Zwarte krachten

In de Noord-Transvaal schieten sinds het nieuwe Zuid-Afrika de getto’s voor ongewensten als paddestoelen uit de grond. ‘In KwaZulu hebben ze Inkatha, hier hebben we heksen.’ Een reportage over demonen, zwarte magie en andere kwade krachten.
NOORD-TRANSVAAL - Nog steeds is er een derde macht in de Noord-Transvaal. Mensen verdwijnen uit hun dorpjes en hun hutten om nooit meer levend te worden gezien; soms worden hun verminkte lijken teruggevonden in de bosjes. Anderen verdwijnen voor even en komen terug met een lege blik in hun ogen, vol verhalen van angst en terreur. De slachtoffers zijn meestal vooraanstaande leden van de zwarte townships en de dorpsgemeenschappen: schoolmeesters, nette huisvrouwen en hun kinderen, jonge activisten, allen ANC-gezind, want in de Noord-Transvaal is iedereen die weet hoe het hoort, lid van het ANC. Degenen die de terreur bedrijven, zijn dat doorgaans niet: zij beschikken over de steun van kwade krachten die buiten de gemeenschap staan, en ze wonen, als beloning voor hun dienstbaarheid aan die krachten, doorgaans in betere, grotere huizen dan hun buren. ‘In KwaZulu hebben ze Inkatha, hier hebben we heksen’ - over oude tweestrijd en de kansen op verzoening tussen burger en baloi.

HET WOORD VOOR heks in Noord-Sotho is loya (meervoud ‘baloi’). Het wordt uitgesproken als het Engelse lawyer, wat geestig is vanwege de Noordtransvaalse associatie tussen de heks en de impimpi, de Judas die zich heeft verkocht aan blanke wetshandhavers. Maar dat is toeval, giechelen de ANC-vrouwen op het vrouwenbureau van de nieuwe provinciale regering, die bij elkaar zijn gekomen om me over hun ervaringen met heksen te vertellen. Betty, Auntie Maria en Yvonne willen hun achternaam niet noemen, want ze weten best dat het ANC officieel niet in hekserij gelooft, en riskeren een officiële reprimande liever niet. Maar tegelijkertijd zijn ze blij dat in de Northern Province, zoals de Noord-Transvaal in het nieuwe Zuid-Afrika officieel heet, nu hun eigen ANC-mensen aan de macht zijn.
'Want hier geloven we er allemaal in’, verduidelijkt Yvonne, die ontwikkelingsprojecten doet. 'Vroeger, onder de blanken, ging je de gevangenis in als je actie ondernam tegen een heks. Tegenwoordig luisteren de bestuurders naar de communities. Bij klachten wordt er bemiddeld. De heks kan worden weggestuurd uit de gemeenschap.’
Het gaat er tegenwoordig bij de heksenjachten inderdaad geciviliseerder aan toe dan in de tijd van de grote opstanden in de tweede helft van de jaren tachtig. Behalve Auntie Maria, die al wat ouder is, kregen mijn gesprekspartners hun politieke vuurdoop in de Weed out the Witches Campaign die de ANC-jeugdliga in de Noord-Transvaal in 1985 uitriep. 'De witches waren de verraders’, vertelt Betty, toentertijd tieneractiviste. 'Er verdwenen mensen, comrades, van wie we later hoorden dat ze in blanke gevangenissen zaten, of waren doodgemarteld. Hoe wisten de blanken van die comrades? Verantwoordelijk voor hun verdwijning waren de heksen. Of ze nu met demonen of met blanken samenwerkten, hun duivelswerk bleef hetzelfde.’
Ze vertelt, enthousiast, maar nog nahuiverend bij de herinnering, hoe ze samen met andere comrades een keer een heks ving. 'We hielden haar vast en de anderen haalden benzine en een autoband.’ Op dit punt laat Yvonne, mijn vertaalster, het maar bij het Sotho. 'Je wilt toch niet echt dat ik dit vertaal, hè?’ De afschuw op haar gezicht spreekt boekdelen: Yvonne gelooft in hekserij en vindt ook dat de bedrijvers ervan gestraft moeten worden, maar is daarom nog geen barbaar.
