Zwarte kracht

De Nation of Islam van Louis Farrakhan heeft ook in Nederland haar profeet. Gelukkig is de leer van Mohammad Karim aangepast aan het mildere Hollandse klimaat. Hoewel? ‘In Soedan ontdekte ik dat het voornamelijk joden waren die de slaven uit Afrika hebben gehaald.’
IN DE BIJTENDE winterkou schuifelt een zwarte man over een zebrapad in Amsterdam-Oost. Terwijl hij in zijn zakken blijft zoeken naar iets wat er kennelijk niet meer is, mompelt hij wat onverstaanbaars. ‘Yo sergeant! Broeder!’ hoort hij opeens achter zich. Argwanend rollen zijn ogen richting de kleine, kaarsrechte gestalte die hem met vastberaden tred nadert. Na een kort praatje in het Sranantongo stopt de gestalte hem een cassettebandje in de handen en loopt verder. Iets meer rechtop dan voorheen blijft de man op het zebrapad staan, verbouwereerd naar het bandje grijnzend.

‘Professor’ Mohammad Karim (47), leider van de Dutch Nation of Islam, is een charismatische figuur. Gekleed in een lange wollen jas en met een zwarte fez op zijn hoofd doorkruist hij iedere dag de hoofdstad als een baken van zwart zelfbewustzijn. Omringd door een aantal forsgebouwde 'adviseurs’ spreekt hij van Betondorp tot Zeedijk op straat mensen aan en loopt hij Surinaamse cafes, coffeeshops en eethuisjes binnen. De boodschap is overal hetzelfde: 'We zijn van de Nation. We zijn ons aan het organiseren: de tijd van lijdzaamheid is voorbij. Luister naar deze band van Farrakhan en je zult begrijpen wat ik bedoel.’
Karims hoofdkwartier bevindt zich in het Surinaamse jongerencentrum Prefoeroe (Durf) in de Staatsliedenbuurt. Terwijl enkele medewerkers druk bezig zijn met kopieren en telefoneren schalt de hypnotiserende stem van Louis Farrakhan door de ruimte. 'Brothers and sisters! Your excuses are ended. The time has come for the black man to r-i-i-i-i-ise… rise up! Rise up!!’ Extatisch juichen honderdduizenden Afro-Amerikanen hun leider toe tijdens de Million Man March van twee maanden geleden in Washington.
'Dat is wat ik bedoel’, zegt Karim terwijl hij het bandje afzet. 'Die power waardoor je denkt: I am proud of my colour. Louis geeft die mensen de kracht terug om het hoofd hoog te houden en te kiezen voor het goede. Wat je ook van Farrakhan kan zeggen, die kracht neem je hem niet af.’
BEHALVE ZWARTE kracht zaait Louis Farrakhan met zijn Nation of Islam angst en verdeeldheid in Amerika. Farrakhan gelooft dat de pigmentstof melanine zich ook in de hersenen van zwarten bevindt. Dit maakt hen 'in fysiek, geestelijk en spiritueel opzicht’ superieur aan de blanken. Volgens zijn leer zijn niet de joden maar de negers 'uitverkoren’ om de wereld te regeren. Dit wordt tegengewerkt door een joods komplot, dat al zesduizend jaar probeert om het negervolk met behulp van de 'witte duivels’ uit te roeien. Volgens Farrakhan gebeurt dit momenteel door op grote schaal wapens en crack te verspreiden in de getto’s. Het doel is om de zwarte bevolking zichzelf te laten uitroeien.
De zwarten kunnen dit komplot ondergraven door de zeer strikte en sobere leefregels van de Nation of Islam na te leven. Gokken en het gebruik van alle drugs zijn verboden. Frivoliteiten zoals het bezoeken van bioscopen en sportwedstrijden dienen te worden vermeden. Verder dient een Black Muslim er altijd onberispelijk en zelfverzekerd uit te zien. Bovenaan de eisenlijst staat een monogaam en harmonieus huwelijksleven. Alleen door gedisciplineerde zelfverheffing en door vervolgens een eigen staat binnen Amerika te stichten, kunnen zwarten zich bevrijden van 'the white mans yoke’.
