Film: ‘Us’

Zwarte horror

Waarom bedient veelbelovend Hollywoodregisseur Jordan Peele zich, na Get Out nu ook met Us, uitgerekend van het horrorgenre?

Winston Duke, Lupita Nyong’o, Shahadi Wright Joseph en Evan Alex als de Wilson-familie in de film ‘Us’ © Universal Pictures International

Aan het begin van ‘Us’, de stijlvolle nieuwe horrorfilm van Jordan Peele en tevens de horrorfilm met de succesvolste bioscoopstart aller tijden, zit een gesprek dat zowel achteloos als veelzeggend is. Het is niet het soort scène dat mensen achteraf uitgebreid zullen evalueren – er gebeurt vrijwel niets, een vierkoppig gezin zit in de auto en gaat op vakantie, meer niet. Dreiging is er nog nauwelijks en de achtervolgingen komen pas later, evenals de gevechten, de schrikmomenten, het bloed. Nu is er slechts dat gezin dat richting het strand rijdt, en een van de twee kinderen, de jongste, gebruikt uit het niets het woord ‘anuses’. Om hem heen: verbazing. Verontwaardiging. Waar kent hij dat scheldwoord van? Vader Gabe Wilson – een gezette dertiger, hippe bril, tanktop aan en vol verlangen naar rust die hij maar niet vindt – is duidelijk: zulke woorden mogen hier niet zomaar worden gebruikt, hell no. Meteen daarop zet hij muziek op, het klassieke rapnummer I Got 5 On It, met een overbekend thema en een refrein dat zich meteen in je hoofd nestelt. Hij stimuleert iedereen mee te neuriën en zingen. Zijn dochter vraagt: maar pap, gaat dit nummer niet over drugsdealen? Nou en, is de reactie. Het klinkt lekker. En zo zit het jongetje dat geen ‘anuses’ mocht zeggen prompt zijn hoofd mee te bewegen op een van de bekendste anthems over het verkopen van harddrugs.

Hoewel zijn oeuvre nog bescheiden is, kun je zo’n scène al gerust een handelsmerk van regisseur Jordan Peele (1979, New York) noemen: bijna onopvallend, ingebed in satire en een zeer ongewoon verhaal kan de regisseur in de meest serieuze onderwerpen poeren – in dit geval selectieve verontwaardiging en hypocrisie. Ook onder zwarten zelf, voor de goede orde: in Peele’s beide horrorfilms zijn de slachtoffers weliswaar zwart, maar hij maakt zijn personages geen zwelgende lijdend voorwerpen. In Us zijn de daders zelf bovendien zwart: het gezin wordt uiteindelijk, eenmaal teruggetrokken in hun vakantiehuisje, opgejaagd door in rode overalls gehulde dubbelgangers van… henzelf; vier opgefokte en gewelddadige verschijningen met precies hetzelfde uiterlijk als hun slachtoffers.

Het gevolg is dat de voortreffelijke cast, onder aanvoering van een bezielde Lupita Nyong’o (de moeder) en Winston Duke (de vader), zich overtuigend kan uitleven in dubbelrollen, en dat zich een bloeddorstig verhaal ontvouwt waar je gemakkelijk een allegorie in kunt ontdekken: over hoe mensen elkaar buitensluiten bijvoorbeeld, over systematische ongelijkheid, over de aard van goed en kwaad, over hoe iedereen verschillende karakters in zich draagt en nooit zomaar enkel slachtoffer of enkel dader is. Wanneer een van de dubbelgangers wordt gevraagd wat diegene in hemelsnaam is, zo gewelddadig, zo plotseling aanwezig, luidt Lupita Nyong’o’s onheilspellende en grommend uitgesproken antwoord: ‘We are Americans.’

