De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk vanavond om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Zwart vierkant

Wat maakt dat sommige beelden onbeduidend aanvoelen en andere je tot in je diepste wezen weten te raken?

De foto op het omslag is bijna volledig zwart. We zien slechts de vage contouren van een mens. Een mond, een kin, een hals. De rest ligt verscholen in het duister. Het beeld toont welbeschouwd vrijwel niets, maar het resultaat is intiem.

Het beeld is gemaakt door Bill Jacobson. Het is een van de ongeveer tweehonderd bijdragen aan Keeper of the Hearth, een dik fotoboek dat werd samengesteld door Odette England. De Australisch-Britse fotografe vroeg schrijvers, curatoren, kunstenaars, fotografen en historici een foto in te sturen die reflecteerde op een beroemd beeld dat vrijwel niemand ooit zag. Veertig jaar nadat Roland Barthes in Parijs door een busje van zijn sokken werd gereden en veertig jaar nadat zijn laatste boek Camera Lucida verscheen, wilde England een boek maken over die ene foto die, zonder dat hij wordt getoond, het kloppende hart van dat essay vormt. Het gaat om een foto van Barthes’ moeder, gemaakt in 1898, lang voordat haar zoon was geboren. Op de foto is Henriette vijf jaar en poseert ze samen met haar broer in de ‘wintertuin’ nabij haar ouderlijk huis.

Camera Lucida lijkt heel even een studie te worden naar het wezen van de fotografie. De vraag die Barthes aan het begin stelt is op welke fundamentele wijze fotografie zich onderscheidt van de grotere familie van beelden. Maar al heel gauw wijkt hij af van dat oorspronkelijke pad. De vraag die hem werkelijk bezighoudt is een andere. Hij wil weten wat maakt dat sommige foto’s hem tot in het diepst van zijn wezen weten te raken. Wat maakt dat het ene beeld hooguit oppervlakkig interessant is terwijl het andere een emotionele reactie oproept die hoogst persoonlijk van aard lijkt te zijn?

Hij maakt zijn beroemde onderscheid tussen studium en punctum. Glibberige termen, allebei. Maar waar studium samenhangt met de generieke wijze waarop een foto wel of geen interesse weet te wekken – door informatie of een historische context te bieden, door een aantrekkelijke compositie te bezitten – is punctum ongrijpbaarder. Het punctum is wat door het studium heen prikt, dat wat de individuele mens die wordt geconfronteerd met het beeld weet te raken als een pijl. Dat wat een emotionele wond achterlaat.

Keeper of the Hearth is prachtig vormgegeven en staat vol mooie foto’s en boeiende teksten. Maar het is ook een bevreemdend boek. Barthes zegt ergens dat hij de foto van zijn moeder niet publiceert omdat hij alleen voor hem bestaat op de wijze waar het hier om gaat. ‘Voor jullie zou het niets zijn behalve een onbeduidend beeld, een van de duizenden manifestaties van het “gewone” (…) het zou hooguit uw studium interesseren: de periode, de kleding, het fotogenieke; maar erin besloten ligt, voor jullie, geen wond.’

Het zal geen toeval zijn dat de foto’s in Keeper of the Hearth die mij het sterkst raken gemaakt zijn door een fotograaf wiens werk ik ken. Mark Steinmetz stuurde twee beelden in waarop zijn ouders te zien zijn. Op de tweede foto lopen zijn hoogbejaarde ouders, op de rug gezien, langs de kant van de weg. De ontroering die de foto oproept schuilt in de combinatie met het eerste beeld, een foto die werd gemaakt lang voordat Steinmetz zelf werd geboren. Zijn jonge ouders staan zichtbaar gelukzalig naast elkaar op een bospad. Ze poseren allebei als mensen die niet echt kunnen poseren, maar haar voeten staan in een soort ballethouding. Alsof ze klaarstaat voor een échappé. (Dit is een gokje, ik heb geen idee of ik mijn balletjargon op orde heb. Sterker: ik weet vrij zeker van niet.)

Ik kon me er niet toe zetten zelf een vierkantje te plaatsen

Terwijl ik Camera Lucida las, opende ik af en toe Instagram. Het was #BlackOutTuesday en het zwarte vierkant verspreidde zich als een olievlek door het medium dat meer dan normaal zijn ‘sociale’ aard leek te tonen. Ik kon minuten scrollen zonder veel anders tegen te komen. Een gesponsord bericht van Klaas Dijkhoff in een opblaasbadje, met een korte broek en een omhooggeheven biertje in zijn hand, bood het sterkste contrast.

Ik kon me er niet toe zetten zelf een vierkantje te plaatsen. Het voelde te simpel, geloof ik. Terwijl ik op hetzelfde moment toch ook niet dacht dat al die anderen iets gemakzuchtigs deden. En het cumulatieve effect was onmiskenbaar.

Er werd al snel op gewezen dat het veelvuldige gebruik van de hashtag #BlackLivesMatter ertoe leidde dat tussen al het goedkope engagement belangrijke informatie over de protesten verloren ging. En aan het einde van de dag waren ook allerlei bedrijven en Klaas Dijkhoff achteraan aangesloten in de rij. Je zou er moedeloos van kunnen worden.

Moet engagement altijd duur betaald worden? Of is vaker wel dan niet elk begin dat wordt gemaakt, hoe klein ook, waardevol? De grens tussen wat cynici ‘virtue signalling’ noemen en langzame maar daadwerkelijke bewustwording is soms flinterdun. Op hoopvolle momenten geloof ik dat de Instagram-post van vandaag de bijgewoonde demonstratie van morgen is.

‘Any man’s death diminishes me, because I am involved in mankind, and therefore never send to know for whom the bells tolls; it tolls for thee’, schreef John Donne.

Waarin schuilt de twijfel? In de vraag hoe je je solidair betoont zonder dat je met andermans leed je eigen blazoen oppoetst. In de vraag hoe je erkent dat de pijn niet aan jou toebehoort, terwijl je weet dat de wond van ons allemaal is.