tot en met 1 september Foam te Amsterdam

Zwarte gaten: Anton Corbijn

Vele jaren geleden maakte Anton Corbijn foto’s van zichzelf, verkleed als beroemdheid - als John Lennon, bijvoorbeeld. Alles daaraan klopte, de kleding, de stijl van de foto, behalve dan dat onder de pruik de boomlange Zuid-Hollander altijd te herkennen was.

Medium alexander mcqueen londen 2007 c anton corbijn

Het leek me een verstandige vorm van onderzoek voor een celebrity-fotograaf, eerst eens te kijken hoe het is als je het zelf bent: wat kun je laten zien? Hoe kom je bij je onderwerp binnen? Hoe geef je de suggestie van de dynamiek van iemands leven en diens innerlijke leefwereld? Sindsdien is Corbijn wereldberoemd geworden, de laatste jaren ook als regisseur van grote speelfilms, Control (2007) en The American (2010). In Foam is een selectie te zien van portretten, in hoofdzaak uit de afgelopen tien jaar. Veel wereldsterren van het niveau Mick Jagger en Anthony Kiedis, maar ook grote beeldende kunstenaars als Anselm Kiefer, Ed Ruscha, Lucian Freud, Gerhard Richter en Chris Ofili. Alle portretten zijn in zwart-wit, grofweg een meter bij een meter. Op het eerste gezicht hanteert Corbijn dezelfde stevige, nieuwsige, intense en ietsje korrelige stijl die hij ooit bij U2 gebruikte, en die zijn roem vestigde; op het tweede gezicht blijken de foto’s ook sterke composities te hebben, een wat meer gestructureerde theatrale setting met, bijvoorbeeld, een herkenbaar kader-in-het-kader. De titel Inwards and Onwards geeft aan dat Corbijn kennelijk op zoek is naar het innerlijk; de introductietekst meldt dat hij geïnteresseerd is ‘in hoe kunstenaars worstelen met het creatieve proces, de pijn en het drama van de scheppingsdaad’.

Naar aanleiding van de presentatie van de gefilmde kunstenaarsportretten van ‘Hollandse Meesters’ stelde Peter Delpeut (in dit blad) de vraag waar zo'n fotograaf, zo'n ‘zielzoekende kunstliefhebber’ wordt toegelaten - in ‘het werkatelier of het pronkatelier’? En wie is er in de interactie tussen de Grote Fotograaf en de Grote Kunstenaar eigenlijk de baas? Bij de muzikanten lijkt Corbijn er tevreden mee om de sculpturale kanten van hun lichaam te laten zien. Hier staat de ene grootheid pal tegenover de andere. Tom Waits, Iggy Pop, Johnny Cash: die hebben zulke meesterlijke koppen, daar kun je weinig aan verknoeien.

Het interessante aan Corbijns kunstenaarsportretten is echter dat hij de persoon van de kunstenaar wil laten zien door diens lichaam te veronachtzamen. Alexander McQueen bedekt zijn gezicht half met de col van zijn trui. Bij Damien Hirst zijn ogen en neus weggeschminkt tot zwarte gaten. Het schilderij van Peter Doig is in focus, de schilder zelf, daarvoor staand, niet. Je zou kunnen denken dat Corbijn daarbij een nederige positie inneemt, je zou ook kunnen denken dat die nederigheid geveinsd is, maar hij lijkt me geen pedante fotograaf. Hij kan alleen een indicatie geven van wat er in die schedels omgaat, vermoeden hoe die ontvankelijkheid voor Het Hogere in elkaar steekt, meer ook niet. Ik moest denken aan een regel van Ida Gerhardt, die haar gefilmde portret door Cherry Duyns (De Wording, 1986) verklaart: Langzaam opent zich het inzicht/ dat geen mensenkind kan weten/ waar de herkomst van het vers ligt. Het meest radicale voorbeeld is Corbijns afbeelding van Gerhard Richter: daarvan zien wij alleen het achterhoofd en iets van de schouders. Hij ziet iets, maar wij weten niet wat het is.

Foto: Alexander McQueen, London 2007 @Anton Corbijn