Toch worden zulke duidingen of verwijzingen naar de moderne maatschappij nergens al te dominant – een van Peele’s grootste talenten is de volstrekt natuurlijke wijze waarop hij lichtheid en ernst vermengt, zoals in die kleine autoscène, zoals in talloze andere scènes uit Us. Het nummer I Got 5 On It duikt later in de film nog enkele malen op, telkens resoneert dat gesprek van eerder mee – maar het is belangrijk om te midden van al het halve en hele engagement niet te vergeten dat Us ook, eigenlijk vooral, gewoon een goed gemaakte, onvervalste horrorfilm is. Net zoals Peele’s vorige film, het weergaloze en bekroonde Get Out (2017): dit verhaal over een keurige zwarte jongen (Daniel Kaluuya) die bij zijn witte schoonfamilie op bezoek gaat en daar geleidelijk in een geweldsorgie belandt, was sterk en gelaagd, maar het was in de eerste plaats goed gemaakte horror waar niet al te ingewikkeld over gedaan hóeft te worden.

Interessanter dan de vraag wat er precies met welke scène wordt bedoeld, waar alles precies voor staat, is de vraag waarom Peele, een van de veelbelovendste regisseurs in Hollywood, zich uitgerekend van dit genre bedient, dat toch zelden echt hoog wordt aangeschreven en bij het grote publiek vooral bekend staat als spannende popcornpulp leunend op suspense en bovenal schrik. Hoe is hij daarbij terechtgekomen, nadat hij toch jaren komische televisiesketches maakte? Hebben horror en (raciaal) engagement eigenlijk iets met elkaar te maken?

Wie het oude werk van Jordan Peele herziet, de sketches die hij jarenlang maakte voor hij zich toelegde op het maken en schrijven van speelfilms, moet twee dingen concluderen: zoveel verschillen zijn vaak parodiërende en kleinschalige filmpjes helemaal niet van zijn latere werk. En: in de loop van de jaren is hij significant beter geworden, scherper, eigenzinniger. Toen Peele ruim vijftien jaar terug begon bij de Amerikaanse sketch-serie MADtv was hij een tamelijk bleue acteur en nog beginnende tekstschrijver. Zijn sketches stuiterden heen en weer van melig naar plat naar scherpzinnig, maar Peele kon – hoewel hij in 2008 een Emmy-nominatie kreeg voor zijn parodiërende clip op rapper 50 Cent – lang niet al zijn ideeën op deze manier kwijt; MADtv bleef al met al nogal genregebonden en gevaarloos.

In de loopbaan van Peele zal het programma hoofdzakelijk herinnerd worden door wat de show hem concreet opleverde: zijn nauwe band met collega-acteur Keegan-Michael Key. Ze hadden allebei een welvarende jeugd gehad en waren beiden het kind van een zwarte vader en witte moeder. En allebei koesterden ze het verlangen om in volledige vrijheid de maatschappij op de hak te nemen, vooroordelen over ras en Amerika scherp te stellen, de verhouding tussen wit en zwart te bevragen zonder, en dit was voor Peele toen al cruciaal, in een eenzijdige slachtofferrol te vervallen.

De slachtoffers zijn in beide films weliswaar zwart, het zijn geen zwelgende lijdend voorwerpen

In de jarenlang uitgezonden Comedy Central-serie Key & Peele is hun groei duidelijk te zien. De twee acteurs en tekstschrijvers gaan steeds onbeschroomder te werk en leggen zich, vaak met een kwinkslag, toe op wat er maatschappelijk borrelt. Een populaire sketch toont een zwarte invaldocent die op overdreven wijze de namen van zijn witte leerlingen uitspreekt – een snedig commentaar op de omgekeerde tendens van witten om namen van zwarten met grote nadruk uit te spreken. Een andere sketch toont een zwarte man die een hoodie draagt terwijl hij door een witte buurt loopt. Verder gebeurt er niets, maar het geheel is vormgegeven als horrorscène. Een lachwekkende hyperbool natuurlijk, maar tegelijkertijd sláát het wel ergens op, want wordt er in veel welgestelde buurten inderdaad niet zo rondgekeken, staat deze sketch werkelijk zo ver af van de waarheid?

Zo bezien zijn Peele’s films helemaal geen grote stijlbreuk met wat hij ervoor deed, eigenlijk is hij de afgelopen jaren op dezelfde voet verder gegaan. Fraaie vormgeving, sociale satire vermengd met vervreemdend komische taferelen én tegelijk ernst. Bij Us wordt de huiselijkheid van het gezin met korte scènes, zoals in de auto, effectief vormgegeven: haast en passant gáát het ook nog ergens over. Bij Get Out beland je na een effectief traag begin, inclusief allerhande sociale stroefheid, plots in een horrorsituatie waarbij de elitaire schoonfamilie uit moorddadige figuren blijkt te bestaan. En waarbij je onvermijdelijk moet meeleven met het zwarte hoofdpersonage.

