`zwart-zijn is ons wapen’

EEN KRUITVAT waaronder een tijdbom tikt. Zo omschrijven zij de Bijlmermeer. Ze nemen het witte politici kwalijk dat ze niet onderkennen welke woede in de Bijlmer-onderklasse heerst - en hoe zij als Zwart Beraad, een wekelijks overleg van zwarte politici en niet-politici, proberen om rellen en erger te voorkomen.

Vooral de PvdA in Amsterdam-Zuidoost krijgt er van langs. Dat is de enige partij, zeggen zij, die systematisch met het Zwart Beraad weigert te praten. ‘Dat heeft te maken met onze fractievoorzitter Wouter Gortzak. Die ziet ons nog steeds als een praatclub’, zegt Krish Kanhai, PvdA-deelraadslid in de Bijlmermeer. 'Niet alleen Gortzak!’ wordt er geroepen. 'Gortzak en consorten’, vult Kanhai aan. 'De PvdA probeert permanent de weinige zwarten die ze nog hebben naar de periferie te drukken. Men wil dat zwarte mensen eigen initiatieven nemen. Maar zodra we dat doen, worden we op de vingers getikt.’
DAT HET BROEIT in de Bijlmermeer, wordt duidelijk in een bijna drie uur durend interview met zes afgevaardigden van het Zwart Beraad. Dat overlegorgaan ontstond februari dit jaar na de incidenten rondom het zogeheten Urban-project. Het ging om de 26 miljoen gulden Urban-subsidie van de Europese Commissie. Geld dat was toegekend voor het vernieuwingsproces in de Bijlmermeer, waar zeventig procent van de bewoners allochtoon is. Maar de vier projectgroepen die het geld zouden verdelen, bestonden uit louter witte mensen. En uiteindelijk ging het niet alleen om het Urban-project - het was, in de ogen van zwarte bewoners, slechts het zoveelste voorbeeld van witte politici die het in zwart Bijlmermeer voor het zeggen willen hebben.
Op 2 februari dit jaar vond in het jongerencentrum Kwakoe de eerste protestbijeenkomst plaats. Zwarte deelraadsleden en buurtbewoners eisten dat zwarten zouden beslissen over de subsidie. Ook staken zij de hand in eigen boezem: de zwarte raadsleden hadden zitten slapen. Uit die groep aanwezigen, die avond in Kwakoe, is het Zwart Beraad ontstaan.
'Als het Zwart Beraad in februari niet had ingegrepen, waren er ongelukken gebeurd’, zegt het deelraadslid Kanhai. 'Wij hebben geprobeerd de krachten te bundelen om te voorkomen dat het hier een Los Angeles zou worden.’
Sindsdien vergaderen politici en niet-politici in het Zwart Beraad om vanuit een 'zwart perspectief’ de vernieuwing van de Bijlmermeer vorm te geven. In het optreden van het huidige dagelijks bestuur van de stadsdeelraad Bijlmermeer hebben zij geen vertrouwen. 'Puur kolonialistisch’, oordeelt Krish Kanhai. Een ander voegt toe: 'Uit hun visie, voor zover ze die hebben, blijkt geen enkele gevoeligheid voor wat zich afspeelt in de zwarte Bijlmermeer. En dan formuleer ik het nog voorzichtig. De sociaal-economische vernieuwing wordt chronisch verwaarloosd. Het huidige bestuur fixeert zich op beton in plaats van op mensen.’
Fysiek determinisme noemt het Zwart Beraad dat, ofte wel 'orthodox stadsvernieuwingsdenken’: 'Een huisje, een tuintje, een boompje en dan komt het allemaal in orde. Terwijl wij hier in een zwarte wijk zitten waar de voor het merendeel zwarte onderklasse niet aan werk of scholing komt.’
HET ZWART BERAAD, intussen gesprekspartner van Amsterdams wethouder Van der Aa met het minderhedenbeleid in zijn portefeuille, werd ooit door de PvdA-fractievoorzitter van het stadsdeel betiteld als een 'informele babbelclub’. Dat heeft kwaad bloed gezet. Het Zwart Beraad beschouwt zich als een zwarte emancipatiebewe ging die zich laat inspireren door voorvechters als M. Luther King, Malcolm X en Nelson Mandela. Zwart, zeggen zij, is een universeel thema. Partijpolitieke tegenstellingen worden overstegen.
'Ons zwart-zijn bindt ons’, licht Renate Hunsel, GroenLinks-deelraadslid toe. 'Wij hebben hetzelfde doel: een Zuidoost waar zwart en wit zich veilig en happy voelen.’