Ze heeft veel over het onderwerp nagedacht, vooral over de vraag waarom in de jaren tachtig het verbranden van heksen ineens in de mode kwam. 'Het was vlak na de eerste necklace-moord in Soweto’, herinnert ze zich. 'Toen begonnen de comrades hier plotseling ook aan necklacing te doen. Ik vraag me nog steeds af waarom. Want vóór die tijd werd op een andere manier met heksen omgegaan. Als iemand schuldig werd bevonden aan toverij, het maken van bliksem, of het vergiftigen van iemands koeien, dan moest hij het goedmaken. Er werd onderhandeld. Hij betaalde een stuk vee aan de chief, of moest een “goed” medicijn drinken van een goede inyanga (traditionele dokter). Hij hoefde niet dood. De woede tegen de heksen barstte pas los met de politiek.’
Voordat 'de politiek’ zich vestigde in de Noord-Transvaal berustten de mensen in de dorpsgemeenschappen in hun lot, dat sinds de apartheidsdeportaties van de jaren zestig en zeventig een kwaad lot was geweest. Zonder werk, stedelijke gebieden of zelfs rivieren - want zwarte dorpjes die aan rivieren lagen, werden door de blanke administratie verplaatst, de droogte in - hadden ze gevegeteerd, en waren gestorven zonder het besef wellicht iets tegen hun ellende te kunnen doen.
Dat besef kwam tegelijk met het nieuws uit de rest van het land dat daar de kwade elementen werden aangepakt. 'En bovendien kwamen er in dezelfde tijd ook comrade fighters, van over de grens’, vertelt Yvonne over de commando’s van het ANC-legertje Umkhonto we Sizwe, die vanuit Mozambique en Swaziland begonnen te infiltreren in de Noord-Transvaal. 'Ze logeerden in de dorpen en zeiden dat ze vochten tegen de vijand. Dat gaf ons volk moed. Wij wilden ook meedoen met de struggle.’
ZOALS IN DE stedelijke townships de volkswoede zich richtte tegen eenieder die een impimpi kon zijn - variërend van wie wel eens met een blanke was gezien tot wie zomaar ineens een groot huis of een eigen kruidenierszaak had - zo richtte de agressie (en frustratie) van de onderdrukte communities in de Noord-Transvaal zich tegen diezelfde categorieën, maar nu met het label 'heks’. En zowel in de Noord-Transvaal als in de rest van het land maakte de heksenjacht op volksvijandige elementen vele, meest onschuldige, slachtoffers.
'Het is vaak gewoon jaloezie’, geeft Yvonne toe als ik doorvraag. 'De mensen kunnen het niet zetten als het iemand beter gaat dan de anderen. Daar moet iets achter zitten, denken ze. Dus dan roepen ze “heks”.’ Tegelijkertijd houdt Yvonne vol dat een goede inyanga wel degelijk in staat is om vast te stellen wie een echte heks is en wie niet. 'Daarom hoor je naar de inyanga te gaan voordat je actie onderneemt. En als het een goede inyanga is, zal hij de ware schuldige aanwijzen.’
Yvonne weet van 'wel heel veel heksen’ bij wie, nadat ze door de inyanga aangewezen waren, inderdaad 'kindervingertjes’ werden aangetroffen in de medicijnkast. De literatuur geeft Yvonne daarin gelijk: in het Witchcraft Report dat de provinciale regering in 1996 liet opstellen, komen verslagen en foto’s voor van in muti aangetroffen, in stukken gehakte lichamen, alsmede van een van genitalia en borsten ontdane vermoorde vrouw. De politie in de streek houdt routinegewijs bij elke kinder- of persoonsvermissing rekening met een muti-moord.
'En als je zo iemand vangt’, vraagt Yvonne retorisch en triomfantelijk, 'en je weet dat hij of zij kindertjes vermoord en in stukken gesneden heeft, en hij of zij geeft zelf tegenover de politie toe dat hij dat gedaan heeft voor muti, dan mag je toch zeker wel zeggen dat je zo iemand niet meer in je dorp wil?’
IN 1990, VLAK na de vrijlating van Nelson Mandela, was het bijltjesdag in de Noord-Transvaal. In vele dorpjes en townships kwamen comrades bij elkaar om te beslissen met welke heksen nu eindelijk in vrijheid afgerekend kon worden. 'In een shebeen in Giyani werd een man aangesproken door comrades, die vroegen waarom hij zo sikkeneurig keek. Was hij soms niet blij dat Mandela vrij was? De man antwoordde dat hij niet eens wist wie dat was, Mandela. Hij werd meegenomen naar een meeting, publiekelijk beschuldigd als heks, gestenigd en verbrand’, aldus het Witchcraft Report, dat over 1990 bijna honderd soortgelijke gevallen beschrijft.