In de ogen van de blanke pers is Louis Farrakhan een gevaarlijke extremist die er op uit is het land te verscheuren. Dit beeld versterkt hij zelf nog verder door regelmatig dubieuze uitspraken te doen over homoseksuelen ('geperverteerden’), vrouwen ('goed om voor de kinderen zorgen’) en Adolf Hitler ('een groot man’). Zijn aanhang van ongeveer honderdduizend leden en vele miljoenen sympathisanten let minder op deze uitspraken. Meer waarde hechten zij aan het groeiende zelfbewustzijn in de zwarte getto’s waar de Nation of Islam zijn leden werft. Daarbij wijzen ze erop dat de tweedeling in de Amerikaanse samenleving al lang een feit is. Tweeeneenhalf keer zoveel zwarten als blanken zijn werkloos. Zwarten leven drie maal zo vaak onder de armoedegrens en zitten vier keer zo vaak in de gevangenis. Zwarten lopen negen maal zo veel kans om vermoord te worden als blanken. Er zitten meer zwarte jongeren in de gevangenis dan op school. Een derde van de zwarte twintigers zit in de cel of volgt een reclasseringsprogramma. Veel van de met bitterheid en haat gevulde retoriek van de Nation of Islam kan hieruit worden verklaard.
De blanke pers wil wel eens vergeten dat het grootste gedeelte van Farrakhans speeches bestaat uit de telkens herhaalde oproep aan jonge zwarte mannen om te stoppen met drugsgebruik, op te houden met elkaar te vermoorden en te proberen een opleiding af te maken. Ook is de Nation of Islam een van de zeer weinige organisaties die de getto’s durft binnen te gaan om daar hulpgoederen uit te delen.
Mohammad Karim heeft een simpele verklaring voor de angst die Farrakhan oproept. 'Alles wat voor de zwarte man positief is, is voor de blanke negatief. Een neger die zijn rechtmatige plaats opeist in de samenleving waarin hij is geboren, daarvan schijt de witte man in zijn broek. Veel liever pakken ze ons zelfrespect af door ons dom, werkloos en onderling verdeeld te houden. Het beste recept hiervoor is het getto. Lees maar in de krant: het nieuws dat daarvandaan komt gaat alleen over verloedering, drugshandel en moordpartijen. Als zoethoudertje richten ze dan weer een commissie op, die ons zogenaamd gaat helpen. De tijd is gekomen dat we onszelf gaan helpen. Wat hebben we aan al die halfzachte methadon, pinpasjes en omschoolcursussen? Wij zijn geen Nederlanders, wij zijn tropische mensen. Om ons zelfrespect te herwinnen, moeten we terug naar onze roots. Daarom gaan we zelf zwarte scholen, bibliotheken, theaters en radio-stations bouwen. Na de jaren van duisternis kom ik het licht brengen in de mens. Allah zal mij daarin steunen.’
VANAF HET moment dat Karims Dutch Nation of Islam naar aanleiding van Farrakhans mars ontdekt werd, is ze ook door de Nederlandse pers niet bepaald warm onthaald. Het NRC Handelsblad koos voor haar reportage het 'islamitisch fundamentalisme en antisemitische retoriek’ als invalshoek. Pieter Jan Hagens sloot zijn suggestief gemonteerde televisieinterview met Karim af met: 'Ik ben bang van die man.’ Een snerend artikel in de Volkskrant beschreef hem als een 'bekeerde junk-met-strafblad’. NCRV’s Hier en nu was nog het mildst door Karim af te schilderen als een verwarde maar goedbedoelende dagdromer.
Karim voelt zich misbruikt door de pers. 'Ze waren alleen maar uit op een sensationeel verhaal. Op slinkse wijze ontlokken ze je uitspraken die ze gebruiken om angst mee te zaaien. Men denkt dat ik sinds die mars van Farrakhan opeens uit de lucht ben komen vallen, terwijl ik al meer dan twintig jaar bezig ben met het organiseren van mijn volk. Daarnaast schamen ze zich niet om leugens te verspreiden. Laten ze zich eerst eens in een persoon verdiepen, voordat ze hem publiekelijk aan de schandpaal zetten.’
GEBOREN ONDER de 'koloniale naam’ Henrie Fernand werd Mohammad Karim in Suriname door blanke paters en zusters opgevoed. Dat werd de voedingsbodem voor zijn intense afkeer van het christendom. Karim: 'De wijn die ik ze als misdienaar moest brengen, dat was niet het bloed van Jezus, die was gewoon om dronken van te worden! Ik heb dingen gezien tussen paters en zusters waarvan ik niet eens dacht dat het kon. In die kerk had men een lange stok met een zwarte doek, waar mijn volk zijn spaarcentjes in moest doen. Dat was gewoon de duivel die ons bedroog. Men zei: gij zult niet stelen, maar men heeft de zwarte mensen altijd bestolen. Men zei: gij zult niet doden, maar men heeft ons altijd dood gemaakt.’