Het Zwart Beraad wil vanuit een 'zwart perspectief’ de Bijlmermeer mobiliseren. Een heuse coup zal er plaatsvinden. 'Bij de verkiezingen in 1998 komt hier een zwart bestuur’, zegt Kanhai, de gedoodverfde nieuwe voorzitter. 'De Bijlmermeer is een microsamenleving. Als wij, zwarten, hier niet bewijzen dat we in staat zijn onszelf te besturen, dan kunnen we het vergeten. Wij zijn een pilot-project.’
'Een laboratorium’, vult PvdA-deelraadslid Cliften Codrington aan. Nee, zegt een ander, 'dat klinkt te klinisch. Het is een bruisende samenleving. Wij hanteren de theorie van empowerment: wij gaan uit van de eigen kracht van mensen. Daarvoor is het huidige dagelijks bestuur ook al niet gevoelig.’
De huidige politieke partijen staan niet open voor zwarte mensen. Zijn niet bereid hun macht te delen. Wensen hun structuren niet om te vormen tot multiculturele modellen. En ze zijn blind. Net zoals in de Verenigde Staten aanvankelijk de zwarte burgerrechtenbeweging werd gebagatelliseerd, gebeurt dat nu in de Bijlmermeer. Waar ook nog eens wonden zijn geslagen.
D66-deelraadswethouder Emile Esajas trad af 'wegens interne strubbelingen’. Kort daarop werd PvdA-wethouder Helen Burleson-Esajas onder vuur genomen. Landelijk speelde de affaire-Rozenblad. Het zwarte PvdA-kamerlid moest aftreden omdat zijn cv niet bleek te kloppen.
Kanhai: 'Wij hebben drie jaar lang een witte D66-wethoudster van onderwijs gehad. Die zat hier overdag van tien tot vier en deed geen bal. Geen bal! Daar hoor je niks over. Maar op het moment dat er een zwarte komt, vraagt ieder zich af of die wel kwaliteiten bezit. Wij moeten over superkwaliteiten beschikken. Later hoor je: Ja, die Kanhai is wel goed, maar… er is altijd een maar bij.’
Op 6 februari dit jaar liet het Zwart Beraad voor het eerst van zich horen in de vergadering van de stadsdeelraad. Het ging er 'keihard’ aan toe, zegt Renate Hunsel. 'Wij hebben gezegd: de zwarten pikken het niet meer.’ En alle zwarte deelraadsleden stapten demonstratief de zaal uit toen PvdA-fractievoorzitter Gortzak aan Kanhai het woord wilde ontnemen. 'Dat ging echt te ver’, zegt Kanhai nu. Het was geen incident, meent hij: 'De PvdA kan niet accepteren dat onze samenleving er anders moet uitzien. Bovendien speelt hier de arrogantie van de macht. Je zult zien dat de Partij van de Arbeid mij wil inwisselen.’
Het vermoeden bestaat dat alle drie zwarte PvdA-deelraadsleden (K. Kanhai, C. Codrington en H. Dors) gewipt gaan worden. De sociaal-democraten zetten gewoon andere zwarten in onze plaats, zegt Kanhai: 'Er zal altijd een token zijn.’ Hij doelt op de term token nigger, de allochtoon die voor de show of de stemmenwinst in huis wordt gehaald, om zich verder netjes te voegen in het heersende stramien. De token maakt veel emoties los. 'Bounties’, zegt iemand. 'Zwart van buiten, wit van binnen.’ Een ander: 'Opperslaven.’ 'Zij mochten binnen, in de keuken werken’, smaalt PvdA-raadslid Cliften Codrington. 'De tokens moeten ontmaskerd worden.’
Het wemelt, zeggen ze, van tokens in de Nederlandse politiek - ook in het parlement. Namen willen zij niet noemen, al is duidelijk dat D66-kamerlid Hubert Fermina een aardige kans maakt - had hij niet beweerd dat de conflicten in de Bijlmermeer niet etnisch van aard zijn, maar te herleiden zijn tot 'individuele conflicten’? Renate Hunsel schudt meewarig haar hoofd: 'Arme jongen.’
'Ik ben het eens met Fermina’, merkt iemand op. 'Het gaat om individuele conflicten. Fermina moet alleen nog leren optellen. Als hij al die individuen optelt, dan ontdekt-ie dat het om een sociaal conflict gaat.’