Na de golf van 1990 nam het aantal heksenmoorden gestaag af. 'Omdat mensen toen iets anders aan hun hoofd hadden’, is de interpretatie van diegenen in de heksenonderzoekscommissie die zelf niet aan hekserij geloven. De statistieken geven deze droge, meestal blanke of niet-autochtone waarnemers, gelijk: uit cijfers blijkt dat de meeste heksenjachten plaatsvinden in golven, in tijden van crisis of ingrijpende sociale gebeurtenissen.
Na 1990 brak een periode aan van hoop en met nieuwe moed werken aan verandering en ontwikkeling. Een nieuwe golf heksenmoorden volgde pas weer toen de gemoederen verhit raakten rond de verkiezingen in 1994 en de daaropvolgende installatie van nationale en provinciale nieuwe leiders. 'Er is sinds de democratie veel strijd gaande in onze gemeenschap’, verzucht Yvonne. Ze beschrijft hoe sinds de verkiezingen rivaliserende facties in de community met elkaar strijden om banen, posities, aandacht en ontwikkelingsgeld. 'En met vijandschap en jaloezie krijg je weer meer gedoe met heksen.’
De provinciale ANC-regering, die heksenverbrandingen - of men er nu wel of niet in geloofde - niet kon toestaan, besloot in 1996 tot een massale 'opvoedingscampagne’. Politie en lokale ANC-coryfeeën werden erop uitgestuurd om townships en dorpjes ervan te doordringen dat geweld niet mocht en dat je voor een heksenmoord nog steeds in de gevangenis kwam. De lokale bevolking werd een andere optie geboden: het was wel toegestaan om de 'heks’ op een openbare bijeenkomst mee te delen dat zijn of haar aanwezigheid in de gemeenschap niet langer op prijs werd gesteld. Verbanning dus.
Zodoende schieten sinds de aanvang van het nieuwe Zuid-Afrika de nieuwe getto’s voor ongewensten in de Noord-Transvaal als paddestoelen uit de grond. De 'heksendorpen’, gevestigd op droge, verlaten stukken grond in het midden van nergens, zijn trieste echo’s van de geschiedenis van een volk dat in zijn geheel zozeer heeft geleden onder forced removals.
NA EEN autoverziekende rit door een nietszeggend landschap, bereik ik eindelijk St. Helena, ballingendorp aan de rand van het gebied Moletsi. Ik heb toestemming van de chief en de elders van Moletsi - 'meestal gaan de journalisten op eigen houtje naar St. Helena om te schrijven over ons primitieve geloof in heksen en die arme, onschuldige mensen’, zei een van de ouderen in het wrakkige gebouw van de oude tribal authority. 'Niemand praat ooit met ons over het probleem van kwade elementen in de community.’
De andere ouderen knikten en lachten, ook de jonge, knappe chief zelf, die met zijn tweed-jasje en vlekkeloze Engels het toonbeeld was van een progressieve leider, die nog steeds goed contact had met zijn traditionelere mensen. Hij liet in het midden wat hij geloofde, maar dat gaf niet: ook zonder het fenomeen hekserij te bespreken, konden we het hebben over het reële probleem van dissidenten, asociale individuen en outcasts. Een oude man met bakkebaarden glimlachte voor zich uit en zei af en toe dat het 'meestal gewoon jaloezie’ was waarom iemand als heks werd verbannen. Maar ik moest zelf maar gaan kijken. Ze hadden het heus niet slecht met de bewoners van het heksendorp voor. Ik zou zelf wel zien dat er net een nieuwe school was gebouwd. Ik krijg een brief mee, waarin chief Moloto zijn steun aan mijn 'project’ uitspreekt.
Aan de huisjes in aanbouw, op een paar honderd meter van het kerndorp, is te zien dat er nog meer 'heksen’ in aantocht zijn. De school staat te glimmen in de zon, er komt gospelmuziek uit een ghettoblaster. St. Helena lijkt een gewoon dorp. Alleen de gastvrijheid laat te wensen over: twee keer worden Yvonne en ik weggestuurd door argwanende bewoners die 'genoeg hebben van journalisten’.