Vervolgens zwierf Karim van het ene opvoedingsgesticht naar het andere, totdat hij in 1967 de kans kreeg om naar Nederland te gaan. 'In Suriname leefden de witte mensen als koningen, daar zag je tegen op, die waren intelligent. Ik had dan ook het idee dat Nederland wel een paradijs moest zijn, waar alles mooi en blinkend was. Dan kom je hier en zie je de witte mensen gewoon de vuilnis ophalen. Dat was nogal een schok.’
Hij mislukte op de modevakschool en kwam aan de zelfkant terecht, waar hij door het leven ging als 'Henkie Tof’. Wat hij daar allemaal heeft meegemaakt, weet hij nauwelijks meer: 'Dat heb ik uit mijn lichaam en mijn geest verbannen.’ Wegens schietpartijen en vuurwapenbezit zit hij in twintig jaar tijd tien jaar in de gevangenis. 'Vreemd genoeg schoot ik nooit op vijanden van mezelf, altijd op die van anderen. Ik kan nu eenmaal niet tegen onbillijkheid. Als ik goed ben op iemand en iemand anders is onbillijk tegen diegene, dan flip ik. Die domheid heeft mij al die jaren in de lik gekost.’
Tussen de gevangenisstraffen door bouwde Karim een opmerkelijke c.v. op als welzijnswerker en organisator van festivals. Eind jaren zeventig deed hij in dienst van de Surinaamse organisatie Srefidensie verwoede pogingen om weggelopen jongeren en drugsverslaafden weer op het rechte pad te krijgen. Met zijn onorthodoxe aanpak streek hij echter vele mensen tegen de haren in. Zo organiseerde hij een demonstratie tegen methadonverstrekking ('Onze mensen willen juist afkicken van de drugs’) en placht hij met een groepje aanhangers in battle dress instanties te bezetten en eigen rechter te spelen in drugspanden waar giftige heroine werd verkocht.
Halverwege de jaren tachtig bekeert hij zich tot de islam. 'Als je in de lik zit heb je tijd om te denken, om te lezen. Een moordenaar gaf mij een koran, en toen ik die begon te lezen werd alles duidelijk. Die drang tot reinheid en eerlijkheid, daar herkende ik mijzelf in. Als moslim leef je met strenge wetten die je in het gareel houden.’
Hierna ruilt Karim de kracht van het wapen in voor die van het woord. Eerst organiseert hij een groot aantal Surinaamse festivals, voetbalclubs en miss-verkiezingen. Begin jaren tachtig ontwikkelt hij in overleg met de Nederlandse overheid een remigratieproject om Surinaamse verslaafden in Suriname te laten afkicken. Dit plan verdwijnt echter na de decembermoorden in 1982 in de ijskast. In 1989 is Karim de initiatiefnemer voor het monument ter nagedachtenis aan de ramp met het SLM-vliegtuig waarbij 189 Surinamers om het leven kwamen. Het doel van al zijn werkzaamheden omschrijft hij als het kweken van eenheid binnen de in zijn ogen hopeloos verdeelde Surinaamse gemeenschap.
Karim: 'Wij hebben nooit geleerd om trots te zijn op onze kleur en ons land. Zelfs op de scholen in Suriname onderwezen ze ons niets over onszelf. Wel leerden we alles over de elfstedentocht en dat het lood bij Lobith binnenkomt. Daarom gaat het zo slecht met de integratie in Nederland. Hoe kan je integreren als je niets over jezelf weet maar alles over een ander? Momenteel hebben we zelfs geen eigen Surinaamse organisaties meer. Alles wat er tien jaar geleden nog was: de Mosa, Srefidensie, stichting Anton de Kom, dat is allemaal verdwenen of opgegaan in witte organisaties.
Velen van ons zijn veranderd in bounties - zwart van buiten en wit van binnen, weet je wel -, ongelovige koekies die afgeven op hun oude cultuur. De rest blijft achter in de getto’s waar de problemen net zo erg zijn als tien jaar geleden. Apathisch laat men de werkloosheid, jeugdbendevorming en depressies over zich heen komen. Mijn grootste zorg is dat onze kinderen niet meer dromen. Ze weten bliksems goed dat er voor hen geen toekomst is. Kijk naar onze enige helden: een stelletje voetballers met blanke vrouwen. We willen juist trots zijn op Surinaamse advocaten, doctoren en filosofen.’
Om zijn roots te hervinden, studeerde Karim van 1993 tot begin dit jaar in Soedan 'modern islamisme’. De geschriften van Louis Farrakhan behoorden ook tot het studiemateriaal. Terug in Nederland begon Karim bandjes van Farrakhan te verspreiden en begon hij als 'professor’ drie keer per week spreekuur te houden in zijn woonkamer, waarvan de muren vol hangen met posters van onder meer een zwarte Jezus, Ruud Gullit en Desi Bouterse. Een van zijn kamers is ingericht als gebedsruimte voor de zwarte moslims in Nederland.
