De grote, moedige satiricus Vladimir Vojnovitsj

Zwarte gal en somberte

Monumentale propaganda, de nieuwe roman van Vladimir Vojnovitsj, vertelt niet alleen de geschiedenissen van een aantal personages, maar heeft de geschiedenis zelf als onderwerp. De roman begint in 1949 en eindigt in het zeer recente verleden. Naast een grote groep gefingeerde personages speelt een aantal historische figuren een prominente rol. Brezjnev, Jeltsin, Zjoeganov (de huidige leider van de communistische partij) en zelfs Vladimir Poetin komen aan bod of worden sprekend opgevoerd. De leidende figuur is echter niet een mens, maar een gietijzeren standbeeld: het monument voor Josif Dzjoegasjvili, alias Koba, alias Melyants, alias nog een paar aliassen, maar in deze kwaaie wereld vooral bekend als Josif Stalin. Dit standbeeld wordt door de inspanningen van de ideologische helleveeg Aglaja Revkina opgericht in Dolgov, de denkbeeldige archetypische Russische provinciestad die vaker figureert in de romans van Vojnovitsj. Aglaja is een morele scherpslijper die onvoorwaardelijk gelooft in de genialiteit en onfeilbaarheid van «haar» Stalin. Ze twijfelt nooit aan de noodzaak van de massale deportaties en doet enthousiast mee aan de showprocessen. Meesterlijk wordt beschreven hoe ze het eerste en laatste orgasme van haar leven krijgt als ze de bewonderde dictator een keer in levende lijve ontwaart.

De druiven zijn zeer zuur voor Revkina als na de dood van de dictator de destalinisatie inzet en de nagedachtenis van haar held massaal wordt besmeurd. Het standbeeld wordt op een goed moment zelfs van zijn sokkel gehaald en weggesleurd om te worden vernietigd. De onthutste Revkina weet het beeld ternauwernood te redden van de ondergang en slaagt erin met behulp van flink wat steekpenningen het standbeeld naar haar zeer grote eliteappartement te vervoeren. Midden in haar woonkamer vindt het beeld onderdak. Rondom deze gebeurtenis komt een heel circus van personages tot leven die één voor één te maken krijgen met de ideologische wende die de Sovjet-Unie in die dagen doormaakt.

In een aaneenschakeling van hilarische voorvallen beschimpt Vojnovitsj de hypocrisie en de leugenachtigheid van de sovjetmaatschappij. Hij doet dat met de van hem bekende combinatie van milde humor en felle, soms vileine steken onder water. Zoals altijd bestaat zijn handelsmerk uit een mengeling van scherpe satirische kritiek op het maatschappelijk systeem met een milde kijk op de mens. Zijn sympathie en begrip voor de menselijke zwakheid hebben zijn boeken altijd uitgetild boven de eenduidige politieke satire. Vojnovitsj draagt een klassiek humanistisch ideaal uit waarin de mens ondanks al zijn feilen en tekortkomingen, zijn twijfels en achterdocht, zijn leugens en halfslachtigheid een intrinsieke waardigheid heeft die door geen enkel gebrek volledig teniet kan worden gedaan. Hij stelt de menselijke zwakheid tegenover de perfectie van de utopische mens zoals totalitaire systemen die trachten te creëren. De hoogachting van de menselijke zwakheid is, zo voelt Vojnovitsj instinctief aan, het meest elementaire protest tegen de concentratiekampen van de etnische en ideologische zuiveraars.

Dit is het leidende ideologische beginsel achter de twee romans rond de sullige soldaat Ivan Tsjonkin waarmee Vladimir Vojnovitsj wereldfaam verwierf. Ook in Monumentale propaganda volgt hij in beginsel deze aanpak. Maar dan, na ongeveer tweehonderd bladzijden, gebeurt er iets vreemds. Langzaam verandert de sfeer en begint er een aanzwellende, voortwoekerende bitterheid en somberheid door de pagina’s te sluipen. Zeer overtuigend wordt beschreven hoe onder de regering van Brezjnev (die een paar keer live optreedt in het boek) de ideologische driften van zeloten als Aglaja Revkina uitdoven en een obligaat cynisme en nihilisme hun intrede doen in de sovjetmaatschappij.