De weerspannige gezichten van de mensen die zwijgend naar ons luisteren en dan hun hoofd schudden, doen me nog het meest denken aan van NSB-sympathie beschuldigde mensen in de kampen van na de oorlog. Dankzij de brief van chief Moloto krijgen we uiteindelijk echter toegang tot de familie van een bejaarde man en zijn in traditionele inyanga-kledij (met sjaal en kralen) gehulde vrouw, die onder een boom in de achtertuin met enkele jongere familieleden bier zitten te drinken. Ook dat is een traditioneel tafereel in een dorp als dit, waar weinig of niets anders te doen is; alleen zijn het in gewone, nette families meestal alleen de mannen die alcohol gebruiken.
Het is dan ook de vrouw die in in dit geval het hoofd van de familie lijkt te zijn - en zij was het dan ook, blijkt uit het relaas van de man, die van hekserij werd beschuldigd. Terwijl haar man praat, kijkt de tanige vrouw me voortdurend nors en uitdagend aan. Op elke gefluisterde vraag richting tolk Yvonne, zelfs op elk gebaar of elke blik van mij, reageert ze razendsnel met een 'wat moet ze’ of 'wat bedoelt ze’. Mocht ik al vijandige bedoelingen hebben, dan steekt zij daar wel een stokje voor, straalt het gelooide gezicht met de stekende ogen uit. Als het woord niet zo beladen was, dan zou ik haar omschrijven als 'heks’.
DE GESCHIEDENIS van deze familie verschilt niet wezenlijk van die van vele anderen die van hekserij zijn beschuldigd. De vrouw is een inyanga, een medicijnvrouw, die als zodanig al kennis bezat van kruiden, muti en magie. Sinds haar familie ruzie kreeg met de rest van het dorp over een vermeend onwettig verkregen stuk land, wordt aan haar inyangaschap een kwaadaardig karakter toegeschreven. De familie viel ten prooi aan de eerste heksenjacht in 1986, en sindsdien zijn haar leden van dorp naar township getrokken om aan het stigma te ontkomen. Steeds kwamen de comrades uit het eerste dorp hen echter achterna om ook de nieuwe omgeving op de hoogte te stellen van het 'gevaar’ dat zij vertegenwoordigden.
Ironisch genoeg is het nieuwe ballingendorp voor deze familie een uitkomst. Iedereen zit hier immers in hetzelfde schuitje, hier wordt niet gejaagd. Een dochter heeft zich aangesloten bij de apostolische Born Agains die sinds jaar en dag in de Noord-Transvaal bekeerlingen maken onder de traditionele bevolking, en die sinds het ontstaan van het dorp ook in St. Helena opgang maken.
'Hier worden we met rust gelaten. Hier zijn we gelukkig’, zegt de vrouw en neemt een ferme slok van haar bier. Ze geeft de kerkdochter opdracht ons te voorzien van water en maroelavruchten, die liggen te drogen in de zon. Ze knikt goedkeurend als we drinken en eten: aangezien we daarmee het risico nemen betoverd te worden, is het een imposant blijk van vertrouwen. 'Jy’s my meisie’, zegt ze in het Afrikaans, als ik op de traditionele manier dank je wel zeg, door zacht in mijn handen te klappen.
Maar Yvonne vertrouwt het toch nog niet helemaal. 'Ik hoop maar dat er nu niets ergs gebeurt’, zegt ze als we weglopen, met een vertrokken gezicht van de zurige smaak van de maroela’s, en van de weerzin waarmee ze ze heeft ingeslikt. 'Hoorde je hoe de oude vrouw zei dat ze nu gelukkig was? Dat kan betekenen dat ze nu alle vrijheid en gelegenheid heeft om door te gaan met mensen beheksen.’
IN SESHEGO, de township van de hoofdplaats Pietersburg, houdt lokaal ANC-leider Freddy Ramaphakela zich bezig met een recent geval van hekserij. 'Het is een zonneklare zaak’, herhaalt hij door mijn autotelefoon. 'Het slachtoffer is weer eens een activist die werkte voor de ontwikkeling van de gemeenschap.’ Ramaphakela heeft zelf eens een heks zien vliegen, en is er dus van overtuigd dat zwarte magie bestaat. En dat de demonische krachten van het kwaad zwakke individuen gebruiken voor hun vernietigende werk in de community. Hij kan zelf niet mee naar Seshego, maar als ik op zijn aanwijzingen ben aangekomen bij de slachtoffers, de familie Phasha, licht hij de vrouw des huizes - wederom over mijn autotelefoon - in over het doel van mijn komst. Hij adviseert haar 'niet bang te zijn en het hele verhaal te vertellen’.