Iemand zegt: 'Het lijkt misschien een overdreven metafoor, maar wij leven in een plantage. We hebben dezelfde situatie als in een kolonie: een zwarte meerderheid met een wit bestuur, zonder multiculturele visie op de wijk.’
'Ik ben dertig jaar geleden uit Suriname gegaan, ik kom uit een kolonie. Maar soms denk ik hier: hé verrek, ik ben er weer’, bevestigt Renate Hunsel. Haar opmerking is het startsein van een doorwrocht betoog over de politiek-inhoudelijke achtergrond, waarin het historisch perspectief een grote rol speelt. Nederland bevindt zich nog steeds in het dekolonisatieproces. De blanken willen hun macht niet afstaan. Met instemming wordt de journalist Peter Schumacher geciteerd: 'Zolang Nederland zijn koloniaal trauma nog niet heeft verwerkt, zullen wij deze problemen houden.’
Het is, zegt het Zwart Beraad met enig cynisme, 'politiek-genetisch bepaald’.
HET GEDULD IS op, zegt het Zwart Beraad. De tijd van adviesraden is voorbij. Want zulke raden maken geen korte metten met de structurele uitsluiting van zwarten in het maatschappelijk leven. Het Zwart Beraad eist 'aandeelhouderschap’ in de BV Nederland. 'Waar komt die wens vandaan?’ vraagt Kanhai hardop. 'Uit het feit dat we járen zijn achtergesteld. Wij gaan niet meer rustig afwachten, wij eisen ons aandeel op.’
Een ander zegt: 'Het Zwart Beraad is een sociale oorlog gestart in Zuidoost - en het is alleen aan het Zwart Beraad om die oorlog te stoppen. Die oorlog leidt tot verandering van de positie van die tweederangsburgers. Pas als wij constateren dat we hebben wat ons toekomt, dan stoppen wij die oorlog.’
Ja, ze hebben ook de middelen om die oorlog te voeren. 'Ons zwart-zijn is ons wapen’, vervolgt hij. 'Het is geen oorlog met fysiek geweld, maar met psychologisch geweld. Wij zeggen: geef ons wat ons rechtens toekomt. Anders hálen we het. By any means necessary. Wij propageren geen geweld, maar ik sluit het niet uit. Als gehandicapten, boeren, verpleegsters, vrouwen en politieagenten het Malieveld opgaan, dan is de tijd daar dat zwarten het Malieveld tot hun territorium maken. Die tijd is niet ver meer. De witten worden ermee geconfronteerd. For better or for worse.’
Voor hoe microsamenleving Bijlmermeer eruit gaat zien ná de zwarte coup, bestaat geen blauwdruk. 'Het is immers een dynamisch proces, een synthese van de verschillende culturen.’
Renate Hunsel: 'Wij zullen het zwarte perspectief inbrengen. Dat perspectief ontbreekt nu bij het bestuur en bij de politici. Een witte bestuurder van dit stadsdeel zei laatst tegen mij: “Als ik bezig ben, vraag ik mij niet af of ik wel multicultureel genoeg bezig ben.” Het is dus geen vanzelfsprekendheid. Vervolgens ging-ie verder: “Maar daar waar ik fouten maak, heb ik graag dat je mij corrigeert.” Dat vind ik prima. Maar die houding vind ik niet bij ons bestuur.’
Het bestuur stelt zich betuttelend op, vinden de afgevaardigden van het Zwart Beraad. Zij luisteren niet naar de mensen in dit stadsdeel. En dat is precies wat het Zwart Beraad wil doen: terug naar de basis.
Maar dat is toch niet typisch zwart? Dat zegt de Socialistische Partij toch ook?
'De SP zegt dat vanuit haar politiek-ideologische visie’, antwoordt Kanhai. 'Wij zeggen het vanuit het zwart perspectief. Wanneer je de zwarte samenleving wil bereiken, heb je niets aan dikke pakken communicatienota’s. Alle partijen zeggen dat het een groot probleem is om met de etnische minderheden te communiceren. Nooit heeft men gedacht: “Hoe zullen wij dat verbeteren?” Het nieuwe zwarte bestuur zal dat wel doen. Wij willen het vuur in de mensen aanwakkeren. In deze wijk worden tienduizenden mensen afgeschreven. Dat kan niet.’
'Wij zijn het moment van protest voorbij’, vult een ander aan. 'Wij streven nu naar zwarte macht. Black power.’
Klinkt mooi.
'Mooi?’ Hij schudt zijn hoofd. 'Het is grimmig.’
