar recente boek Begging to Be Black (in het Nederlands verschenen als Niets liever dan zwart). Het moge duidelijk zijn dat Begging to Be Black een boek over ras is, over blank zijn in post-apartheid Zuid-Afrika en de verantwoordelijkheden en dilemma’s die dat met zich meebrengt. De titel is ontleend aan Salman Rushdie’s De duivelsverzen, waarin het personage Mimi zegt: 'Don’t teach me about exploitation. (…) Try being Jewish, female and ugly sometime. You’ll beg to be black.’ Was het ironisch bedoeld? 'Deels’, zei Krog toen ik haar in Kaapstad sprak. 'Maar het duidt ook op een hiërarchie, niemand wil zwart of homo zijn. En het was tevens bedoeld als provocatie.’

Dat laatste is zeker gelukt. Veel Zuid-Afrikanen reageerden allergisch op de titel. Die gevoelens van ongemak voerde Krog desgevraagd terug op het westerse meerderwaardigheidscomplex: het idee dat de westerse beschaving superieur is, en dat alles daaraan afgemeten dient te worden. Een superioriteit die alleen kan bestaan dankzij 'zwart’ dat wordt geassocieerd met alles wat negatief en primitief is.

Krog gaat in Begging to Be Black verder dan alleen het probleem onderkennen. Zij kijkt naar zwarte filosofieën en voert het begrip ubuntu op, Afrikaans humanisme, met als essentie: een mens is een mens door andere mensen. Ze noemt het 'een zwarte versie van empathie, het idee dat we elkaar nodig hebben om verder te komen’. Ubuntu ziet de mens als sociaal wezen dat 'de ander’ met respect, geduld, zorg en inlevingsvermogen tegemoet treedt. Ubuntu in de praktijk vond Krog behalve bij Nelson Mandela en aartsbisschop Desmond Tutu ook bij koning Moshoeshoe (ca. 1786-1870), die vooral bekend werd door de manier waarop hij zijn vijanden vergaf en hen incorporeerde in zijn rijk, een grotere versie van het huidige bergstaatje Lesotho.

Het is belangrijk dat blanke Zuid-Afrikanen iets van ubuntu oppakken, willen ze in het toekomstige Zuid-Afrika op zinvolle wijze overleven. Ze moeten zich ondergeschikt maken aan zwart, vindt Krog. 'Wij zijn nu gedwongen om als minderheid te leven, ook al hebben we voor een minderheid nog opvallend veel macht. Het idee moet zijn: jullie beslissen en ik leg me daarbij neer. En jullie accepteren me en ik accepteer hoe deze straat of dit bedrijf wordt bestuurd. Dit is wat van mij verlangd wordt, en ik doe dat.’

Daarnaast is het essentieel dat je je het perspectief van 'de ander’ eigen maakt op een wijze die begrip kweekt en dialoog en harmonie stimuleert, betoogt Krog. Dat stelt je in staat het land 'te lezen’ en situaties vanuit verschillende gezichtspunten te analyseren En op die basis begin je dan een dialoog. Dat 'je in de ander verplaatsen’ en die dialoog ontbraken duidelijk bij de affaire rond het Zuma-schilderij.

Zelf gaf Krog de veroordeling van anc–kopstuk Tony Yengeni als voorbeeld. Yengeni was in 2006 schuldig bevonden aan corruptie. De laatste meters naar de Pollsmoor-gevangenis in Kaapstad legde hij als een held af op de schouders van familie en vrienden, inclusief een heel arsenaal anc-hotemetoten, onder wie dominee en politicus Allan Boesak. De kranten waren er als de kippen bij om deze 'triomfantelijke verheerlijking van een crimineel’ te veroordelen.

