Zwarte dood in Venetië

Rome – Harry Mulisch mocht er zijn 83ste (en laatste) verjaardag niet meer vieren in 2010. Ineens was het wereldberoemde Grand Hôtel des Bains op het Lido, waar Thomas Mann De dood in Venetië schreef, gesloten.

Mulisch, die er al twintig jaar iedere zomer trouw drie weken verbleef op kamer 216 (die van Thomas Mann) was diep bedroefd. ‘We kregen een mailtje waarin het ons werd meegedeeld. Het personeel, dat we goed kennen, heeft kennelijk een zwijgplicht opgelegd gekregen. Men wil er niet over praten. Maar vrolijk zijn ze er niet over’, aldus de schrijver in de zomer van 2010, drie maanden voor zijn overlijden.

Dat was het laatste officiële nieuws over een van de mooiste en beroemdste Europese hotels. Het hotel waar Manns alter ego Gustav von Aschenbach zijn engel des doods in de vorm van de onaards mooie Poolse jongen Tadzio ontmoet. Thomas Mann schreef de beroemde novelle in 1912, in 1971 verfilmde Luchino Visconti het verhaal op locatie met een onvergetelijke Dirk Bogarde. Op de hartverscheurende muziek van Mahlers Vijfde symfonie schrijdt Tadzio Von Aschenbach voort naar de dood, door het spiegelgladde oppervlak van de Adriatische zee.

Hoogtepunten van de Europese cultuur waar de Calabrese ‘projectontwikkelaar’ Antonio De Martino waarschijnlijk nooit kennis van heeft genomen. De garagehouder uit het verre Lamezia Terme (het vliegveld van Calabrië), blijkt volgens een onderzoek van het Openbaar Ministerie van Venetië de dekmantel voor een van de talloze witwasoperaties van de ’ndrangheta, de zeer succesvolle Calabrese tak van de Italiaanse maffia. Onder de vage naam ElleDue (‘Twee L’en’) was het ‘project Des Bains’ al vijf jaar dichtgespijkerd om er ‘een luxueus appartementencomplex’ van te maken. Wat er gebeurde achter de gevoelloze schotten die Des Bains aan het oog onttrokken wist niemand. Talloze Europese cultuurminnaars kwamen diep teleurgesteld terug van een tripje Lido. Het bedevaartsoord van Thomas Mann was gesloten en uitleg was overbodig.

Nu is uitleg is heel vaak overbodig, in Italië. Hoe het bijvoorbeeld kan dat zo’n plek in handen van overduidelijk malafide figuren kan vallen. Of hoe het bijvoorbeeld kan dat de verzamelde takken van de maffia (Sicilië, Calabrië, Napels) nog altijd de meest succesvolle onderneming van het land is, met een jaaromzet van een geschatte 150 miljard (zwarte) euro. Een bedrag waar het als vanouds haperende Italiaanse bnp alleen van kan dromen.