Karim is binnen de Surinaamse gemeenschap inmiddels een fel omstreden figuur. Karim: 'Ze weten best dat ik niet alles nabauw wat Farrakhan zegt. Ik haal het goede eruit en veel van dat andere slaat alleen op de Amerikaanse situatie, die veel extremer is. Wij zijn met Farrakhan verbonden, maar dan wel als de Dutch Black Nation of Islam. Hier heerst geen totale oorlog in de getto’s. Hier geven ze ons net genoeg geld om de Telegraaf te lezen, naar RTL4 te kijken en alle afgeprijsde rotzooi in de Dirk van den Broek te kunnen kopen. Daarbij is voor de Nation religie geen doel, maar een middel om wakker te worden en ons zelfrespect te herwinnen. In een uitzichtloos bestaan geeft de islam structuur en houvast.’
Ook richt Karim zich in tegenstelling tot Farrakhan niet alleen op creolen, maar op alle Surinamers. 'In Amerika hebben de zwarten geen eigen natie. Wij wel: Suriname.’ Hij citeert de Indiase soefi-denker Zahur ul Hassan Sharib, waar hij in Soedan ook mee in aanraking kwam: 'Het interesseert me niet wie je bent, wat je hebt, wat je gelooft of hoeveel hoop je hebt. Het enige wat mij interesseert, is wat je wilt worden. Voel je je gelukkig met al het speelgoed dat de wereld je aanreikt of wil je je een betere levenswijze eigen maken. Jij moet beslissen.’ Karim: 'De bounties kunnen niet meer beslissen. Die zijn verloren, al wens ik ze veel succes in hun leven. Mijn hoop ligt in de kinderen van de bounties. Die zijn de toekomst van Suriname.’
NAAST ZIJN simplistische kijk op de samenleving zijn er drie redenen waarom Karim in de toekomst grote problemen gaat krijgen. De eerste is zijn visie op joden. Karim: 'In Soedan ontdekte ik tot mijn verbazing dat het voornamelijk joden waren die de slaven uit Afrika hebben gehaald. Dit feit maakt deel uit van de zwarte geschiedenis. Ben ik een antisemiet als ik het daarover heb? Je bent toch ook niet direct antigermaans als je het over de holocaust hebt?’
Ten tweede flirt Karim, ondanks zijn mystieke afwijzing van 'het speelgoed van het leven’, nog steeds met de oude Henkie Tof in zichzelf. Hij kan het niet laten om er met een schalks lachje op te wijzen dat hij een wapen heeft. 'Dat heb ik nodig voor self-defense, weet je.’ Aan een NRC-journalist liet hij zelfs trots een pistool zien, waarop de politie een inval in zijn woning deed. Als ze iets hadden gevonden, had Karim nu weer in de gevangenis gezeten.
Zijn laatste probleem is dat hij geen enkel media-contact schuwt. De volgende belangstellenden voor Karim zijn Veronica en de Nieuwe Revu. Hoe die zijn verhaal gaan vertellen, is nog maar de vraag. Karim kan er eigenlijk niet mee zitten. 'Ik ben van de Nation of Islam. Ik heb het recht om anders te denken en anders te zijn. Je moet je eigen waarheid blijven volgen, anders zet je jezelf vast. Wel wil ik met iedereen samenwerken. Ik ga een mars organiseren voor iedereen die zich door het blanke systeem geknakt voelt. Marokkanen, Antillianen, boze boeren, werkloze studenten, verslaafden: iedereen kan zich bij mij aansluiten.’
Karim is geen griezelige man. Hij is een dromer. Het liefst zit hij eindeloos te sleutelen aan organisatieschema’s en maquettes van utopische dorpjes in Suriname. Ondertussen oreert hij op inspirerende wijze over de gouden samenleving waarin iedereen zou kunnen leven. Zijn grootste verdienste is dat hij ook andere mensen kan laten dromen van een betere toekomst.
'Wat kunnen we anders dan dromen’, zucht Karim als hij aan het einde van het gesprek een halfopgerookt jointje uit zijn vestzak plukt. 'Als de Nederlandse regering van ons af wil, laten ze dan bij drukker Enschede een miljoen gulden per persoon voor ons persen. Dan kopen we een boot en gaan we met zijn allen naar Suriname om daar het paradijs te stichten. Dan is de struggle niet meer nodig.’