Nelson Carrilho © AVRO TROS

Nelson Carrilho (Curaçao, 1953) is een prominente Amsterdamse beeldhouwer, misschien het best bekend van het beeld Mama Baranka (1984) in het Vondelpark, waarmee de moord op Kerwin Duinmeijer wordt herdacht, of het grote Dragers van verre (1989) in het Westerpark van dezelfde stad. Robin van Erven Dorens maakte een documentair portret van hem, dat gedreven wordt door hun persoonlijke relatie. In de vriendschappelijke benadering zit veel charme. Carrilho wordt op een ontspannen manier gefilmd bij zijn werk, koutend met passanten in de buurt, op reis naar Curaçao en naar het plaatsje Riace in Calabrië, waar hij in 2022 een beeld zal plaatsen

De film heet niet Nelson Carrilho, beeldhouwer, maar Ik ben een zwarte beeldhouwer. Dat zeg je vandaag de dag niet zomaar. Dat is een titel met belang, die impliceert dat Carrilho’s werk ontstaat uit zijn ‘zwarte’ identiteit, en dus dat zijn productie als werk van een ‘zwarte’ kunstenaar moet worden gezien. Dat eerste is volstrekt duidelijk. Carrilho beeldt graag de zwarte mens uit, en hij hanteert interessante thema’s uit de Caribische cultuur, bijvoorbeeld in de aandacht voor zo’n moederfiguur als die Mama Baranka, ‘moeder rots’ of ‘moeder aarde’. Dat hij gevoel heeft voor de diepte van de geschiedenis, en van zijn eigen geschiedenis, staat ook buiten kijf. Hij is van Curaçao, zijn moeder van Antigua, zijn vader uit Suriname, zijn grootmoeder uit Calcutta. Van Erven Dorens stipt aan dat Carrilho’s overgrootmoeder Elisabeth Moendi uit Calcutta naar Suriname kwam, daar trouwde met een Arowak-indiaan, en met hem vervolgens naar de Wereldtentoonstelling van 1883 in Amsterdam reisde, om er deel uit te maken van een ‘levende’ koloniale tentoonstelling.

Daarmee is nog niet gezegd of Carrilho dan ook ‘zwarte’ kunst maakt, wat ik maar even kort door de bocht interpreteer als antikoloniaal, niet-wit, niet gebonden aan de Europese canon van artistieke definities. Dat is lastiger te beoordelen. Carrilho is opgeleid aan de academie van Utrecht in een herkenbare traditie en ouderwets vakmanschap. Zijn beeldtaal en zijn toucher in was en klei zijn sterk vergelijkbaar met (bijvoorbeeld) het werk van Arthur Spronken of Hans Bayens. Hij toont zich betrokken, maar bepaald niet als activist. Aan zijn lijf geen woke polonaise: hij is eerder terughoudend, bespiegelend, melancholiek en introvert. Hij maakte dat beeld voor Kerwin Duinmeijer indertijd al niet ‘om gevangenschap te vieren’, maar om hoger en verder te kijken. Carrilho’s ontwerp voor een slavernijmonument in Hyde Park, Londen, is ook verre van expliciet-actueel: twee zeven meter hoge figuren, man en vrouw, kalm en waardig, ‘met een vuur dat zich uit in de huid’. ‘De tijd van kettingen is voorbij’, zegt een vriendin, ‘het is tijd voor “het mentale’’.’

Het was duidelijk niet de bedoeling van de documentairemaker om Carrilho als kunstenaar te plaatsen binnen het inmiddels behoorlijk vinnige discours over ‘zwarte kunst’ en ‘(post)koloniale kunst’. Je ziet vooral een leuke, interessante, hoffelijke man, die voortreffelijk werk maakt en daarbij ook nog danst: op Curaçao zien we hem opgaan in een gemaskerde rite van eigen makelij. Elke beweging is immers een beeld, zegt hij, en elk beeld een dans.

Nelson Carrilho – Ik ben een zwarte beeldhouwer. 24 maart om 23.00 uur bij Close Up van AVROTROS, NPO 2, en daarna terug te kijken