KUNST

Zwarte Kat

De Appel

De heropening van het Amsterdamse kunstcentrum De Appel in een voormalige jongensschool in de Pijp werd opvallend druk bezocht. Duizend mensen op één avond, een rij ‘round the block’, zouden ze in New York zeggen. De aanwezige wethouder sprak haar grote tevredenheid uit over de beëindiging van de impasse waarin De Appel verkeerd had. De instelling raakte dakloos, er was hardnekkig gedoe over de nieuwe huisvesting aan de Prins Hendrikkade, en dat leidde tot een verlies aan aanwezigheid in de stad, en dus aan relevantie. Dat klonk bekend. Veel bezoekers wisten toen al dat diezelfde wethouder zodanig de balen heeft van het uitstel van de oplevering van het Stedelijk Museum dat zij ook daar een spoedige, tijdelijke heropening van het oude deel van het gebouw zal gaan forceren.
De Appel presenteert een tentoonstelling die er zijn mag, gelukkig. Een mooie titel: For the Blind Man in the Dark Room Looking for the Black Cat That Isn’t There, met een interessante curator, Anthony Huberman van het CAM Saint Louis, en een intrigerend lijstje kunstenaars, van Marcel Broodthaers en Matt Mullican tot Falke Pisano en Fischli & Weiss. In het schoolgebouw zijn weinig echte aanpassingen gedaan, maar voor een tentoonstelling als deze is het heel bruikbaar. De grote kasten in de klaslokalen voor boeken en schriften zijn handig ingezet als videocabines. De titel is ontleend aan Darwin, die met zijn epigram kritiek leverde op het onvermogen van de wiskundige om de fysieke wereld in niet-speculatieve, concrete termen te beschrijven - in tegenstelling tot de bioloog, die al verzamelend en catalogiserend wel een heel eind komt. Volgens Huberman kunnen kunstenaars omgaan met dat onvermogen, en de tentoonstelling toont dus werk dat een onderzoekende houding demonstreert, dat raadt en suggereert, en 'een pleidooi voor nieuwsgierigheid’ zou moeten zijn. Gebrek aan duiding en context kan behoorlijk irritant zijn - lag het aan mij, of ontbraken op de muren met opzet de nummers, die naar maker en titel verwezen? - maar daarop volgt de realisatie dat het tegenwoordig juist zo heel erg gangbaar is de bezoeker met lappen tekst op de muur en dikke catalogi in de tas te overdonderen met informatie.
Op zoek dus, naar die zwarte kat, die er waarschijnlijk niet is. Huberman heeft een paar leuke keuzes gedaan. Bepaald verrassend is de aanwezigheid van Coal and Lace Trolley van Ger van Elk, uit 1969 (!), een verrijdbaar beeldhouwwerkje bestaande uit vitrage en een hoop steenkool. Het is een mooie ouwe ready made, zo'n geestig, beetje baldadig werkje waarvan je de anarchistische lading in dat maakjaar goed kunt navoelen maar dat nog heel sterk voor de dag komt. Ook zo aardig zijn de dia’s van Bruno Munari (1907-1998), Seeking Comfort in an Uncomfortable Armchair, uit 1950, die mij aan Tati en Keaton deden denken. Echt bizar is de film The Right Way (1983), van Fischli en Weiss: de heren begeven zich, onhandig verkleed als muis en beer, door de wijde natuur. Zij zwemmen in een grot, belanden in een snelstromende rivier, klampen zich vast aan een boomstronk, ondertussen ouwehoerend over liefde, ethiek et cetera. 'Het is een uitdaging te kijken of er logica zit in deze schijnbaar chaotische beeldwereld’, schrijft Huberman (over Mullican), en dat is het. Er is geen antwoord, maar het is al heel wat dat dat soort uitdagingen weer gesteld worden.

For the Blind Man in the Dark Room Looking for the Black Cat That Isn’t There, De Appel Jongensschool, 1e Jacob van Campenstraat 59, Amsterdam, t/m 28 maart