Krog niet. Die herinnerde zich haar dagen als verslaggever tijdens de zittingen van de Waarheidscommissie, die eind jaren negentig misdaden onderzocht die tijdens apartheid waren gepleegd. Ze was erbij toen Yengeni werd geconfronteerd met de man die hem als activist had gefolterd, Jeffrey Benzien. Benzien pochte ooit dat hij binnen twintig minuten iedereen aan het praten kon krijgen. Yengeni bleek geen uitzondering. Tijdens zijn getuigenis maakte Krog druk aantekeningen. 'Plotseling hoorde ik een stem die ik absoluut niet herkende als die van Yengeni. Ik keek op en toch was het Yengeni die daar praatte. Maar hij klonk totaal anders. Al die mensen die een mening over hem ventileren zullen dát moment nooit oprakelen. Maar je kon daar zien dat hij door Benzien was verpulverd. Hij had alles en iedereen prijsgegeven. Hij werd de verrader.’

Waar het om gaat, vervolgde Krog, is dat Yengeni’s achterban en vrienden dat moment van opperste vernedering en kwetsbaarheid hadden onthouden. 'Zij denken: zoals hij verpulverd is, zo zijn wij verpulverd. En zoals hij een schurk is, zijn wij allen schurken. En als hij wordt uitgekotst, dan voelen wij ons uitgekotst. Dus als hij naar de gevangenis moet, dan gaan wij mee. Dat betekent niet dat je misdaad goedpraat, maar het betekent dat je die gepijnigde, vernielde mens steunt.’

Iets vergelijkbaars gebeurde dus met Zuma en The Spear. Niet alleen Zuma zelf voelde zich in zijn waardigheid aangetast, een groot deel van de zwarte Zuid-Afrikaanse bevolking deelde dat gevoel. The Spear maakte allerlei nare herinneringen bij hen los. Zo barstte Zuma’s advocaat Gcina Malindi in de rechtszaal in snikken uit toen hij de effecten van apartheid oprakelde om zijn argumenten tot verwijderen van The Spear kracht bij te zetten. Malindi, die tijdens apartheid als anc-activist gevangen zat op Robbeneiland, werd overmand door de pijnlijke herinneringen die dat tijdperk bij hem opriep. Blank deed er lacherig over en suggereerde dat zijn tranen bedoeld waren om de rechtszaak te beïnvloeden.

Malindi’s herinneringen aan de apartheidswetten waren slechts een noot in het koor van stemmen die tijdens de ophef rond The Spear de vernederingen van het verleden ophaalden. Zo werd het verhaal van Saartjie Baartman, die in de negentiende eeuw als naakte 'Hottentot-Venus’ in Londen kon worden bewonderd, opgerakeld. Evenals het beeld van zwarte mijnwerkers die naakt voor de bewakers moesten verschijnen om te bewijzen dat ze diep onder de grond geen goud hadden gestolen.

The Spear legde een onverwerkt verleden bloot en raakte daarmee aan de essentie van Zuid-Afrika, de uiterst moeizame rassen-verhoudingen die langzaam maar zeker beginnen te veranderen en die een andere houding van blanke Zuid-Afrikanen vereisen, willen ze op een zinvolle manier overleven.

IEMAND die eerder een belangrijke aanzet gaf tot een andere manier van denken over ras en de blanke positie in Zuid-Afrika was de 39-jarige filosofe Samantha Vice. In 2009 schreef zij een artikel voor een academisch tijdschrift, dat twee jaar later door de pers werd opgepikt en daarna voor veel beroering en discussie zorgde. Duizenden reacties kreeg Vice. Aanvankelijk bewaarde ze die. Leuk, dacht ze, een heus debat. Maar al snel werden de opmerkingen heel persoonlijk en kwaadaardig. Ze laat er een zien: 'So if anyone wants to tell me how to be a good whitey, I say fuck you and the horse you rode in with.’ Ze haalt haar schouders op. Wat haar werkelijk woedend maakte was dat ze van 'domheid’ werd beschuldigd. 'Ik heb maanden zitten lezen en denken over deze materie’, zegt ze in haar kantoor in het universiteitsstadje Grahamstown.