Precies daar, om dat meeleven met eindelijk eens een zwarte blik, draaide het om voor Peele, zo onderstreept hij in het onlangs verschenen Horror Noire – een bijzonder boeiende, kleinschalig uitgebrachte documentaire waarin de relatie tussen horror en Afro-Amerikaanse geschiedenis wordt onderzocht aan de hand van archiefbeelden, een eeuw omspannende verzameling filmflarden en reeksen interviews. Get Out komt in de documentaire naar voren als een voorlopig summum van Afro-Amerikaanse horror, zelfs als de eerste horrorfilm ooit waarin geen wit personage zit dat goed of betrouwbaar is. Toeval? Welnee. Peele bekent in de docu eerlijk wat hij ambieerde: het moet eens niet draaien om een witte held en er moest ook geen witte redder verschijnen, ook al drongen kijkers daar herhaaldelijk op aan. Net als in zijn sketches wilde hij de geijkte rolpatronen en verwachtingen omkeren: het moest en zou gaan om zijn zwarte hoofdpersoon, met hém moesten we meeleven, punt.

De vraag blijft: waarom dan horror en geen sociaal drama, waarom volgt Peele niet het door hem beproefde recept van de satire? Op die vraag biedt Horror Noire een inzichtelijk antwoord. ‘Black history is black horror’, zo vat wetenschapper en romancier Tananarive Due de kern samen. De documentaire gaat vervolgens vooral om blaxploitation (oude exploitatiefilms met en voor zwarten) en om de getroebleerde, pijnlijke geschiedenis van Afro-Amerikanen. Anders gezegd: zwarten in Amerika groeien, hoe je het ook wendt of keert, op in een klimaat van onderdrukking, segregatie, geweld, angst. Zeker wanneer het genre ‘horror’ in de jaren vijftig opkomt. Het gevolg is dat horror voor de meeste witte bioscoopbezoekers uitgroeit tot een tamelijk escapistisch genre, vermaak dat losstaat van de werkelijkheid, terwijl het voor veel zwarten samenvalt met de basale, permanente dreiging van de buitenwereld.

En dan speelt er nog iets anders belangrijks. Zwarten mogen in horrorfilms nauwelijks meedoen; al decennialang worden ze hooguit ingezet als gedienstige butler, gewelddadige drugsverslaafde of semi-lollige en vaak stervende sidekick, maar meestal blijven ze helemaal afwezig. Om het allemaal nog pijnlijker te maken: de vaak buitenaardse monsterverschijningen hebben regelmatig stemmen of uiterlijke kenmerken van zwarten overgenomen, slang uit getto’s, een specifiek accent.

Peele wilde dit subdomein opschudden. Eerst door sociaal, rasgerelateerd ongemak centraal te stellen en daaromheen een strakke filmwereld te weven. In zekere zin kun je Us beschouwen als een vervolgstap van zijn voorganger. Ditmaal leven we mee met een zwart gezin zonder dat dit gethematiseerd wordt. Maakt dat Us dan minder politiek dan Get Out, minder gelaagd, minder beladen? Of leven we in politiek zo beladen tijden dat een succesvol Hollywoodverhaal rond een zwart gezin vanzelf politiek wordt? Op die vragen geeft Peele geen expliciet antwoord. Gelukkig maar, want zijn talent zit ’m er juist in om zonder commentaar kleine sociale interacties in te zetten en te thematiseren.

Het roept een scène uit het begin van Get Out in herinnering. Voor ze op bezoek gaan bij haar ouders en voor er sprake is van enig geweld of zelfs maar dreiging vraagt Daniel Kaluuya aan zijn vriendin: ‘Do they know I’m black?’ Zijn vriendin kijkt hem een paar seconden aan. ‘No’, zegt ze dan. ‘Should they?’


Us is nu te zien in de bioscoop