Het is moeilijk aan te wijzen op welk moment in het boek die cesuur precies intreedt, maar een belangrijke rol daarin speelt zeker de oorlog in Afghanistan, of vooral de terugkeer van de honderdduizenden lichamelijk en geestelijk verminkte soldaten. In de flat in Dolgov waar het gigantische standbeeld van Stalin nog steeds clandestien onderdak vindt in het appartement van Revkina (de symboliek is overduidelijk) komt een afschuwelijk verminkte oorlogsveteraan te wonen. Deze voormalige soldaat, zonder benen, met één arm en een half weggeslagen hoofd, zweert wraak te nemen op de sovjetmaatschappij en begint met hulp van zijn grootmoeder een laboratorium voor de vervaardiging van explosieven. Wanneer het communisme valt en de Sovjet-Unie wordt ontbonden, wordt hij hofleverancier voor de nieuwe elite van maffiose zakenlieden die zijn maaksels gebruiken voor hun meedogenloze oorlog tegen elkaar en de Russische burgers. Op dat moment in de roman hebben de typische mildheid en warmte van Vojnovitsj reeds lang plaatsgemaakt voor de sfeertekening van nietsontziende bruutheid en onmenselijkheid.

Monumentale propaganda is zeker niet de eerste zwartgallige of sombere roman over het moderne leven in Rusland. Maar de ongelooflijke kracht van dit boek schuilt in het feit dat de lezer zo langzaam en eigenlijk volkomen onverwacht in de gloed van pessimisme en zwart galligheid wordt getrokken. Eerst zet Vojnovitsj al zijn verhalende gaven in om zijn publiek mee te slepen in zijn wervelende fantasie, om vervolgens geleidelijk, maar steeds krachtiger, de hamer van zijn somberheid op hen te doen neerkomen. Maar weinig schrijvers zijn in staat om zo ver in hun roman zo’n overtuigende en goed voorbereide val te zetten voor hun lezers.

Een belangrijke bijrol in de roman is weggelegd voor het verschijnsel van de «dissident». Dissidenten kwamen in Rusland onder Stalin niet voor. Niet-volgzame schrijvers werden simpelweg als misdadigers vermoord. De volgzame schrijvers overigens bij tijd en wijle ook. Typisch voor de periode na Stalin is dat opstandige intellectuelen niet meer van het leven werden beroofd, maar publiekelijk als «dissidenten» werden gebrandmerkt en getreiterd. Op allerlei manieren werd hen het leven zuur gemaakt. Er werden lastercampagnes tegen ze opgezet in de media, ze werden opgesloten in psychiatrische inrichtingen, en hun privileges werden hen ontnomen. De laatste en hevigste strafmaatregel was verbanning: dit was het lot van onder anderen Solzjenitsyn, Brodsky, Amalrik en ook van Vojnovitsj zelf, die als een van de laatste grote dissidenten in 1980 nog werd gedwongen de Sovjet-Unie te verlaten. Kort daarna trad met de figuur van Gorbatsjov de détente in die eindigde met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

Vojnovitsj’ satirische pen spaart de dissidenten niet. Bij hem zijn het niet de helden die westerse propaganda graag van ze maakte. Heel scherp toont hij aan dat wie een criticus is van het ene totalitaire systeem heel goed in de val van andere dictatoriale stelsels kan trappen. Maar het toont zijn grootsheid dat hij zijn hamer het allerhardst op zichzelf laat neerkomen. Van alle grote dissidente schrijvers was Vojnovitsj altijd de meest verlichte en westerse. Anders dan een typische anti-Verlichtingsdenker als Solzjenitsyn verdedigde hij klassieke humanistische waarden als vrijheid, gelijkwaardigheid en de onaantastbaarheid van het individu. Maar wie Monumentale propaganda leest, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat Vojonovitsj diep in zijn verlichte geloof is aangetast. Het moet voor zo’n fervente voorvechter van westerse waarden een zeer bittere pil zijn om tot de conclusie te komen dat de invoering van een markteconomie weinig te maken heeft met de verzekering van vrijheid, vreedzaamheid en rechtvaardigheid voor het arme individu. Toch blijft hij zelfs nu nog koppig vasthouden aan de waarde van zijn humanistische idealen. Maar het westerse voor uitgangsgeloof heeft hij definitief achter zich gelaten.

Op de achterflap noemt een recensent van de New York Times Vojnovitsj «een van de grootste en moedigste moderne satirici». Moedig? Jazeker, misschien wel moediger dan ooit. Maar het is een moed die droevig stemt. Dat ondanks alle bitterheid en zwarte gal Monumentale propaganda zo’n enerverend en meeslepend boek is geworden, dwingt tot grote bewondering.