Het gewraakte artikel heette How Do I Live in This Strange Place? en werd gepubliceerd in het Amerikaanse Journal of Social Philosophy. Het is een genuanceerd, persoonlijk relaas van achttien pagina’s waarin Vice uiteenzet hoeveel moeite het haar kost om op een nette en zinvolle manier te leven in een land als Zuid-Afrika, waar het verleden met zijn 'ontstellende onrecht en onmenselijkheid’ nog zo vers in het geheugen ligt en zo dicht tegen het oppervlak schuurt. 'Ik behoor tot de school van Plato, die erg op het zelf is toegespitst, eerst je eigen ethische problemen oplossen’, zegt ze.

In de pers en op blogs werden de achttien pagina’s gereduceerd tot één zin: Vice vindt dat blank zich moet schamen en verder zijn bek moet houden. 'Het was alsof ik mensen voorschreef hoe ze moesten leven. Alle subtiliteiten en het ingewikkelde denkproces gingen verloren, evenals de onderzoekende, aftastende toon’, zegt ze. 'Maar de reacties bewezen wel dat ik een gevoelige snaar had geraakt en hoe kwetsbaar mensen zich voelen.’

In haar artikel borduurt Vice voort op het begrip whiteliness, dat afkomstig is van de Amerikaanse feministe Marilyn Frye en te maken heeft met het idee dat je in een wereld verkeert waarin automatisch wordt aangenomen dat blank zijn de norm is, en dat je voor bepaalde privileges niets hoeft te doen vanwege je huidskleur. Dat uit zich in bazigheid en betweterigheid. En het uit zich in een schilderij met een naakte zwarte president, waarvan je vindt dat iedereen maar moet begrijpen hoe dat binnen de context van satirische kunst past. Het zijn eigenschappen die je in de hele westerse wereld ziet. Maar in Zuid-Afrika ligt het allemaal net ietsje gevoeliger omdat raciale gelijkheid pas achttien jaar geleden een feit werd en omdat die luide, dominante blanken nog geen tien procent van de bevolking uitmaken.

Vice, die opgroeide in het tijdens apartheid uiterst onrustige Queenstown in de Oostkaap-provincie, schreef het artikel niet voor de verstokte racisten, maar voor mensen zoals zijzelf, weldenkende mensen die zich bewust zijn van de privileges die samengaan met de huidskleur en dit als problematisch ervaren. In het artikel kun je haar bijna zien peinzen, graven en peuren. Ze raadpleegt het werk van zwarte activisten zoals Steve Biko en de Amerikaan W.E.B. Du Bois en stelt uiteindelijk dan dat het geen kwaad kan als blank zich nu een tijdje afzijdig houdt van het politieke toneel, waar ze via de media en de zakenwereld nog steeds koning kraaien. Daarnaast is een bezinningsperiode van nederigheid, schuld en schaamte op zijn plaats. Net als Krog vindt Vice dat het nu aan zwart is om het land te herscheppen.

'Stilte kan te maken hebben met een morele positie die je inneemt’, zegt ze. Stilte als manier om te laten zien dat je naar andere stemmen luistert. 'Niet stilte als arrogante verwijdering, maar als een eigen, niet-politieke manier om je binnen de samenleving te bewegen. Die dominante blanke stemmen beïnvloeden nog steeds de politieke ruimte. Ze hebben een buiten-proportioneel volume.’

De schaamte waar Vice op doelt gaat over de erkenning dat je bent wat je eigenlijk niet zou moeten zijn. Met andere woorden: je blanke, historisch gegroeide privileges waar je niets voor hebt hoeven doen behalve geboren worden hebben je gemaakt tot wat je bent. Ze geeft het voorbeeld van zichzelf: opgegroeid in een beschermde, veilige omgeving, goed onderwijs genoten en daarna de mogelijkheid om te reizen en de blik te verruimen. 'Het feit dat je nou eenmaal weinig controle hebt over sommige van die zaken wil niet zeggen dat je geen schaamte hoeft te voelen’, zegt ze. Ze vergelijkt het met het gevoel dat je krijgt als jij als zoon of dochter profiteert van het geld dat je vader heeft verdiend door de boel eens flink op te lichten zonder daar ooit voor gepakt te zijn.