Het is een wezensvreemde scène: de bejaarde mevrouw Phasha die in de namiddagzon over haar problemen met hekserij telefoneert met de provinciaal bestuurder in zijn moderne kantoor in Pietersburg. Nieuwer Zuid-Afrika dan dit kan bijna niet. Op zich is het heksenverhaal van mevrouw Phasha al net zo weinig opzienbarend als dat van de inyanga in St. Helena. Ook in haar geval was de heks iemand die doorgaat voor inyanga (het is de oude meneer Ndala, die op straat kruiden en muti verkoopt) en lid van een familie die ook in andere opzichten als antisociaal wordt beschouwd. Mevrouw Phasha vertelt dat het een jongen van de Ndala-familie was die jaren geleden na een ruzie op een bruiloft haar jongste zoon doodstak. Maar toen zocht niemand daar iets achter, voegt ze er direct aan toe.
Ze dacht pas aan hekserij toen vorige maand een van de Ndala-broers, een blinde, zich ineens op haar erf bevond en tegen haar oudste zoon Frans riep dat 'hij hem dood zou maken’. Hun vermoeden werd bevestigd toen de man tegenover de township-gemeenschap bekende dat zijn ouderlijk huis talrijke in Seshego overleden zielen bergde.
'We hebben ze omgetoverd in zombies, en Frans’ dode broer is er ook’, verklaarde hij. 'Daarom moest Frans nu ook komen.’ Het verweer van de Ndala-familie dat de blinde broer een beetje achterlijk was en maar wat verzon, baatte niet: de Ndala’s zijn inmiddels ook weggestuurd uit Seshego. Hun huis, waarin geen zombies, maar wel drie 'betoverde’ kikkers werden aangetroffen, werd voor de zekerheid verbrand.
'Hij heeft de politie nauwkeurig verteld wat hij met Frans Phasha van plan was’, betoogde Freddy Ramaphakela al toen hij me inlichtte over de zaak. 'En zijn verhaal bleef ook na herhaalde ondervragingen consistent. Dat bewijst dat hij niet zomaar wat raaskalde. Hij had velabathlege willen gebruiken, een tovermedicijn dat het slachtoffer happy maakt, zodat hij meewerkt en braaf meegaat.’ Dat het plan desondanks mislukte, dankte hij aan het snelle optreden van community en comrades, 'die wakker werden en de man op heterdaad betrapten’.
Die avond stond in de krant dat de conservatieve blanke generaal Constand Viljoen ooit, toen hij nog hoofd van de South African Defence Force was, opdracht gaf tot de ontwikkeling van een happy blacks gas, dat bij demonstraties en opstanden door de veiligheidstroepen gebruikt kon worden, en dat een op de hersenen werkende substantie bevatte die 'zwarten hun agressie moest ontnemen’ - de velabathlege van de blanke kwade krachten.
Freddy Ramaphakela’s grootste zorg is dat de krachten van het oude blanke establishment zullen samenspannen met de demonen van de zwarte magie. 'Ik heb al vier goede vrienden, betrouwbare activisten, verloren aan hekserij. We kunnen dit kwaad alleen bestrijden door het te erkennen en er op een politieke en wetenschappelijke manier mee om te gaan. Als we het laten sudderen, kunnen ze uiteindelijk Mandela en andere leiders beheksen, en waar zijn we dan?’ Ramaphakela suggereert als oplossing een 'ontwikkelingsproject’ dat samen met goede inyanga’s de magische krachten moet bestuderen en 'losmaken’ van de demonen. 'Zodat ze deel kunnen worden van de westerse wetenschap. En beheerst. Zodat kwaadwillenden ze niet meer kunnen gebruiken.’ Hij heeft al een legermajoor en een 'westers opgevoede’ huisarts die zijn plan voor een stichting in deze ondersteunen.