Komt de zwarte partij naderbij?
Alle ogen richten zich op PvdA-raadslid Kanhai, die aarzelend zegt dat hij het niet weet: 'Vanwege het simpele feit dat er bestaande politieke structuren zijn. Waarom zouden wij die structuren niet durven open te breken?’
Daar is hij al jaren, tot nu toe vergeefs, mee bezig. Hij heeft een deadline gesteld: december volgend jaar wanneer de kandidaatstellingen beginnen. 'Een cruciaal moment’, zegt hij, 'want dan tonen partijen of zij bereid zijn zwarten een evenredige plaats te…’
'De juiste zwarten’, wordt hij in de rede gevallen. 'Vanzelfsprekend’, zegt Kanhai. 'Zeker zullen zij dan alle manoeuvres plegen om tokens in te zetten. Dat is het wapen dat zij in handen hebben. Maar dat wapen gaan wij uit hun handen slaan. Door onze tokens overboord te gooien. Een token is veel gevaarlijker dan een echte blanke die je moet bestrijden.’
Het is een universeel zwart-witprobleem, benadrukken zij. Maar is het, werp ik tegen, wellicht niet ook een kwestie van sociaal-economische tegenstellingen - de onderklasse versus bovenklasse? 'Er zijn witte armen. Klopt’, zegt men. 'Zij hebben ook problemen. Maar als een witte arme zijn zondagse pak aantrekt en door Wassenaar gaat lopen, dan ziet niemand dat-ie uit een arbeidersmilieu komt. Maar als ik er loop, ziet iedereen mij voor een asielzoeker aan.’
'Bij de onderklasse zie je dat de witten profiteren van voordelen, van nieuwe wetten’, meent Renate Hunsel. Nee, zij zijn het niet met me eens. En als ik hun token niggers vergelijk met de excuus-Truus, valt het beraad over mij heen. 'Je kunt het hoogstens met zwarte vrouwen vergelijken’, zegt men. 'Na de eerste twee emancipatiegolven kreeg je, zo heb ik gezien bij onze zwarte vrouwen, een heel scherpe, onoverbrugbare tegenstelling tussen zwarte en witte vrouwen. De kleurbarrière is een nog nauwelijks bespreekbare kwestie in Nederland. Ook niet in de Bijlmermeer. Juist niet in de Bijlmermeer. Dat is het schrijnende.’
BLIJVEN ZIJ niet steken in een slachtofferrol? Ik leg ze een citaat van PvdA-fractievoorzitter Wouter Gortzak voor: 'Zwarte politici zijn het slachtoffer van het beeld dat ze van zichzelf hebben.’
'Je kan Gortzak vergelijken met Botha. Hier spreekt een witte koloniale boer’, zegt een van hen. 'Mensen als Gortzak zijn het prototype van alles wat wit Zuidafrikaans is.’
Kanhai: 'Wie is nou eigenlijk slachtoffer, de mensen die slachtoffer worden genoemd, of degene die dat zegt? Men had nooit gedacht dat er een sterke zwarte beweging zou ontstaan, vandaar dat men ons probeert te bagatelliseren.’
Sommigen zeggen dat jullie geen achterban hebben…
Na daverend gelach: 'Heeft de PvdA, die nota bene de premier levert, dan een achterban met nog geen vijfhonderdduizend leden op een inwonersaantal van vijftien miljoen?’ Vermoeid: 'Ik wil niet meer op vragen van witten reageren. Ik stel eisen. Als jullie die niet inwilligen, werken wij niet langer aan de maatschappijontwikkeling mee maar zetten wij het proces in gang van maatschappijomwenteling. Om met Malcolm te spreken: By any means necessary. Laat één ding vaststaan: wij gaan niet meer weg. Wij blijven hier - misschien moet dat goed onder de neus gewreven worden. En we krijgen véél zwarte kinderen!’ Er volgt een daverend gelach. 'Wij gaan ons vermenigvuldigen in deze samenleving - fysiek, economisch, sociaal en als aandeelhouders’, grinnikt hij.
In het gelach klinkt een serieuze ondertoon, nog net niet grimmig. Die kant zou het wel eens kunnen opgaan - wanneer drastische maatregelen uitblijven voor de onderklasse die zich van de samenleving zal afkeren. Renate Hunsel: 'Ik wil dat mijn kinderen trots op me kunnen zijn. Voor de weg die ik voor hen probeer te banen.’ Ze slaakt een zucht. 'It’s a hell of a job.’