Het probleem in Zuid-Afrika, en dat keerde herhaaldelijk terug in de reacties, is natuurlijk dat veel blanken hun privileges helemaal niet als problematisch beschouwen en dat zij helemaal niet vinden dat nederigheid, schuld en schaamte op hun plek zijn. Sommigen voeren bovendien aan dat zij in dat nare verleden actief apartheid bestreden en dat zij absoluut geen reden hebben om zich nu uit schaamte stil te houden. 'Zeg Samantha maar dat ik me voor haar schaam’, e-mailde een goed opgeleide, belezen kennis me. 'Ook al beweert de anc-propaganda het tegenovergestelde, het is niet waar dat alleen zwarten hebben bijgedragen tot de strijd [tegen apartheid]. Dat betekent dat blanken net zo veel recht hebben om het helemaal gehad te hebben met onze waardeloze regering. Zeg [Vice] om een beetje fucking ruggengraat te tonen.’

Natuurlijk, beaamt Vice, er zijn genoeg blanken die zich actief tegen apartheid hebben verzet en die verdienen daar alle lof voor. Maar we moeten niet uit het oog verliezen dat dat verzet zelf vaak al voortkwam uit een gevoel van schaamte. En we moeten evenmin over het hoofd zien dat blanke activisten doorgaans beter werden behandeld dan hun zwarte kameraden en dat zij als advocaten en vakbonds-activisten vaak heel goed terecht zijn gekomen in het nieuwe Zuid-Afrika. Zeker in Johannesburg bestaat er zoiets als een blanke post-struggle-aristocratie voor wie nederigheid een buitenaards begrip is.

Blanken zijn evenmin erg bereid om in materiële zin bij te dragen tot het rechtzetten van de eeuwen van uitbuiting en onderdrukking. Een recent opgerakeld voorstel van aartsbisschop Desmond Tutu voor een apartheidsbelasting leverde ongekend felle reacties op. Flip Buys, leider van de Afrikaner vakbond Solidariteit, zei desgevraagd: 'Wij betalen die belasting al. Er zijn vijf miljoen belastingbetalers in Zuid-Afrika. Wij betalen tot het onze oren uit komt.’

HET LOOPT tegen de avond. Vice heeft twee uur zitten praten. De studenten in Grahamstown sjokken langs haar kantoor, blank en zwart, soms samen, meestal in groepjes met dezelfde kleur. Vice vertelt dat ze een groot liefhebber is van Vermeer, Rembrandt en Cézanne en dat Bach haar favoriete componist is. 'Dat maakte het allemaal ultra-ingewikkeld’, zegt ze zacht. 'Mijn meeste vrienden zijn blank en ik haal mijn meeste waarden uit West-Europa en de Verlichting. En ik ben niet bereid om dat op te geven.’

Het is het blanke dilemma. Hoe ver ben je bereid je te schikken? Hoe zwart wil je worden? Welke offers ben je bereid te brengen? Ga je zo ver als Lucy in J.M. Coetzee’s Disgrace, die wordt verkracht en dat lot stilzwijgend accepteert. 'Ik kan Lucy’s houding deels begrijpen’, zegt Vice. 'Ze heeft geen gelijk, maar ik begrijp het. Blanken moeten leren leven met het feit dat zij niet langer de lakens uitdelen. Lucy vond een vrij extreme manier om dat te doen.’


Beelden:

19 mei, Brett Murray, The Spear, 2012. Prijs: ongeveer 12000 euro. Courtesy Gallo Images / Rex Features / Hollandse Hoogte

23 mei, The Spear, besmeurd. Courtesy Gallo Images / Rex Features / Hollandse Hoogte