Ramaphakela’s benadering mag dan gebaseerd zijn op een geloof in toverkracht dat vermoedelijk met de komst van meer technologische en economische ontwikkeling uit de Noord-Transvaal zal verdwijnen, het is wel geheel in lijn met het verzoenings- en waarheidsproces dat zich in heel Zuid-Afrika voltrekt, en in dat verband ook volkomen logisch. Eerst moet de waarheid over het kwaad boven tafel komen, zo luidt immers het post-apartheidsadagium, dan pas kunnen we met de bedrijvers ervan tot verzoening komen. En verzoening met de heksen, zei ook de raad van ouderen in Moletse, is daarom nu nog niet mogelijk.
'Ze verstoppen zich nog’, antwoordde een van hen bedaagd toen ik erover begon. 'Hoe kun je vrede sluiten met iemand die zich nog steeds uitgeeft voor iets wat hij niet is, en in het geniep doorgaat met zijn slechte plannen?’ Maar dat is precies als met de echte derde macht, wierp ik tegen. Die gaat ook nog steeds door. Ik noemde de velabathlege van generaal Viljoen, en had het over de kans dat er in blanke legersectoren nog veel meer duistere projecten gaande waren waar de regering Mandela niets van wist. 'Precies’, zei hij goedkeurend. 'We hebben de waarheid over al die zaken nodig. Pas dan kunnen we besluiten hoe we ermee omgaan. Nu staan we nog te machteloos.’
'VREES VOOR hekserij en kwade krachten gaat altijd samen met machteloosheid’, zegt Tommy Ntsewa. 'Zodra een samenleving de eigen ontwikkeling gaat beheersen en er zelfvertrouwen ontstaat, verdwijnt die angst.’
Ntsewa is politie-inspecteur, nieuw aangesteld door de ANC-minister van politiezaken in de Northern Province, en hoofd van het Criminal Information Centre, dat onderzoekt wat voor, en hoeveel, misdaden er worden gepleegd in een bepaalde categorie, en op grond daarvan het beleid bijstelt. Uit hoofde van zijn functie heeft hij al vele zaken rond hekserij bestudeerd, en zijn conclusie is eenduidig: alleen in die gebieden waar werkelijke ontwikkeling en democratisering plaatsvindt, waar mensen zogezegd voelen dat ze hun lot in eigen handen hebben, nemen de heksenproblemen af. 'Historisch zijn veel slachtoffers van heksenjachten mensen geweest die machtspolitiek en wreedheid bedreven tegenover een gefrustreerde, machteloze bevolking. Door blanken aangestelde corrupte thuislandleiders bijvoorbeeld. Maar nu zijn er nieuwe provinciale bestuurders, er is betere communicatie en er begint een besef van eigen mensenrechten te ontstaan. Men weet dat er over twisten en problemen gepraat kan worden. Dat haalt veel druk van de ketel.’
Ntsewa weet best dat er nog veel water door de Limpopo zal vloeien voordat de bevolking ophoudt in hekserij te geloven. 'Maar wij van de informatiedienst proberen mensen ervan te overtuigen dat ze op een vreedzame manier met heksen kunnen omgaan. Als er minder dreiging is, zullen mensen ook accepteren dat ze zelf minder harde maatregelen hoeven te gebruiken.’
Er zijn echter ook mensen die een tegengestelde ontwikkeling doormaken. Patrick Mogale, bijvoorbeeld. Mogale was tot voor kort ANC-senator. Hij werd zowel uit de senaat als uit het ANC gezet toen aan het licht kwam dat hij een veertienjarig meisje zwanger had gemaakt. In de Noord-Transvaal wordt gefluisterd dat Mogale, nu hij het niet heeft kunnen maken in het nieuwe Zuid-Afrika, is teruggegaan naar zijn 'wortels’ in het plattelandsdorp Bushbuckridge, om zich daar te vestigen als inyanga. Men vreest dat hij zal proberen om weer op traditionele wijze macht uit te oefenen, door heksen aan te wijzen en heksenjachten te leiden.
'Hij speelt een gevaarlijk spel’, zegt Yvonne fronsend. 'Zodra de mensen erachter komen wat hij met dat meisje heeft gedaan, zullen ze hem als een kwade toverdokter gaan zien.’ En dan eindigt de ex-senator die zich wilde sterken aan de magie der voorvaderen zelf op de brandstapel? 'Precies’, zegt Yvonne. 'En terecht.’